Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 20 oktober 2025 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep getoetst vanaf 21 januari 2026, het moment van sluiting van het onderzoek in het laatste beroep. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten hem niet erkennen als onderdaan en dat het aanvullend terugkeerbesluit van 29 december 2025 niet rechtsgeldig aan hem is bekendgemaakt. Tevens voerde hij aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn connectie met Algerije.
De rechtbank oordeelt dat het aanvullend terugkeerbesluit wel rechtsgeldig is uitgereikt, onder meer door een beëdigde tolk op 29 december 2025, en dat eiser in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. Verder is op 5 januari 2026 een laissez-passer-aanvraag naar de Algerijnse autoriteiten verzonden. De rechtbank acht het zicht op uitzetting naar Algerije aannemelijk, mede op basis van sociale media aanwijzingen. Verweerder handelt voldoende voortvarend door het voeren van vertrekgesprekken en schriftelijke rappelleringen.
De ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring en het aanvullend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.