ECLI:NL:RBDHA:2026:3704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11048318 RL EXPL 24-7595
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArtikel 7 sub d polisvoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkte toewijzing claim onder inboedelverzekering voor schade aan porselein

De zaak betreft een claim van eiseres onder haar inboedelverzekering voor schade aan drie porseleinen voorwerpen, waarvoor zij een bedrag van €14.490,- vorderde. De verzekeraar Klaverblad betwistte zowel de toedracht als de hoogte van de schade. De rechtbank liet eiseres toe bewijs te leveren over de onzorgvuldigheid van haar oom die mogelijk het tafeltje met het porselein omstootte, en over de waarde van het porselein.

Er werden twee deskundigenberichten overgelegd: één over de toedracht van de schade en één over de waarde van het porselein. De deskundige concludeerde dat het scenario van het omstoten van het tafeltje aannemelijk was, maar dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het tafeltje daadwerkelijk door de oom was omgevallen. Verder bleek het porselein eerder ondeskundig te zijn gerestaureerd, wat de waarde negatief beïnvloedde.

De deskundige taxeerde de vervangingswaarde van elk object op €500,- en de marktwaarde op €300,- per stuk, wat neerkomt op een totaal van €1.200,- tot €1.500,-. De rechtbank achtte de marktwaarde van €1.200,- passend en wees dit bedrag toe, wat slechts 8,28% van de gevorderde schadevergoeding is.

De kosten van de deskundigenrapporten werden naar rato verdeeld, waarbij eiseres 91,72% van de kosten draagt en Klaverblad 8,28%, mede vanwege het eerdere aanbod van Klaverblad om €1.000,- te vergoeden. De overige proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst een schadevergoeding van €1.200,- toe en veroordeelt partijen tot kostenverdeling van deskundigenrapporten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage
CB/b
Rolnr.: 11048318 RL EXPL 24-7595
3 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. P.J.A. van de Laar,
tegen
KLAVERBLAD SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zoetermeer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Klaverblad,
gemachtigde: mr. M.E. de Rijke.

