ECLI:NL:RBDHA:2026:3821

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
693519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen inzake uitsluiting inschrijvingen en herbeoordeling aanbesteding Politie

De Politie heeft een aanbesteding georganiseerd voor bedrijfsrestaurants en banqueting, waarbij inschrijvers een prijzenblad moesten invullen met maximaal twee cijfers achter de komma. Albron stelde dat inschrijvingen die deze eis niet naleefden uitgesloten moesten worden en dat haar eigen inschrijving onjuist was beoordeeld.

De rechtbank oordeelde dat de eis van twee decimalen en de sanctie van uitsluiting disproportioneel waren voor de tabbladen waarin kosten werden gespecificeerd, omdat alleen de automatisch afgeronde inschrijfprijs op tabblad IV relevant was voor de beoordeling en betaling. De Politie handhaafde de eis niet strikt om de mededinging niet te schaden.

Verder was de beoordeling van Albrons inschrijving op het kwalitatieve criterium KC-1 (assortiment) niet onbegrijpelijk of onjuist, omdat zij onvoldoende keuzemogelijkheid in dranken bij vergaderlunches bood. De rechtbank wees de vorderingen van Albron af en veroordeelde haar in de proceskosten. Ook vorderingen van andere partijen werden afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Albron af en bevestigt dat de Politie de inschrijvingen met meer dan twee decimalen niet hoeft uit te sluiten en de beoordeling van Albron op KC-1 niet onjuist is.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/693519 / KG ZA 25-1045
Vonnis in kort geding van 12 februari 2026
in de zaak van
Albron Nederland B.V.te De Meern,
eiseres,
advocaten mrs. J.W. Fanoy en S.P. Beenders te Den Haag,
tegen:
de Politiete Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. I.J. van den Berge en M.A. Visser te Zwolle,
waarin zijn tussengekomen:

1.Compass Group Nederland B.V. te Amsterdam,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,

2.Appèl B.V.te ’s-Hertogenbosch,

advocaat mr. H. Plas te Deventer,

3.Food & I B.V.te Schiedam,

advocaten mrs. R.Q Janus en L.C. van den Berg te Den Haag,

4.V’Business B.V. te Schijndel,

advocaten mrs. T. Segers en A. van Pelt te ’s-Hertogenbosch.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Albron’, ‘de Politie’, ‘Compass’, ‘Appèl’, ‘Food & I’ en ‘Vitam’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de schriftelijke reactie van de Politie met productie;
- de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst, subsidiair
houdende een verzoek tot voeging van Compass;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van Appèl;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst (subsidiair voeging) van Food & I;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van Vitam.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 20 januari 2026 – op verzoek van partijen – gelijktijdig met de mondelinge behandeling in het kort geding tussen Vitam en de Politie (C/09/693511 / KG ZA 25-1043) (maar feitelijk na elkaar). Alle partijen hebben het woorden gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities.
1.3.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op 10 februari 2026, en vervolgens nader op vandaag.

