De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2024. De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de vader niet betrokken is bij de zorg en opvoeding van het kind en niet reageert op communicatie.
Het kind kampt sinds de geboorte met medische beperkingen waarvoor hulpverlening noodzakelijk is. De moeder heeft de vader meerdere malen verzocht toestemming te geven voor een medische ingreep (plaatsing van buisjes in de oren), maar de vader heeft niet gereageerd. Hierdoor moest de moeder zich al tweemaal tot de rechtbank wenden voor vervangende toestemming.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind vereist dat het gezag wordt gewijzigd, zodat de moeder tijdig noodzakelijke hulp kan organiseren. De vader is niet verschenen op de zitting en toont geen betrokkenheid. Daarom wordt het verzoek van de moeder toegewezen en krijgt zij het eenhoofdig gezag.
Het verzoek om een voorlopige voorziening voor vervangende toestemming en schorsing van het gezag van de vader wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de bodemprocedure het gezag al wijzigt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken op 26 januari 2026 door kinderrechter A.C. Olland.