1.De verdere procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • het tussenvonnis van 29 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • het deskundigenbericht van de heer ing. [naam 2] van 24 november 2025;
  • de conclusie na deskundigenbericht op de rol van 6 januari 2026 van [eiseres];
  • de conclusie na deskundigenbericht op de rol van 6 januari 2026 van Klaverblad.
1.2.
Omdat na het nemen van de akten op de rol van 6 januari 2026 geen verdere proceshandelingen meer te verrichten waren is vonnis bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Deze procedure gaat over de toedracht (oorzaak) van de schade aan een drietal porseleinen objecten, waarvoor [eiseres] bij Klaverblad een schadebedrag heeft geclaimd van € 14.490,= onder de inboedelverzekering, die [eiseres] bij Klaverblad had afgesloten, maar waarvan Klaverblad heeft geweigerd om voor dat bedrag een uitkering te doen. Klaverblad betwist namelijk zowel de toedracht van de schade als de hoogte van de schade.
2.2.
Vanwege de (dubbele) betwisting door Klaverblad heeft de kantonrechter, met toepassing van de hoofdregel van het bewijsrecht (artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering), [eiseres] toegelaten tot het bewijs dat (a) haar oom, [naam 1], bij het verlaten van haar woning aan de [adres] in [plaats] onzorgvuldig was, of althans onvoorzichtig, of althans zijn evenwicht verloor, waardoor hij viel en bij deze val hij zich aan het tafeltje vastpakte waarop het porselein stond als gevolg waarvan het porselein is vernield en (b) dat de schade aan het porselein € 14.490,= bedraagt (zie proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 augustus 2024).
2.3.
Wegens proceseconomische redenen heeft [eiseres] eerst door middel van een deskundigenbericht bewijs geleverd over de waarde van het porselein en daarna door middel van een tweede deskundigenbericht over de toedracht van de schade.
2.4.
Niettemin zal de kantonrechter de bewijsmiddelen in omgekeerde volgorde bespreken en beoordelen, omdat, als de toedracht van de schade niet komt vast te staan, de waarde van het porselein er niet langer toe doet.
2.5.
Bij deskundigenbericht van 24 november 2025 heeft deskundige de heer ing. [naam 2] het volgende ten aanzien van de toedracht geconcludeerd. In de eerste plaats oordeelt de deskundige dat de vraag of de oom van [eiseres] zich in de directe omgeving van het tafeltje waarop het porselein zich zou bevinden bevond, slechts kan worden aangenomen op basis van de verklaringen van de aanwezigen en de beschouwing van de fysieke omgeving van het evenement. Of daadwerkelijk het tafeltje door het vallen van de oom is omgevallen en of zich daarop op dat moment het porselein bevond is daarmee dus niet bewezen. In de tweede plaats concludeert de deskundige dat, indien het omvallen van het tafeltje de toedracht van de schade aan het porselein zou zijn geweest, het aantal scherven in zijn mening in logisch verband staat met de valhoogte, de ondergrond en het feit dat de porseleinen objecten tijdens het vallen ook elkaar raken. De deskundige merkt hierover nog op:
Dat hierbij het schadebeeld optreed[t] zoals dat te zien is op de foto’s van mevrouw [eiseres] is naar de mening van ondergetekende zeer voorstelbaar. En ook:
Ook de ter discussie staande valrichting van de scherven zijn naar de mening van ondergetekende volstrekt verklaarbaar binnen het hiervoor geschetste scenario. De scherven bevinden zich globaal binnen een valhoek van 90o van het tafelblad.
2.6.
[eiseres] heeft bij akte van 6 januari 2026 laten weten zich in het deskundigenrapport te kunnen vinden. Klaverblad heeft bij akte van gelijke datum laten weten dat het enkel ter plaatse bekijken van de omstandigheden en het interviewen van [eiseres] geen recht doet aan een gedegen onderzoek.
2.7.
De kantonrechter is van oordeel dat de bevindingen van de deskundige inderdaad grotendeels enkel gebaseerd zijn op verklaringen van partij [eiseres]. In feite concludeert de deskundige dat als het juist is dat het porselein zich op het tafeltje bevond en als dat tafeltje door de oom van [eiseres] is omgestoten, het porselein op de wijze zoals aangegeven kan zijn beschadigd.
2.8.
Uit het oogpunt van het feit dat juist bij verzekeringsovereenkomsten van beide contractpartijen een grote mate van goede trouw mag worden verondersteld, komt de kantonrechter tot het oordeel dat het in zekere zin aannemelijk kan worden geacht dat de toedracht van de schade aan het porselein is geweest dat het porselein door een invloed van buitenaf, wellicht door het omstoten van het tafeltje, van het tafeltje is gevallen en daarbij in stukken is gebroken. In die zin is het bewijs van de toedracht geleverd.
2.9.