2.De incidenten tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.
Compass, Appèl, Food & I en Vitam hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Albron en de Politie en dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Ter zitting hebben Albron en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. Compass, Appèl, Food & I en Vitam zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
De Politie heeft op 19 mei 2025 een aanbesteding aangekondigd onder de naam ‘Bedrijfsrestaurants en banquenting Percelen 1 tot en met 6’. De Opdracht omvat het verzorgen van de dienstverlening rondom eten en drinken voor de Politie, bedrijfsrestaurants en banqueting.
3.2.
De opdracht is nader omschreven in de Inschrijvingsleidraad met bijlagen. Ook zijn twee Nota’s van Inlichtingen (NvI) gepubliceerd.
3.3.
Uit de Inschrijvingsleidraad volgt dat de Politie zich richt op een gezonde werkomgeving met een aantrekkelijk, duurzaam en gevarieerd aanbod aan eet- en drinkfaciliteiten (paragraaf 1.4). Om dit te bereiken streeft zij met de opdracht onder meer het volgende doelen na (paragraaf 1.5):
- Het aanbieden van goede eet- en drink faciliteiten en/of (24/7) selfservice voorzieningen passend bij de doelgroep (klantdifferentiatie), omvang en omgeving van een locatie;
- Een aantrekkelijk, gevarieerd en duurzaam assortiment in smaak en kwaliteit tegen een goede prijs;
- Het aanbod van eten en drinken sluit aan bij de richtlijnen van het Voedingscentrum;
- Zoveel mogelijk uniformiteit in dienstverlening met ruimte voor regionale invulling;
- Een duurzame catering waarbij we gefaseerd invulling geven aan de doelstellingen van de Politie op het gebied van gezonde voeding (eiwittransitie) en milieu-impact en een circulaire samenleving;
- Leverancier als specialist en partner met betrekking tot het invullen van het aanbod en het assortiment binnen de scope van de dienstverlening (ondernemerschap op locatie).
Dit is nader uitgewerkt in concrete doelen die vanaf de start van de dienstverlening van kracht zijn en doelen die aanvullend vanaf 2030 van kracht zijn.
3.4.
Voor elk perceel geldt als gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De EMVI wordt berekend door de totale inschrijfprijs zoals vermeld in Bijlage Prijzenblad BB af te zetten tegen het totaal aantal behaalde punten op het criterium kwaliteit. Dit resulteert in een “prijs per kwaliteitspunt”. De inschrijver met de laagste prijs per kwaliteitspunt (afgerond op twee decimalen) heeft de Economisch Meest Voordelige Inschrijving gedaan en eindigt daardoor als eerste in de rangorde. Vervolgens wordt lineair programmeren toegepast om de perceeltoekenning te bepalen. Daarbij wordt uitgegaan van het meest optimale scenario voor de Politie en wordt in aanmerking genomen dat inschrijvers maximaal twee percelen gegund kunnen krijgen.
3.5.
Het criterium kwaliteit is uitgewerkt in paragraaf 2.2 van de Inschrijvingsleidraad en bestaat uit vier gunningscriteria: KC-1 assortiment (maximaal 400 punten), KC-2 sfeerimpressie (maximaal 100 punten), KC-3 Motiveren en inspireren van gasten (maximaal 300 punten) en KC-4 Personeel (maximaal 200 punten). Deze kwalitatieve gunningscriteria en de methode van beoordeling daarvan zijn in de Inschrijvingsleidraad als volgt toegelicht:
3.6.
Het commerciële gunningscriterium, CC-1 Inschrijfprijs, is uitgewerkt in paragraaf 2.4. van de Inschrijvingsleidraad. Daarin staat dat de inschrijver alle geel gekleurde velden in Bijlage Prijzenblad BB (hierna het Prijzenblad) dient in de vullen van het perceel waarop wordt ingeschreven en dat vervolgens in het Prijzenblad automatisch de inschrijfprijs (bestaande uit de aanneemsom plus de kosten voor fruit) inclusief btw per perceel wordt berekend en dat die inschrijfprijs wordt gebruikt om de totaalscore voor de inschrijving te berekenen.
3.7.
In hoofdstuk 4 van de Inschrijvingsleidraad staan de voorschriften opgenomen waaraan de inschrijvers zich dienen te houden tijdens de aanbestedingsprocedure. Vermeld is dat indien de inschrijver niet voldoet aan één of meerdere voorschriften de inschrijving wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Voor het onderdeel “Prijsstelling” gelden de volgende voorwaarden:
3.8.
Albron heeft zich net als Compass, Appél, Food & I, Vitam en twee andere partijen ingeschreven op de aanbesteding.
3.9.
De Politie heeft op 17 september 2025 de inschrijvers geïnformeerd over de voorgenomen gunning van de percelen. Albron heeft daarbij perceel 6 gegund gekregen. De voorgenomen gunningsbeslissing is weergegeven in onderstaande tabel.
3.10.
In de gunningsbeslissing zijn de door Albron behaalde scores op het kwalitatieve gunningscriteria – voor zover van belang – als volgt toegelicht:
“KC-1 Assortiment (maximaal 400 punten)
Uw beantwoording geeft blijk van voldoende kwaliteit maar biedt ruimte voor verbetering. Er wordt door de beoordelingscommissie opgemerkt dat er geen keuzemogelijkheid in drinken bij de vergaderlunch wordt aangeboden, terwijl dit expliciet is uitgevraagd. Er wordt enkel ice tea aangeboden. Dit maakt dat uw beantwoording niet volledig onderbouwd is. Daarnaast is de beoordelingscommissie van mening dat één van de voornaamste doelstellingen van de Politie, t.w. de eiwittransitie, te summier wordt belicht in uw beantwoording. De beoordelingscommissie had deze doelstelling graag concreter terug willen zien in uw assortimentsbeschrijving.
De door u gegeven beantwoording geeft op alle gestelde vragen uit het Gunningscriterium een antwoord, is realistisch en toepasbaar en merendeels onderbouwd. Uw Inschrijving krijgt hierdoor op dit onderdeel een waardering van “voldoende”, wat overeenkomt met de score van 60%. Een score van 60% van de maximaal te behalen 400 punten, resulteert in 240 punten.”
3.11.
Albron heeft bij brief van 18 september 2025 haar bezwaren geuit tegen de beoordeling van onder andere gunningscriteria KC-1 assortiment. Daarnaast heeft zij kenbaar gemaakt dat bij haar een sterk vermoeden bestaat dat een of meerdere inschrijvers, in strijd met de in hoofdstuk 4 van de inschrijvingsleidraad vermelde eis, hebben ingeschreven met prijzen met meer dan twee cijfers achter de kommen. In verband hiermee heeft zij de Politie verzocht te bevestigen dat zij de ingevulde prijsbladen hierop heeft gecontroleerd, dan wel dit alsnog te doen, en in voorkomend geval de betreffende inschrijvers uit te sluiten.
3.12.
In reactie hierop heeft de Politie bij brief van 15 oktober 2025 Albron onder meer het volgende bericht:

