ECLI:NL:RBDHA:2026:3689
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening en wijziging van machtiging tot verplichte zorg bij schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde op 11 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende machtiging tot verplichte zorg en een wijziging van een bestaande machtiging voor betrokkene, geboren in 1958, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene verblijft momenteel in een instelling en wordt vertegenwoordigd door een advocaat.
De medische verklaringen en zorgplannen tonen aan dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder paranoïde wanen en akoestische hallucinaties, wat leidt tot isolatie en frequent bellen van hulpdiensten. Ondanks ambulante zorg en medicatie is stabilisatie nog niet bereikt, waardoor opname en verplichte zorg noodzakelijk zijn.
Betrokkene verzet zich tegen opname en medicatie en vreest het verlies van haar woning. De rechtbank overweegt dat de psychiater voldoende inspanningen heeft verricht om betrokkene persoonlijk te onderzoeken, ondanks haar terughoudendheid. De verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, opname en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen om overbelasting van hulpdiensten te voorkomen.
De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de eerdere machtiging af, omdat de nieuwe machtiging voorziet in de noodzakelijke zorg. De machtiging wordt verleend voor twaalf maanden tot 11 februari 2027, met inachtneming van proportionaliteit en het bevorderen van maatschappelijke deelname en veiligheid van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende machtiging tot verplichte zorg voor twaalf maanden en wijst het verzoek tot wijziging van de eerdere machtiging af.