ECLI:NL:RBDHA:2026:3748

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/09/671150 / FA RK 24-5814
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking intrekking verzoek wijziging geslachtsnaam minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder en stiefvader tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige, waarbij de biologische vader als belanghebbende was aangemerkt. Eerder was bepaald dat de moeder en stiefvader gezamenlijk het gezag over de minderjarige zouden uitoefenen en was een bijzondere curator benoemd.

Op 7 januari 2026 trokken de moeder en stiefvader hun verzoek tot naamswijziging in. De rechtbank kon de reden van intrekking niet vaststellen en wist niet of de minderjarige op de hoogte was van zijn biologische vader. De bijzondere curator gaf aan dat de biologische vader twijfelde aan de statusvoorlichting aan de minderjarige en vond dat de minderjarige zelf de keuze moest maken over zijn geslachtsnaam.

Door de intrekking van het verzoek achtte de rechtbank verdere beslissing niet nodig en concludeerde dat de bijzondere curator haar taak had voltooid. De rechtbank beëindigde daarom de werkzaamheden van de bijzondere curator en constateerde dat er niets meer te beslissen viel.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige is ingetrokken en de werkzaamheden van de bijzondere curator zijn beëindigd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5814
Zaaknummer: C/09/671150
Datum beschikking: 26 januari 2026

Wijziging geslachtsnaam

Beschikking op het op 13 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk,
en,

[de stiefvader],

de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de biologische vader],

de biologische vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 7 november 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de moeder samen met [de stiefvader] met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], wordt belast. Voorts is mr. D. Prins tot bijzondere curator over [minderjarige] benoemd en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de geslachtsnaamwijzing aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 7 januari 2026 van de zijde van de moeder en de stiefvader;
  • het bericht van 14 januari 2026 van de bijzondere curator, met bijlage.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Op 7 januari 2026 hebben de moeder en de stiefvader hun verzoek om de geslachtsnaam van [minderjarige] te wijzigen van ‘[geslachtsnaam 1]’ in ‘[geslachtsnaam 2]’ ingetrokken. Hoewel de rechtbank de reden hiervan niet kan vaststellen, en de rechtbank dus ook niet weet of [minderjarige] al dan niet door zijn moeder op de hoogte is gebracht van het bestaan van zijn biologische vader (statusvoorlichting), constateert zij dat er hierdoor geen verzoek meer voorligt waarop moet worden beslist.
In dat kader merkt de rechtbank op dat zij uit het bericht van 14 januari 2026 van de bijzondere curator begrijpt dat de biologische vader (en zijn partner) eraan twijfelen of [minderjarige] ervan op de hoogte is dat de stiefvader niet zijn biologische vader is. Daarnaast is de biologische vader van mening dat [minderjarige] (op den duur) zelf de keuze moet maken of hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen.
Wat daar ook van zij, door de intrekking van het verzoek van de moeder en de stiefvader is de rechtbank van oordeel dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht en dat vertegenwoordiging van [minderjarige] niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure dan ook als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank, in aanvulling op de beschikking van 7 november 2025 van deze rechtbank:
*
constateert dat er niets meer te beslissen valt;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator mr. D. Prins voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 januari 2026.