Bezwaaraspect score winnende Inschrijver per Perceel
In reactie op uw verzoek om te bevestigen dat de Politie alle prijzenbladen heeft gecontroleerd kunnen wij u mededelen dat de Politie dit inderdaad heeft gedaan. Tijdens deze controle is gebleken dat er Inschrijvers zijn geweest die een aantal prijsregels in het prijzenblad met meer dan 2 cijfers achter de komma hebben ingevuld.
De Politie zal deze Inschrijvers niet uitsluiten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. De Politie is van mening dat het niet terecht is om in deze gevallen over te gaan tot uitsluiting van de betreffende Inschrijvers. Daarbij overweegt de Politie het volgende.
Allereerst geldt dat Inschrijvers in het prijzenblad zelf niet direct hebben kunnen waarnemen dat de door hun ingevulde bedragen meer dan twee decimalen achter de komma bevatten. De Politie heeft het prijzenblad opgemaakt in Excel. Hierbij heeft de Politie bij de celeigenschappen bepaald, dat bedragen in Nederlandse valuta met 2 decimalen afgerond worden weergegeven, zoals dat ook in het economisch verkeer gebruikelijk is.
De Politie heeft voorts bekeken wat het effect zou zijn als de berekening plaats zou hebben gevonden aan de hand van de prijzen met twee decimalen achter de komma. Dit blijkt geen effect te hebben op de rangorde en de verdeling van de Percelen middels lineair programmeren.
Naar aanleiding van het door u aangebrachte punt is niet alleen gekeken naar hoe hier in de huidige aanbesteding mee in omgegaan, maar is ook teruggekeken naar de vorige aanbesteding waarin de voorschriften over de invulling van het prijzenblad identiek waren. Uit deze controle is gebleken dat in de vorige aanbesteding alle Inschrijvers – inclusief uw organisatie Albron Nederland B.V. – prijsregels hebben ingevuld met meer dan 2 decimalen. Geen van de Inschrijvers is vanwege dit punt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding.
Ondanks dat uit de Aanbestedingsstukken kan worden opgemaakt dat in principe uitsluiting zal volgen als er prijzen worden ingevuld met meer dan twee cijfers achter de komma, acht de Politie het, gelet op al het voorgaande, in dit geval niet redelijk om tot een dergelijk vergaande sanctie over te gaan, waarbij voor de Politie doorslaggevend is dat, of er nu met twee cijfers of met meer cijfers achter de komma gerekend wordt, dit in dit specifieke geval niet tot een ander eindresultaat zou hebben geleid.”
Daarnaast heeft de Politie de door Albron geuite bezwaren tegen de beoordeling van haar inschrijving van de hand gewezen.

