ECLI:NL:RBDHA:2026:3730
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen Dublin overdracht wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, een Turkse asielzoeker, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen zijn voorgenomen overdracht aan Zwitserland op grond van de Dublinverordening. De overdracht was gepland op 26 februari 2026, nadat een eerdere overdracht op 19 februari 2026 was uitgesteld vanwege een suïcidepoging van verzoeker.
Verzoeker stelde dat de kennisgeving van de overdracht te laat was, dat er een verhoogd suïciderisico bestond en dat er onvoldoende medische begeleiding was geregeld. De minister stelde dat het vertrek vrijwillig was en dat verzoeker zelf kon bepalen of hij zou meewerken aan de overdracht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was omdat verzoeker vrijwillig kon vertrekken en geen verzetschrift had ingediend tegen eerdere beslissingen. Ook was er telefonisch contact geweest over de overdracht en was medische begeleiding geregeld. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.J. van der Veen en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen Dublin overdracht afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en vrijwilligheid overdracht.