ECLI:NL:RBDHA:2026:3899

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/657178 / FA RK 23-8461
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap en beëindiging bijzondere curator werkzaamheden

De moeder heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind, geboren in 2019. De procedure werd aangehouden in afwachting van een onderlinge erkenning tussen de moeder en de biologische vader.

Na overleg tussen de moeder en de biologische vader is de erkenning geregeld, waardoor de moeder het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap heeft ingetrokken. De rechtbank hoeft daarom niet meer over het verzoek te beslissen.

De bijzondere curator, die de minderjarige in deze procedure vertegenwoordigde, wordt door de rechtbank ontslagen van zijn werkzaamheden omdat zijn vertegenwoordiging niet langer nodig is.

De rechtbank bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, gezien het familierechtelijke karakter van de procedure.

De beschikking is uitgesproken op 27 januari 2026 door rechter C.L. Strop, tevens kinderrechter.

Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is ingetrokken en de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8461
Zaaknummer: C/09/657178
Datum beschikking: 27 januari 2026

Verbetering akte en gerechtelijke vaststelling vaderschap

Beschikking op het op 17 november 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[belanghebbende] ,

hierna te noemen: [belanghebbende] ,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Gouda,

zetelend te Gouda,
hierna te noemen: de ambtenaar,

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,

de minderjarige,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M-J.E. Gilsing, advocaat te Alphen aan den Rijn,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Als informant wordt aangemerkt:
[informant],
de biologische vader,
hierna te noemen: [informant] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 6 mei 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant– een beslissing over de gerechtelijke vaststelling vaderschap en de proceskosten aangehouden in afwachting van de erkenning die de moeder en [informant] in onderling overleg zullen regelen.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- de brief van 13 augustus 2025 namens de moeder;
- de brief van 14 januari 2026, met bijlagen, namens de moeder.
De zaak is zonder zitting verder afgedaan.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Bij brief van 14 januari 2026 is namens de moeder het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ingetrokken, omdat de moeder in onderling overleg met de biologische vader de erkenning heeft geregeld. De rechtbank hoeft hierover dan ook niet meer te beslissen.
Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van Hasan is ingetrokken, zodat de rechtbank daarop niet meer hoeft te beslissen;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 januari 2026.