4.Het geschil

4.1.
Albron vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
Primair:
I. de Politie gebiedt om uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn, de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en haar verbiedt daar uitvoering aan te geven;
II. de Politie gebiedt de inschrijvingen die niet voldoen aan de dwingende instructie in Hoofdstuk 4 van de Inschrijvingsleidraad om het Prijzenblad in te vullen met prijzen tot maximaal twee cijfers achter de komma, terzijde te leggen en de betreffende inschrijvers uit te sluiten van deelname aan het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure;
III. de Politie gebiedt om de inschrijving van Albron op gunningscriterium KC-1 te herbeoordelen en deze herbeoordeling te laten uitvoeren door personen die niet eerder betrokken zijn geweest bij de beoordeling van de inschrijvingen, subsidiair
door hetzelfde beoordelingsteam, conform het vonnis;
IV. de Politie gebiedt om uiterlijk twintig (20) kalenderdagen na dagtekening van het vonnis een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met een opschortende en bezwaartermijn van ten minste twintig kalenderdagen binnen welke termijn alle inschrijvers van de aanbestedingsprocedure, maar in ieder geval Albron, de gelegenheid krijgen, respectievelijk: krijgt, om, al dan niet middels een kort geding, bezwaar te maken tegen de nieuwe gunningsbeslissing;
subsidiair:
V. de Politie gebiedt om uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn, de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en haar verbiedt daar uitvoering aan te geven;
VI. de Politie gebiedt om de inschrijving van Albron op gunningscriterium KC-1 te herbeoordelen en deze herbeoordeling te laten uitvoeren door personen die niet
eerder betrokken zijn geweest bij de beoordeling van de inschrijvingen, subsidiair
door hetzelfde beoordelingsteam, conform het vonnis;
VII. de Politie gebiedt een nieuwe rangorde vast te stellen en conform de Inschrijvingsleidraad middels lineair programmeren tot een nieuwe perceeltoekenning te komen;
VIII. de Politie gebiedt om uiterlijk twintig (20) kalenderdagen na dagtekening van het vonnis een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met een opschortende en bezwaartermijn van ten minste twintig kalenderdagen binnen welke termijn alle inschrijvers van de aanbestedingsprocedure, maar in ieder geval Albron, de gelegenheid krijgen, respectievelijk: krijgt, om, al dan niet middels een kort geding, bezwaar te maken tegen de nieuwe gunningsbeslissing
meer subsidiair:
IX. de Politie gebiedt om uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn, de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en haar verbiedt daar uitvoering aan te geven;
X. de Politie gebiedt de beoordeling van de inschrijving van Albron voor wat betreft het kwalitatieve gunningscriterium KC-1 Assortiment te voorzien van een nieuwe, deugdelijke motivering die de scores van Albron kan dragen;
XI. de Politie gebiedt uiterlijk tien (10) kalenderdagen na dagtekening van het vonnis een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met een opschortende en bezwaartermijn van ten minste twintig kalenderdagen binnen welke termijn alle inschrijvers van de aanbestedingsprocedure, maar in ieder geval Albron, de gelegenheid krijgen, respectievelijk: krijgt, om, al dan niet middels een kort geding, bezwaar te maken tegen de nieuwe gunningsbeslissing;
nog meer subsidiair:
XII. één of meerdere (andere) maatregelen gelast die in goede justitie passend worden acht en die recht doet, respectievelijk doen, aan de belangen van Albron;
in alle gevallen:
XIII. de Politie veroordeelt in de kosten van de procedure.
4.2.
Daartoe voert Albron – samengevat – het volgende aan. Gebleken is dat verschillende inschrijvers zich niet hebben gehouden aan de dwingende instructies over het Prijzenblad. Zij hebben een aantal prijsregels in het Prijzenblad met meer dan twee cijfers achter de komma ingevuld. Uit Hoofdstuk 4 van de inschrijvingsleidraad volgt dat een dergelijke overtreding van de voorschriften onherroepelijk leidt tot uitsluiting. De Politie is hier ten onrechte niet toe overgegaan.
Daarnaast heeft de Politie de inschrijving van Albron op gunningscriterium KC-1 onjuist beoordeeld, althans de beoordeling van een onnavolgbare motivering voorzien die de gegeven score niet kan dragen. De beoordeling is gebaseerd op de onjuiste aanname dat Albron geen keuzemogelijkheid in drinken bij de vergaderlunch aan zou bieden, maar enkel ice tea. Bovendien heeft de Politie door te oordelen dat de eiwittransitie te summier is belicht kennelijk de inschrijving van Albron beoordeeld op een niet-voorzienbaar aspect, althans dat aspect zwaarder laten wegen dan vooraf in de aanbestedingstukken is vastgelegd.
4.3.
De Politie, Compass, Appèl, Food & I en Vitam voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4.4.
Compass, Food & I vorderen – zakelijk weergegeven – (voorwaardelijk) dat de voorzieningenrechter de Politie gebiedt de voorlopige gunningsbeslissing in stand te laten en de voorlopig aan hen gegunde percelen definitief aan hen te gunnen, met veroordeling van Albron in de proceskosten
4.5.
Verkort weergegeven stellen Compass, Food & I en Vitam daartoe dat zij er belang bij hebben dat de opdracht definitief aan hen gegund wordt en dat zij daarom belang hebben bij afwijzing van de vorderingen van Albron, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
4.6.
Vitam vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter de Politie gebiedt om de gunningsbeslissing in te trekken en vervolgens tot heraanbesteding over te gaan, dan wel de inschrijving van Vitam opnieuw te beoordelen, dan wel een nieuwe deugdelijke gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen.
4.7.
Daartoe voert Vitam – kort samengevat – aan dat niet alleen de intransparantie over het loslaten van de ten aanzien van het Prijzenblad gestelde knock-out eis van twee cijfers achter de komma, maar ook de onmogelijke (klem)positie waarin de Politie zich door het achteraf uitvoeren van een proportionaliteitstoets heeft gebracht geen andere conclusie rechtvaardigen dan dat tot heraanbesteding over moet worden gegaan.
4.8.
Voor zover nodig zullen de standpunten van Albron en de Politie met betrekking tot de vorderingen van Compass, Food & I en Vitam hierna worden besproken.

