ECLI:NL:RBDHA:2026:3642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht wegens voldoende voortvarendheid minister
Eiser is op 8 februari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de verwijdering uit Nederland, verwijzend naar een eerdere bewaring vanaf 15 oktober 2025 en het vertrekgesprek van 12 februari 2026.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere bewaring inmiddels is opgeheven en dat de maatregel van 8 februari 2026 geldig is. Het vertrekgesprek vond plaats op de vierde dag van de bewaring en betrof een daadwerkelijke handeling gericht op vertrek. Tevens is een aanvraag voor een laissez-passer ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten, met herhaalde rappels.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en ziet geen onrechtmatigheid in de maatregel van bewaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.