ECLI:NL:RBDHA:2026:3852

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/09/685403 / HA RK 25-258
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:298 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tot schorsing commissaris stichting wegens belangenconflict

De erfgenamen van een overleden oprichter van een stichting verzoeken de rechtbank om de commissaris van de stichting te schorsen. Zij stellen dat de commissaris zijn taak niet uitvoert en dat er gevaar bestaat dat hij nadelige besluiten neemt die moeilijk terug te draaien zijn. De commissaris is familie van de bestuursvoorzitter, wat de onafhankelijkheid en onbevangenheid van zijn adviserende rol in twijfel trekt.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot schorsing gegrond is en treft een voorlopige voorziening ex parte. De commissaris wordt met onmiddellijke ingang geschorst voor de duur van de procedure. Omdat de raad van commissarissen hierdoor feitelijk onbemand is, worden de statutaire bepalingen over de taken en bevoegdheden van de raad buiten toepassing verklaard.

De rechtbank bepaalt tevens dat de erfgenamen de commissaris binnen veertien dagen van alle processtukken en spreekaantekeningen moeten voorzien, zodat hij alsnog kan reageren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen worden aangehouden tot de hoofdzaak is behandeld.

Uitkomst: De rechtbank schorst de commissaris van de stichting met onmiddellijke ingang en legt de statutaire bevoegdheden van de raad van commissarissen tijdelijk buiten toepassing.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-/rekestnummer: C/09/685403 / HA RK 25-258
Beschikking van 12 januari 2026
in de zaak van

1.[verzoekers sub 1] te [woonplaats 1] , [land] ,

2.
[verzoekers sub 2]te [woonplaats 1] , [land] ,
3.
[verzoekers sub 3]te [woonplaats 2] , [land] ,
4.
[verzoekers sub 4]te [woonplaats 2] , [land] ,
verzoekers,
advocaten: mr. S.W. Holterman en mr. C.M. Tjoa te Utrecht,
tegen:

1.[verweerders sub 1] te [woonplaats 3] , [land] ,

2.
[verweerders sub 2]te [woonplaats 4] , [land] ,
3.
[verweerders sub 3]zonder bekende woon- of verblijfsplaats,
verweerders,
advocaten: mr. E.M.J. Pardoen, mr. C.B. Schutte en mr. T.J.P.H. de Bekker,
en

4.[belanghebbende] STICHTING te [vestigingsplaats] ,

5.
J.M. BLANCO FERNANDEZte Amsterdam, in zijn hoedanigheid door de rechtbank benoemde tijdelijke bestuurder,
belanghebbenden,
advocaat: mr. J.G. Molenaar,
De verzoekers worden hierna aangeduid als de erfgenamen, de verweerders worden aangeduid als [verweerders sub 1], [verweerders sub 2] en [verweerders sub 3] en gezamenlijk als [verweerders] en de belanghebbenden wordt aangeduid als de Stichting en de tijdelijke bestuurder en gezamenlijk als de Stichting c.s.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift van 15 mei 2025, met producties 1 tot en met 21;
  • de beschikking van 13 juni 2025 van deze rechtbank waarin – kort samengevat – de tijdelijke bestuurder met onmiddellijke ingang is benoemd tot onafhankelijke bestuurder van de Stichting hangende het onderzoek en het [verweerders] is verboden (interne of externe) bestuurshandelingen te verrichten zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de tijdelijke bestuurder (art. 2:298 lid 2 BW Pro);
  • de aanvullende verzoekschriften van 16 oktober 2025 en 9 december 2025, met producties 22 tot en met 27;
  • het verweerschrift van de Stichting c.s. van 2 december 2025, met producties 1 tot en met 4, op 16 december 2025 aangevuld met de producties 5 tot en met 6b;
  • het verweerschrift van [verweerders] van 12 december 2025, met producties 1 tot en met 14.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 19 december 2025 plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. Partijen hebben daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen die zijn toegevoegd aan het procesdossier. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht.
1.3.
In het aanvullende verzoekschrift van 9 december 2025 hebben de erfgenamen – onder meer – verzocht bij wijze van voorlopige voorziening [naam] (hierna: [naam]) te schorsen als commissaris.
1.4.
De rechtbank heeft partijen laten weten op dit verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening bij beschikking van 12 januari 2026 te beslissen. In de overige verzoeken zal bij aparte beschikking worden beslist, waarvoor (onder voorbehoud) 30 januari 2026 als uitspraakdatum is bepaald.

