ECLI:NL:RBDHA:2026:3647

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/09/689935 / HA RK 25-421
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 RvArt. 165 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot inzage stukken na beëindiging samenwerking vastgoedproject

Partijen, beiden actief in vastgoedontwikkeling, werkten sinds 2019 samen waarbij de verzoekers als investeerder en de verweerders als ontwikkelaar optraden. In juli 2021 werd de samenwerking telefonisch en per e-mail beëindigd, waarbij partijen afspraken maakten over de afwikkeling van lopende zaken.

De verzoekers vroegen inzage in correspondentie en projectadministratie om een mogelijke vordering wegens wanprestatie of onrechtmatige daad te onderbouwen, omdat de verweerders het project met een derde partij voortzetten. De verweerders betwistten dit en stelden dat de samenwerking in onderling overleg was beëindigd en dat de verzoekers onvoldoende belang hadden bij het inzageverzoek.

De rechtbank oordeelde dat de verzoekers onvoldoende belang hadden omdat de beëindiging van de samenwerking bindend was en niet was gesteld dat sprake was van wilsgebrek of onrechtmatig handelen door de verweerders. Het verzoek tot inzage werd daarom afgewezen en de verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot inzage van stukken wordt afgewezen wegens onvoldoende belang van de verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/689935 / HA RK 25-421
Beschikking van15 januari 2026
in de zaak van

1.[verzoekers sub 1] te [woonplaats 1],2. [verzoekers sub 2] B.V. te [vestigingsplaats 1],

verzoekers,
hierna samen te noemen: [verzoekers],
advocaat: mr. M.H. Van Hooft,
tegen

1.[verweerders sub 1] te [woonplaats 2],

2.
[verweerders sub 2] B.V.te [vestigingsplaats 2],
verweerders,
hierna samen te noemen: [verweerders],
advocaat: mr. M.H.D. Scholten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het op 11 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 9;
  • de e-mail van 1 september 2025 van mr. Scholten;
  • de op 20 november 2025 ontvangen akte vermeerdering verzoek, met producties 10 tot en met 15;
  • het op 25 november 2025 ontvangen verweerschrift, met producties 1 tot en met 4.
1.2.
Op 4 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van deze zaak plaatsgevonden, daarbij hebben beide partijen spreekaantekeningen overgelegd. De spreekaantekeningen van [verzoekers] bevatten een vermeerdering van het aanvankelijk verzochte. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekers] deze vermeerdering weer ingetrokken.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
[verzoekers sub 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [verzoekers sub 2] B.V., [verweerders sub 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [verweerders sub 2] B.V. Vanaf 2019 hebben partijen meerdere vastgoed-ontwikkelprojecten samen uitgevoerd, waarbij [verzoekers] doorgaans als investeerder optrad, [verweerders] als ontwikkelaar.
2.2.
Op 10 juli 2020 hebben [verzoekers] en [verweerders] een overeenkomst met elkaar gesloten met betrekking tot het [project] (hierna: het Project). Daarbij verbond [verzoekers] zich aan het project als investeerder en werd [verweerders] als ontwikkelaar belast met het projectmanagement.
2.3.
Op 7 juli 2021 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden tussen [verzoekers] en [verweerders]. Naar aanleiding van dat contact zijn de onderstaande e-mails uitgewisseld.
2.4.
Op 7 juli 2021 om 12:57 heeft [verzoekers sub 1] gemaild aan [verweerders sub 1]:
[verweerders sub 1]
Ik ben in shock na ons telefoontje van vanmorgen. Ik had het idee dat jij het zelfde dacht over het nakomen van afspraken als ik. Helaas blijkt dat niet het geval. Ik zal in ieder geval mijn conclusies trekken.
Ik neem je dit ernstig kwalijk.
[verzoekers sub 1]
2.5.
Op 7 juli 2021 om 13:57 heeft [verweerders] het volgende geantwoord aan [verzoekers]:
Hoi [verzoekers sub 1],
Volgens mij overdrijf je. Tegelijkertijd baal ik er steeds meer van hoe het gaat. Bv die Range
Rover die nu gefinancierd is omdat jij nog geld van [naam 1] krijgt en je de RR vervolgens ook nog op het lijstje zet als te verrekenen met jou. Ik hoop dat je begrijpt dat ik dat waardeloos vind.
Volgens mij kunnen we er maar beter een punt achter zetten en schoon schip maken.
Voor de toekomst kunnen we dan altijd weer nieuwe (en betere!) afspraken maken.
Volgens het laatste overzicht is het saldo [naam 2] € 33.291,87 excl. Range Rover en incl. schuur.
Ik stel het volgende voor:
 Ik betaal die € 33.291,87 terug;
 Ik crediteer de nog openstaande facturen;
 Jij zorgt dat die schuur afgebouwd wordt;
 Ik neem de Range Rover incl. financiering over;
 Alle overige afspraken vervallen.
Ik hoor het wel.
2.6.
Op 7 juli 2021 om 15:45 heeft [verzoekers sub 1] het volgende geantwoord aan [verweerders sub 1]:
[verweerders sub 1],
Dat is akkoord met de volgende aantekeningen:
-overnemen financiering moet met [naam 1]. Die vindt dat prima.
-Schuur is volgens offerte (120excl.), evt. meerwerk is niet inclusief
-De laatste betaling (door NieuwID Vastgoed ad € 9075, factuur F0071) wordt niet alleen
gecrediteerd maar ook terugbetaald. Deze was door jou niet meegerekend.
-betaling per direct op [rekeningnummer], [verzoekers sub 1], als terugbetaling van het bedrag dat is [sic] in 2020 van deze rekening betaald heb.
Groet
[verzoekers sub 1]
2.7.
Op 8 juli 2021 om 09:58 uur heeft [verzoekers sub 1] het volgende verstuurd aan [verweerders sub 1]:
Goedemorgen [verweerders sub 1],
[…]
Mbt de projecten waarover we tot gisteren afspraken hadden zijn alle afspraken vervallen. Dat heeft concreet als gevolg:
-Bredeweg zal ik zelf oppakken, als er gesprekken gepland staan hoor ik het graag;
-Hardinxveld zal ik zelf oppakken, graag hoor ik of je bereid bent een offerte te maken voor het ontwikkelingstraject. Zal nog even duren zoals je weet dus daar is ruim de tijd voor;
-Moerkapelle zal ik je niet voor de voeten lopen;
-Aanspraken door mij op Ouderkerk en Moerkapelle zijn vervallen, aanspraken door jou op Moerkapelle en Hardinxveld zijn vervallen.
Als ik verder dingen mis hoor ik het graag.
Groet
[verzoekers sub 1]
2.8.
Na het uitvoeren van de hiervoor vermelde per e-mail gemaakte afspraken hebben [verzoekers] en [verweerders] niet meer met elkaar samengewerkt.
2.9.
[verweerders] heeft het Project verder met [bedrijfsnaam] uitgevoerd.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekers] verzoekt, na wijziging van zijn verzoek, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
- [verweerders] te bevelen om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoekers] inzage te geven, althans afschrift te verstrekken, van de volgende gegevens:
- alle correspondentie (waaronder e-mails, brieven, sms-berichten, WhatsApp-berichten en andere vormen van elektronische communicatie) tussen [verweerders] en [bedrijfsnaam], dan wel met aan [bedrijfsnaam] gelieerde partijen, die betrekking heeft op het Project, tot en met juli 2021;
- de volledige projectadministratie met betrekking tot het Project;
  • te bepalen dat [verweerders] bij gebreke van volledige nakoming van het verzochte een dwangsom verbeurt van € 1.000,– per dag of gedeelte daarvan dat hij in gebreke blijft aan deze beschikking te voldoen, met een maximum van € 100.000,-;
  • [verweerders] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met nakosten;
subsidiair verzoekt [verzoekers] inzage in de volgende gegevens:
- alle correspondentie (waaronder e-mails, brieven, sms-berichten, WhatsApp-berichten en andere vormen van elektronische communicatie) tussen [verweerders] enerzijds en [naam 3]/[bedrijfsnaam] anderzijds over de periode 1 mei 2019 tot en met 8 juli 2021 met betrekking tot de totstandkoming van hun afspraken;
- alle overeenkomsten tussen [verweerders] en [bedrijfsnaam];
- alle facturen, bonnetjes en betaalbewijzen uit de projectadministratie;
- alle inkooporders, offertes en kostenramingen uit de projectadministratie;
- alle interne notities of e-mails uit de projectadministratie waarin besluiten over financiële verplichtingen of investeringskeuzes zijn vastgelegd.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoekers] het volgende ten grondslag gelegd. [verweerders] heeft op 7 juli 2021 telefonisch eenzijdig en onverwacht de samenwerking met [verzoekers] gestaakt en is met een andere partij, [bedrijfsnaam], verder gegaan met het Project. Naar aanleiding van deze telefonische mededeling heeft [verzoekers] afspraken gemaakt met [verweerders] over het beëindigen alle lopende zaken tussen hen. [verzoekers] ziet nu in dat hij te ruimhartig is geweest bij het maken van afspraken met [verweerders], want door de eenzijdige beëindiging heeft [verzoekers] schade geleden. De manier waarop [verweerders] het Project met [bedrijfsnaam] heeft uitgevoerd in plaats van met [verzoekers] maakt dat [verweerders] mogelijk schadeplichtig is jegens [verzoekers]. Daarom is [verzoekers] voornemens een vordering in te stellen tegen [verweerders]. Om de haalbaarheid van die vordering te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dat [verzoekers] kan vaststellen wat de motieven waren voor de beëindiging van de samenwerking, welke afspraken [verweerders] en [bedrijfsnaam] met elkaar hebben gemaakt en wat de opbrengsten zijn van het Project die [verzoekers] is misgelopen.
3.3.
[verweerders] voert verweer tegen het verzoek. Dat verweer wordt, voor zover relevant, bij de beoordeling besproken.

4.De beoordeling

Beoordelingskader inzageverzoek
4.1.
Voor een recht op afschrift moet op grond van artikel 194 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (1) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (2) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (3) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (4) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken. Als degene die informatie van een ander verlangt aan deze voorwaarden voldoet, kan de rechter een daartoe strekkende vordering alleen afwijzen als (a) degene die over de gegevens beschikt een verschoningsrecht als bedoeld in artikel 165 lid 2 Rv Pro toekomt of (b) gewichtige redenen zich tegen het geven van een afschrift verzetten (artikel 195 lid 1 Rv Pro in samenhang met artikel 194 lid 2 Rv Pro).
Beoordeling inzageverzoek
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoekers] onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek. Daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
[verzoekers] baseert zijn voorgenomen vordering op [verweerders] op een mogelijk wanpresteren, dan wel onrechtmatige handelen door [verweerders], met betrekking tot de beëindiging van de samenwerking. Als verweer voert [verweerders] onder meer aan dat [verzoekers] onvoldoende belang heeft bij de verzochte stukken omdat de beoogde vordering geen kans van slagen heeft. Daartoe voert hij aan dat het [verzoekers] is geweest die de samenwerking heeft doen eindigen door niet langer te kunnen of willen investeren in het Project en door alle lopende afspraken te laten vervallen. Dat blijkt volgens [verweerders] ook uit de e-mailwisseling van 7 en 8 juli 2021. [verweerders] betwist dat hij voorafgaand aan de e-mailwisseling (telefonisch) zou hebben medegedeeld de samenwerking met [verzoekers] op te zeggen, in tegendeel, partijen hebben volgens [verweerders] juist in onderling overleg afspraken gemaakt ‘om er een punt achter te zetten’. Daarbij komt dat [verzoekers] al voor juli 2021 op de hoogte was van de mogelijk toekomstige betrokkenheid van [bedrijfsnaam] bij het Project, hetgeen e-mailcorrespondentie tussen hen van voor die periode.
4.4.
Het verweer van [verweerders] slaagt. Uit de e-mails van 7 en 8 juli 2021 blijkt dat partijen afspraken hebben gemaakt om een einde te maken aan hun samenwerking. Uit niets blijkt dat [verzoekers] op dat moment de samenwerking wilde voortzetten. Het door [verweerders] gedane voorstel over de afwikkeling van de samenwerking is door [verzoekers] met enkele kanttekeningen akkoord bevonden. [verzoekers] heeft niet betwist dat partijen vervolgens deze afspraken hebben uitgevoerd en dat zij daarna niet meer met elkaar hebben samengewerkt. [verzoekers] stelt nu, enkele jaren later, dat hij “te ruimhartig” is geweest bij het maken van deze afspraken. Naar het oordeel van de rechtbank doet dit evenwel niet af aan de geldigheid van die afspraken. [verzoekers] en [verweerders] zijn professioneel handelende partijen; niet gesteld of gebleken is dat bij het beëindigen van de samenwerking sprake is geweest van een niet met de wil overeenstemmende verklaring dan wel van een wilsgebrek. [verzoekers] heeft ook geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen volgen dat [verweerders], ondanks een bindende beëindiging van de samenwerking, (niettemin) onrechtmatig zou hebben gehandeld door een samenwerking aan te gaan met [bedrijfsnaam]. Bij deze stand van zaken is de rechtbank dan ook van oordeel dat een vordering door [verzoekers] jegens [verweerders] op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad geen kans van slagen zal hebben. Dat heeft tot gevolg dat [verzoekers] onvoldoende belang heeft bij de door hem verzochte voorlopige bewijsverrichting.
4.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek van [verzoekers] zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.6.
Omdat [verzoekers] in het ongelijk is gesteld wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [verweerders]. De kosten aan de zijde van de [verweerders] worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris gemachtigde € 1.196,00 (2 punten x tarief II € 598,00)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.088,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzoek af;
5.2.
veroordeelt [verzoekers] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.088,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekers] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en deze beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoekers] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
2184