5.De beoordeling van het geschil

vordering tot uitsluiting inschrijvingen
5.1.
Beoordeeld moet worden of de Politie de inschrijvingen van de vijf inschrijvers die prijsregels op het Prijzenblad hebben ingevuld met meer dan twee cijfers achter de komma (hierna: de twee decimaleneis) terzijde moet leggen en de betreffende inschrijvers moet uitsluiten van deelname aan de aanbesteding. Albron stelt zich op het standpunt dat strikt de hand moet worden gehouden aan de in hoofdstuk 4 van de Inschrijvingsleidraad opgenomen voorschriften en de sanctie bij overtreding daarvan. De Politie, Compass, Appèl en Food & I nemen daarentegen juist het standpunt in dat er in dit geval redenen zijn om dat niet te doen. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
5.2.
Aanbestedingsprocedures strekken er, kort gezegd, toe een eerlijke mededinging om overheidsopdrachten te waarborgen. Dat moet ertoe leiden dat een overheidsopdracht wordt uitgevoerd door de, volgens de door de aanbestedende dienst geformuleerde behoeften, meest geschikte ondernemer. Het beginsel van gelijke behandeling vereist dat inschrijvers bij het opstellen van hun inschrijving dezelfde kansen krijgen. Het betekent dat voor deze inschrijvingen voor alle inschrijvers dezelfde voorwaarden moeten gelden. Het transparantiebeginsel heeft ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende partij wordt uitgebannen. Dit wordt het beste bevorderd als een aanbestedingsprocedure (onder meer) zowel in opzet als in uitvoering voldoende transparant is voor ondernemers, en zij op gelijke en niet-discriminerende wijze worden behandeld. De aanbestedende dienst is bevoegd om ter waarborging daarvan voorschriften op te stellen en kan bovendien bepalen dat bij schending van die voorschriften steeds uitsluiting volgt. Daarbij moet evenwel telkens het doel om de eerlijke mededinging om overheidsopdrachten binnen de interne markt te bevorderen in het oog worden gehouden. In dat verband is van belang dat een aanbestedingsprocedure voor ondernemers voldoende toegankelijk is en dat de gestelde eisen evenredig/proportioneel zijn in verhouding tot het voorwerp van de opdracht. Hoewel de aan een inschrijving gestelde eisen, voor zover deze rechtmatig zijn, nauwgezet – en in ieder geval voor alle inschrijvers gelijkelijk – moeten worden gehandhaafd, mag dit, gelet op het doel om de mededinging te bevorderen, niet uitmonden in formalisme waarbij te verregaande gevolgen verbonden worden aan zuivere vormfouten of onduidelijkheden.
5.3.
De Politie heeft in haar schriftelijke reactie aangevoerd dat zowel het gelijkheidsbeginsel als het transparantiebeginsel de door Albron geëiste uitsluiting van de inschrijvingen waarbij de twee decimaleneis met betrekking tot tabbladen I, II en III van het Prijzenblad is geschonden niet rechtvaardigen. Uitsluiting zou volgens haar in dit geval getuigen van onnodig formalisme en de mededinging juist schaden, gelet op het gegeven dat niet geconcurreerd wordt op de bedragen die de inschrijvers in de tabbladen I, II en III van het Prijzenblad (in sommige gevallen met meer dan twee cijfers achter de komma) hebben ingevuld. Tijdens de zitting heeft de Politie hier nog aan toegevoegd dat het voorschrift van automatische uitsluiting bij schending van de twee decimaleneis niet evenredig en proportioneel is als het gaat om bedragen waarop niet wordt afgerekend. Anders dan Albron meent is dit niet een volledig nieuw verweer dat met het oog op de goede procesorde buiten beschouwing moet worden gelaten. Het volgt uit wat de Politie ook al in alinea 43 van haar schriftelijke reactie onder woorden heeft gebracht. Albron heeft bovendien voldoende gelegenheid gehad om tijdens de zitting op dit verweer te reageren. Van schending van de goede procesorde door de Politie met het innemen van dit standpunt is dan ook geen sprake.
5.4.
Beoordeeld dient dus te worden of het voorschrift in hoofdstuk 4 van de Inschrijvingsleidraad dat inhoudt dat uitsluiting volgt indien het door de inschrijver ingediende prijzenblad niet voldoet aan de voorwaarde dat de ingevulde prijzen tot maximaal twee cijfers achter de komma zijn, voor wat betreft de tabbladen I, II en III van het Prijzenblad, disproportioneel is, in de zin dat dit gevolg in een niet evenredige verhouding staat tot de doelen die worden nagestreefd met deze voorschriften. In alinea 43 van haar schriftelijke reactie en ook ter zitting heeft de Politie uitgelegd dat de bedragen die inschrijvers dienden in te vullen in deze drie tabbladen uitsluitend dienen ter verstrekking van inzicht in de totstandkoming van de aanneemsom. Op die tabbladen worden door de inschrijvers de personeelskosten (tabblad I), de verwachte omzet (tabblad II) en de overige kosten (tabblad III) ingevuld. Al die ingevulde gegevens tezamen leiden automatisch tot de aanneemsommen per perceel met twee cijfers achter de komma, weergegeven op tabblad IV. Die automatisch op twee cijfers achter de komma afgeronde aanneemsom vormt vermeerderd met de door de inschrijvers ingevulde fruitprijs de inschrijfprijs. En blijkens paragraaf 2.1 van de Inschrijfleidraad wordt uitsluitend de inschrijfprijs beoordeeld, en niet de prijzen die zijn ingevuld op de tabbladen I, II en III. Daaraan heeft de Politie ter zitting toegevoegd dat de inschrijfprijs is wat de Politie per perceel met de opdrachtnemer afrekent en waarop de Politie zich richt bij de beoordeling van de economisch meest voordelige inschrijving. Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan dat schending van de twee decimaleneis bij het invullen van de tabbladen I, II en III geen enkel effect heeft op de beoordeling van de inschrijvingen en ook niet op de uiteindelijk door de Politie te betalen bedragen. Er wordt immers alleen gekeken naar het automatisch afgeronde resultaat van de berekening weergegeven op tabblad IV. Van verborgen meer- of minderkosten is bij de aanneemsom dan ook geen sprake. Slechts bij de fruitprijs zou dit een rol kunnen spelen, maar de Politie heeft ter zitting onweersproken gesteld dat voor zover bij het invullen van de fruitprijs de twee decimalen-eis was geschonden de desbetreffende inschrijver(s) al is/zijn uitgesloten. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat met de twee decimaleneis en de sanctie van uitsluiting bij niet naleving daarvan ten aanzien van de in de tabbladen I, II en III in te vullen gegevens geen enkel met het oog op het waarborgen van eerlijke mededinging te dienen doel is gediend. Die eis alsook de voorgeschreven sanctie op niet naleving daarvan zijn daarom, zoals de Politie terecht heeft betoogd, voor die tabbladen disproportioneel. De eis en de sanctie zouden in dit geval immers juist tot gevolg hebben dat de eerlijke mededinging wordt geschaad, omdat op basis daarvan de inschrijvingen van vijf van de zeven inschrijvingen terzijde zouden moeten worden gelegd. Aannemelijk is dat de Politie dan (wederom) zal overgaan tot het opnieuw aanbesteden van de opdracht, met alle kosten van dien. Albron wordt dan ook niet gevolgd in haar standpunt dat sprake is van willekeur of favoritisme door het buiten toepassing laten van het uitsluitingsvoorschrift ten aanzien van de tabbladen I, II en III. Het niet handhaven van gestelde eisen die niet proportioneel zijn in verhouding tot het voorwerp van de opdracht, zoals hier het geval is, kan naar voorshands oordeel niet worden aangemerkt als willekeur of favoritisme.
5.5.
Uit het voorgaande volgt reeds dat de Politie niet gehouden is om inschrijvingen terzijde te leggen enkel en alleen omdat in de tabbladen I, II en III niet aan de twee decimaleneis is voldaan. De voorzieningenrechter komt daarom niet meer toe aan de beoordeling van de door partijen ingenomen standpunten over de vraag of de evenredigheids-/proportionaliteitstoets een rol kan spelen bij de toets of de onmiddellijke uitsluiting in dit concrete geval evenredig is en of toepassing van het voorschrift en/of toepassing van een dergelijke toets ertoe heeft geleid dat de Politie in een ‘klempositie’ is komen te verkeren.
vordering tot herbeoordeling, althans het opnieuw formuleren van de gunningsbeslissing
5.6.
De voorzieningenrechter komt vervolgens toe aan het betoog van Albron dat de Politie haar uitwerking van het gunningscriterium KC-1 inhoudelijk onjuist heeft beoordeeld, althans de beoordeling van een onnavolgbare motivering heeft voorzien die de gegeven score niet kan dragen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het debat tussen partijen zich alleen nog richt op de vraag of het ontbreken van een keuzemogelijkheid in drinken de beoordeling van de inschrijving van Albron op KC-1 met ‘voldoende’ rechtvaardigt. In haar schriftelijke reactie heeft de Politie kenbaar gemaakt dat enkel het ontbreken van die keuzemogelijkheid heeft geleid tot de toegekende score. Het minder uitgebreid belichten van de eiwittransitie en de opmerking dat de beoordelingscommissie graag terug had willen zien hoe het aangeboden assortiment aansluit bij de doelstelling, was, aldus de Politie, een opmerking als feedback maar niet de grondslag voor de toekenning van de score ‘voldoende’. Albron heeft, zo begrijpt de voorzieningenrechter, daarom het hierop gebaseerde argument voor de door haar gevorderde herbeoordeling/aanpassing van de motivering laten varen.
5.7.
Vooropgesteld wordt dat aan enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van de door de Politie gehanteerde gunningscriteria niet te ontkomen valt. Dat brengt weliswaar enige spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Alleen als sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.
5.8.
Tussen partijen is niet is geschil dat het voorstel op KC-1 voor de ‘Vergaderlunch vega’ en de ‘Vergaderlunch vegan’ een keuzemogelijkheid in drinken diende te bevatten. Volgens de beoordelingscommissie ontbreekt die keuzemogelijkheid in de beantwoording van KC-1 door Albron en is haar beantwoording daarom niet volledig onderbouwd. De voorzieningenrechter acht dit niet onbegrijpelijk of inhoudelijk onjuist. Albron heeft in haar inschrijving voorbeelden opgenomen van de samenstelling van de ‘Vergaderlunch vega’ en de ‘Vergaderlunch vegan’. In die voorbeelden is steeds één drank vermeld (bij de ‘Vergaderlunch vega’ een
smoothieen bij de ‘Vergaderlunch vegan’
ice tea.). De voorbeeldlunches voldoen dus niet aan de uitgevraagde samenstelling. Immers, uit de afbeelding en de gegeven omschrijving blijkt niet dat als die voorbeeldlunch zou worden besteld er een keuzemogelijkheid in drinken is. Dat is, zo is niet in geschil, ook niet elders in het voorstel van Albron voor wat betreft de vergaderlunches vermeld.
5.9.
De voorzieningenrechter volgt Albron niet is haar stelling dat de Politie, nu Albron door ondertekening en indiening van haar inschrijving akkoord is gegaan met onder andere de in de aanbestedingsstukken opgenomen eis dat er bij de vergaderlunches een keuzemogelijkheid in dranken moet zijn, in beginsel uit dient te gaan van de juistheid van de inschrijving van Albron. Daarmee miskent Albron dat, zoals Compass terecht heeft opgemerkt, ‘de keuzemogelijkheid in drinken’ onderdeel is van het gunningscriterium KC-1 en dat de inschrijver met zijn inschrijving invulling geeft aan dat criterium om zodoende een bepaalde score te verkrijgen. Die akkoordverklaring brengt ook niet mee dat de beoordelingscommissie navraag bij Albron had moeten doen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat wanneer een inschrijver zijn inschrijving heeft ingediend, hij deze inschrijving in beginsel niet meer mag aanpassen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich daartegen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een inschrijvingen worden verbeterd of aangevuld. Daarbij dient het herstel betrekking te hebben op een eenvoudige precisering of een kennelijke materiële fout en mag een herstel er niet toe leiden dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. [1] In dit geval moet de door Albron voorgestane verduidelijking niet worden aangemerkt als een eenvoudige precisering maar als een met het gelijkheidsbeginsel strijdige aanvulling van haar inschrijving.
5.10.
Albron heeft er nog op gewezen dat kennelijk van haar werd verwacht dat zij alle in haar assortiment opgenomen dranken in haar aanbod zou opnemen. Die lezing volgt – naar objectieve maatstaven – echter niet uit de bewoordingen van paragraaf 2.2.1. Gevraagd is om een keuzemogelijkheid in dranken, hetgeen impliceert dat uit het voorstel van de inschrijver voor zover dat ziet op de vergaderlunches moet blijken dat er iets te kiezen valt. Nu vaststaat dat de inschrijving van Albron op dit punt tekortschiet, kon de beoordelingscommissie oordelen dat de beantwoording van Albron op KC-1 niet volledig is onderbouwd. Bij het oordeel van de beoordelingscommissie past volgens het beoordelingskader de score ‘voldoende’. Met de Politie is de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet hierop niet kan worden gezegd dat Albron disproportioneel negatief is beoordeeld.
Conclusie en proceskostenveroordeling
5.11.
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is er in dit geding geen aanleiding om een van de door Albron gevorderde ordemaatregelen te treffen. De vorderingen van Albron zullen dan ook worden afgewezen. Albron zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Politie, welke worden begroot op
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
totaal € 2.080,00
5.12.
Ook de vorderingen van Vitam, Compass en Food & I zullen worden afgewezen. Voor de vorderingen van Vitam geldt dat deze afstuiten op dat wat in 5.1 tot en met 5.5 is overwogen. Voor de vorderingen van Compass en Food & I geldt dat nu de Politie voornemens is de opdracht voor de percelen 1 tot en met 6 ook definitief te gunnen overeenkomstig de voorlopige gunningsbeslissing van 17 september 2025 de afwijzing van de vorderingen van Albron en Vitam meebrengt dat Compass en Food & I geen belang (meer) hebben bij toewijzing van hun vorderingen. Vitam, Compass Food & I zullen worden veroordeeld in de kosten van de Politie, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Politie als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken.
5.13.
Ondanks de afwijzing van haar vorderingen moet Albron in haar verhouding tot Compass, Appèl en Food & I worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Compass, Appèl en Food & I was immers te voorkomen dat de gunningsbeslissing zou worden ingetrokken, welk doel is bereikt. Albron zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Compass, Appèl en Food & I. De proceskosten van Compass, Appèl en Food & I worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
totaal € 2.080,00
5.14.
De door de Politie, Compass en Appèl gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.15.
Albron noch Vitam kan in hun onderlinge verhouding als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt. De kosten tussen hen zullen dan ook worden gecompenseerd.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter:
6.1.
wijst de vorderingen van Albron tegen de Politie en de vorderingen van Compass, Food & I en Vitam tegen de Politie af;
6.2.
veroordeelt Compass, Food & I en Vitam voor wat betreft de door hen ingestelde vorderingen jegens de Politie in de kosten van de Politie, tot dusver begroot op nihil;
6.3.
veroordeelt Albron in de proceskosten van zowel de Politie als Compass, Appèl en Food & I van ieder € 2.080,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Albron niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Albron € 98,00 extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
veroordeelt Albron in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten van de Politie, Compass en Appèl als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen Albron en Vitam, in die zin dat iedere van hen de eigen kosten draagt;
6.6.
verklaart de onderdelen 6.2 tot en met 6.4 van de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
EI

Voetnoten

1.HvJ EU 29 maart 2012, zaak C-599/10, ECLI:EU:C:2012:191 (SAG).