Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[verzoekers sub 1] te [woonplaats 1], [land],
[verzoekers sub 2]te [woonplaats 1], [land],
[verzoekers sub 3]te [woonplaats 2], [land],
[verzoekers sub 4]te [woonplaats 2], [land],
1.[verweerders sub 1] te [woonplaats 3], [land],
[verweerders sub 2]te [woonplaats 4], [land],
[verweerders sub 3]zonder bekende woon- of verblijfsplaats,
4.[belanghebbenden sub 1] STICHTING te [vestigingsplaats],
J.M. BLANCO FERNANDEZte Amsterdam, in zijn hoedanigheid van door de rechtbank benoemde tijdelijke bestuurder,
1.De procedure
2.De feiten
directdescendants.
take care ofthe management of those assets in the more convenient manner in order to increase its value in time and distribute within the indications set out below part of the annual realized gains to
the qualifying, not-excludedholders of depositary receipts of the Foundation.
ofall the future generations of my descendants.
2.Foundation
3.Het geschil
4.De beoordeling
- verwaarlozing van zijn taak;
- andere gewichtige redenen;
- ingrijpende wijzigingen in de omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.
- het inventariseren van de status van de Stichting, in het bijzonder een inventarisatie van de belangrijkste (vermogens)bestanddelen die haar toebehoren c.q. onder het beheer van de Stichting (zouden moeten) vallen;
- de wijze waarop de bestuurders zijn omgegaan met de aanspraken van de erfgenamen op de (certificaten van de) aandelen en hun daaruit voortkomende rechten, waaronder die op informatie;
- de bedoeling die erflater met de Stichting heeft gehad, gelet op de oprichtingsdocumenten waaronder de oprichtingsakte, de administratievoorwaarden, de ‘letter of wishes’ en het testament van erflater, voor welke generatie(s) erflater zijn nalatenschap heeft willen conserveren en welke consequenties dit zou moeten hebben voor de governance van de Stichting;
- de (vermeende) bereidheid van de bestuurders om hun positie tegen een financiële vergoeding af te staan en de motieven die daarbij een rol speelden;
- de juiste governance in de Stichting en de gewenste achtergrond c.q. deskundigheid van het bestuur (en van de commissarissen) mede in het licht van de bedoeling van de erflater met het onderbrengen van (delen van) zijn vermogen in de Stichting.
5.De beslissing
3425