Op 20 januari 2025 heeft deskundige de heer [naam 3] r.e. een deskundigenbericht uitgebracht over de waarde van of wel de schade aan het porselein. De deskundige heeft daarbij de volgende belangrijke constatering gedaan:
Vervolgens werd het porselein aan een onderzoek onderworpen en wel met het “blote” oog als met een 10 maal vergrotende loep en UV licht. Elk van de 3 stukken bleek op een ondeskundige wijze eerder te zijn gerestaureerd namelijk door lijmen. (….) Gelet op de aanwezige lijmresten op de breukvlakken is dit lijmen voor de datum van 09 juni 2023 gebeurd. Een exacte datum is niet te geven. Uiteraard heeft de ondeskundige restauratie betrekking tot de waarde van elk object.
2.10.
Aan de hand van de voorgaande constatering komt de deskundige tot een vervangingswaarde van elk object afzonderlijk van € 500,= per stuk, dus € 1.500,= voor het geheel en een marktwaarde van € 300,= per stuk dus € 1.200,= voor het geheel.
2.11.
Bij akte van 4 maart 2025 heeft [eiseres] betwist dat het porselein op ondeskundige wijze was gerestaureerd en laten weten niet akkoord te gaan met de waarde die de deskundige aan de stukken toekent. Bij akte van 4 maart 2025 heeft Klaverblad laten weten zich te refereren aan het oordeel van de deskundige met betrekking tot de (markt)waarde van de stukken. Ten aanzien van de taxatie door Haagsche Kunsthandel merkt Klaverblad nog wel op dat navraag haar leerde dat deze geen onderzoek heeft gedaan naar lijmresten en dat daaruit dus niet de conclusie mag worden getrokken dat er geen sprake was van een eerdere restauratie.
2.12.
De kantonrechter heeft onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de constatering dat het porselein voorafgaand aan het incident ondeskundig was gerestaureerd, hetgeen de waarde van het porselein heeft beïnvloed. Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de waarde van het porselein minimaal € 1.200,= bedroeg en maximaal € 1.500,= al naar gelang uitgegaan wordt van de markt- of de vervangingswaarde.
2.13.
In deze procedure heeft [eiseres] niet betwist dat het porselein is aan te merken als een verzameling in de zin van artikel 7 sub Pro d. van de polisvoorwaarden. Dit artikel luidt:
Wij vergoeden de marktwaarde tot maximaal 40% van de cataloguswaarde bij verzamelingen.
2.14.
Hiervoor is overwogen dat de marktwaarde van het porselein € 1.200,= bedroeg. Dat bedrag komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Voor zover Klaverblad nog heeft betoogd dat daarnaast een maximum geldt van 40% van de cataloguswaarde, had het op haar weg gelegen om aan te tonen dat 40% van de cataloguswaarde minder was dan
€ 1.200,=, maar dat heeft zij nagelaten. De slotsom van al het voorgaande is dus dat Klaverblad een bedrag van € 1.200,= als de marktwaarde van de porseleinen objecten aan [eiseres] dient te vergoeden.
2.15.
Uit het voorgaande vloeit ook voort dat [eiseres] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Van de door haar geclaimde € 14.490,= wordt slechts een bedrag van € 1.200,= toegewezen. Dat is 8,28% van hetgeen zij gevorderd heeft.
2.16.
De kantonrechter acht het billijk dat de kosten van de beide deskundigenrapportages ook in die verhouding tussen [eiseres] en Klaverblad worden gedeeld, zeker in het licht van het feit dat Klaverblad voorafgaande aan deze procedure een bedrag van € 1.000,= heeft aangeboden. Daardoor is deze procedure grotendeels onnodig gevoerd en dat in een situatie dat [eiseres] op toevoeging procedeert en de kosten van de deskundigenberichten door 's Rijks kas zijn voorgeschoten.
2.17.
De kosten van de deskundigenberichten bedroegen € 1.270,50 (incl. BTW) voor het rapport van [naam 3] en € 3.194,40 (incl. BTW) voor het rapport van [naam 2], in totaal dus € 4.464,90. Daarvan dient [eiseres] (100 – 8,28=) 91,72%, dus € 4.095,21 en Klaverblad 8,28%, dus € 369,69 te vergoeden aan 's Rijks kas, die deze kosten heeft voorgeschoten.
2.18.
De verdere proceskosten van partijen zal de kantonrechter zodanig verdelen dat elke partij de eigen proceskosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Klaverblad om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.200,=, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 januari 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
veroordeelt Klaverblad om aan 's Rijks kas te betalen een bedrag van € 369,69 voor haar aandeel in de kosten van de beide deskundigenrapporten;
3.4.
veroordeelt [eiseres] om aan 's Rijks kas te betalen een bedrag van € 4.095,21 voor haar aandeel in de kosten van de beide deskundigenrapporten;
3.5.
verdeelt de overige proceskosten zodanig tussen partijen dat elke partij de eigen proceskosten draagt;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.