ECLI:NL:RBDHA:2026:3856
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 6 november 2025.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, locatie Groningen, en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 februari 2026 behandeld in aanwezigheid van verzoeker, diens echtgenote, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon, en is gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.