ECLI:NL:RBDHA:2026:3953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoeker heeft tegen het besluit van 15 augustus 2025 van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld, waarin werd bepaald dat hij binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar zijn land van herkomst. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.43308), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als ongegrond. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.