ECLI:NL:RBDHA:2026:3899
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Intrekking verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap en beëindiging bijzondere curator werkzaamheden
De moeder heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind, geboren in 2019. De procedure werd aangehouden in afwachting van een onderlinge erkenning tussen de moeder en de biologische vader.
Na overleg tussen de moeder en de biologische vader is de erkenning geregeld, waardoor de moeder het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap heeft ingetrokken. De rechtbank hoeft daarom niet meer over het verzoek te beslissen.
De bijzondere curator, die de minderjarige in deze procedure vertegenwoordigde, wordt door de rechtbank ontslagen van zijn werkzaamheden omdat zijn vertegenwoordiging niet langer nodig is.
De rechtbank bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, gezien het familierechtelijke karakter van de procedure.
De beschikking is uitgesproken op 27 januari 2026 door rechter C.L. Strop, tevens kinderrechter.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is ingetrokken en de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd.