Eiseres maakte bezwaar tegen een UWV-besluit waarin zij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Het UWV besloot niet tijdig op het bezwaar, waarna eiseres beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was. Gezien de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, bepaalde de rechtbank een termijn van negen weken voor het nemen van een besluit: zes weken voor de medische beoordeling en drie weken daarna voor de beslissing.
De rechtbank legde een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, en stelde de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend. Het UWV werd opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.