2.De beoordeling in voorlopige voorziening

2.1.
Verzoekers zijn de erfgenamen van de op 21 januari 2024 overleden [erflater] (hierna: erflater). Erflater had een aanzienlijk vermogen, onderdeel daarvan zijn 120 certificaten van aandelen die door de door hem opgerichte Stichting zijn uitgegeven. [verweerders sub 1] en [verweerders sub 2] zijn bestuurders van de Stichting. Zij hebben [naam] benoemd tot commissaris van de Stichting. Vervolgens heeft [naam] [verweerders sub 3] benoemd tot bestuurder van de Stichting.
2.2.
De erfgenamen verzoeken [naam] te schorsen als commissaris op grond van artikel 2:298 lid 4 juncto Pro lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna : BW). Zij leggen daar aan ten grondslag dat [naam] zijn taak als commissaris in het geheel niet uitvoert. Het gevaar bestaat dat [naam] besluiten neemt als (enig) commissaris die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de Stichting en niet eenvoudig zijn terug te draaien.
2.3.
Op basis van de stellingen in de verzoekschriften van de erfgenamen, en het verweerschrift van de Stichting c.s., acht de rechtbank het aangewezen om een dergelijke voorziening te treffen. Vanwege de familieband die [naam] heeft met [verweerders sub 1] (de bestuursvoorzitter), broers, kan betwijfeld worden of hij in voldoende mate met een voor die functie vereiste mate van onbevangenheid raadgevend en adviserend kan optreden richting het bestuur. Daarbij speelt mee dat [naam], zoals de tijdelijk bestuurder te kennen heeft gegeven, niet heeft gereageerd op diens verzoeken om met hem in contact te treden. De voorlopige voorziening bestaat er uit dat [naam] met onmiddellijke ingang wordt geschorst als commissaris van de Stichting.
2.4.
De schorsing van [naam] geldt voor de duur van deze procedure. Omdat de raad van commissarissen voorlopig als gevolg van de schorsing feitelijk ‘onbemand’ is, zal de rechtbank bepalen dat de statutaire bepalingen over de (taken en bevoegdheden van de) raad van commissarissen van de Stichting voor de duur van deze procedure buiten toepassing blijven.
2.5.
Hierbij merkt de rechtbank op dat [naam] nog niet is opgeroepen in deze procedure. Dit houdt in dat de voorlopige voorziening ex parte wordt getroffen. Vanzelfsprekend moet [naam] spoedig de gelegenheid krijgen te reageren op het schorsings- respectievelijk ontslagverzoek. In de beschikking in de hoofdzaak zal daarop nader worden ingegaan. Het staat [naam] overigens vrij om na kennisneming van deze schorsingsbeschikking aan de rechtbank te vragen om spoedig (eerder dan een mogelijke volgende mondelinge behandeling in de hoofdzaak) gehoord te worden naar aanleiding van de schorsing.
2.6.
Nu [naam] niet als partij is opgeroepen, zijn de erfgenamen als verzoekers de meest gerede partij om [naam] te voorzien van de processtukken. De rechtbank bepaalt daarom dat de erfgenamen [naam] moeten voorzien van de stukken zoals opgenomen in 1.1 van deze beschikking, alsmede de ter zitting voorgedragen en overgelegde spreekaantekeningen van zowel de erfgenamen, de bestuurders, als de Stichting c.s. De erfgenamen dienen deze stukken uiterlijk binnen veertien dagen na deze uitspraak aan [naam] ter beschikking te stellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
schorst met onmiddellijke ingang [naam] als commissaris van de Stichting;
3.2.
bepaalt dat de statutaire bepalingen over de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen van de Stichting voor de duur van deze procedure buiten toepassing blijven;
3.3.
bepaalt dat de erfgenamen binnen veertien dagen na de dag van deze beschikking alle processtukken zoals genoemd in 1.1 van deze beschikking én alle spreekaantekeningen die ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 19 december 2025 zijn overgelegd, aan [naam] doen toekomen;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.
3425