Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie
Beschikking op het op 12 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 29 januari 2025 van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 10 februari 2025;
- het verweerschrift tegen het zelfstandig verzoek, ingekomen op 31 maart 2025;
- het bericht van 26 november 2025 van de vader, met bijlagen.
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats].
- De vader heeft de kinderen erkend.
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
- De kinderen wonen bij de moeder.
- De moeder, de vader en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
- zolang de vader geen eigen woonruimte heeft: de kinderen elke zaterdag of zondag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de vader zullen zijn, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt;
- zodra de man eigen woonruimte heeft: de kinderen om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede de helft van de zomervakantie en kerstvakantie bij de vader zullen zijn, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt.
Beoordeling
“Wanneer het inkomen van een ouder na scheiding zodanig stijgt dat het hoger is dan het (gezins)inkomen tijdens het huwelijk of de samenleving, is de Expertgroep van mening dat dit invloed moet hebben op de hoogte van het eigen aandeel. Indien het gezinsverband zou hebben voortgeduurd, zou die verhoging immers ook een positieve invloed hebben gehad op het bedrag dat voor de kinderen zou zijn uitgegeven. In dat geval bepalen we het eigen aandeel op basis van dat hogere inkomen van die ouder opnieuw.”
- basisloon: € 2.507,- bruto per maand;
- vakantietoeslag 8%;
- pensioenpremie: € 113,92 per maand;
- premie Wia verzekering: € 6,53 per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
“We nemen geen draagkracht aan bij een ouder bij wie een kind het hoofverblijf heeft en die een bijstandsuitkering ontvangt, ook niet als die ouder een kindgebonden budget ontvangt. Het aannemen van draagkracht in een dergelijk geval leidt er namelijk toe dat het aandeel in de kosten van de ouder bij wie het kind niet het hoofdverblijf heeft lager wordt. Dat zou de verhaalsmogelijkheid van de bijstand door de gemeente beperken. Daardoor draagt de gemeente (en niet de betreffende ouder) een deel van de kosten van de kinderen.”Gelet hierop neemt de rechtbank geen draagkracht voor kinderalimentatie aan bij de moeder.
- basisloon: € 2.507,- bruto per maand;
- vakantietoeslag 8%;
- pensioenpremie: € 113,92 per maand;
- premie Wia verzekering: € 6,53 per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
€ 232,- per maand. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de kinderalimentatie afwijzen.
Beslissing
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats];
- zolang de vader de diabetestraining niet heeft afgerond: iedere tweede zaterdag van de maand van 12.00 uur tot 18.00 uur, in het bijzijn van de moeder;
- vanaf het moment dat de vader de diabetestraining heeft afgerond: iedere week op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur;