Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
11948748 RP VERZ 25-50901
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 lid 1 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens schending zerotolerancebeleid bij Albert Heijn

De werknemer was sinds juni 2019 in dienst bij Albert Heijn als shiftleider. Op 1 september 2025 werd hij op staande voet ontslagen omdat hij meerdere keren zonder toestemming producten had genuttigd zonder daarvoor te betalen. De werknemer erkende dit, maar stelde dat er een afwijkende afspraak bestond met een voormalige manager waardoor hij gerechtigd zou zijn geweest tot een maaltijdvergoeding tijdens de avondshift.

De kantonrechter oordeelde dat het zerotolerancebeleid duidelijk was gecommuniceerd aan alle werknemers, waaronder de werknemer in een leidinggevende functie. De vermeende afwijkende afspraak kon niet worden vastgesteld omdat de betreffende manager haar verklaring had ingetrokken. Zelfs als die afspraak had bestaan, had de werknemer dit moeten verifiëren bij zijn huidige leidinggevende.

Het ontslag werd als rechtsgeldig beoordeeld omdat er sprake was van een dringende reden, het ontslag onverwijld was gegeven en bevestigd per brief. De kantonrechter vond het ontslag proportioneel, mede omdat de werknemer slechts tien uur per week werkte en vermoedelijk niet volledig afhankelijk was van dit inkomen. De verzoeken van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet van de werknemer wegens het zonder betaling nuttigen van producten is rechtsgeldig verklaard en het verzoek tot vernietiging afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 11948748 RP VERZ 25-50901
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 4 februari 2026
in de zaak van:
[partij A] ,
wonende te Hoofddorp,
verzoekende partij in de zaak van het verzoek,
verwerende partij in de zaak van het voorwaardelijke tegenverzoek,
hierna te noemen: “ [partij A] ”,
gemachtigde: mr. A. Cav,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Albert Heijn B.V.,
gevestigd te Zaandam,
verwerende partij in de zaak van het verzoek,
verzoekende partij in de zaak van het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: “Albert Heijn”,
gemachtigde: mr. R.M. Taal en mr. E.B. Hoebens.
Op 4 februari 2026 zijn voor mr. A.J. Japenga, kantonrechter, en mr. J. van de Burgt, griffier, ter zitting verschenen:
  • [partij A] in persoon, bijgestaan door mr. A. Cav;
  • [naam 1] en [naam 2] namens Albert Heijn, bijgestaan door mr. R.M. Taal en mr. E.B. Hoebens.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht, beide partijen mede aan de hand van een pleitnota. In dit proces-verbaal wordt alleen de mondelinge uitspraak weergegeven. Van wat op de zitting door of namens partijen naar voren is gebracht, zijn door de griffier afzonderlijk aantekeningen gemaakt.
Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen de hieronder vermelde mondelinge uitspraak gedaan.

1.Gronden van de beslissing

1.1.
[partij A] is sinds 13 juni 2019 in dienst bij Albert Heijn, laatstelijk in de functie van shiftleider.
1.2.
Op 1 september 2025 is [partij A] door Albert Heijn op staande voet ontslagen, omdat hij meermaals zonder toestemming producten van Albert Heijn heeft genuttigd zonder voor deze producten te betalen.
1.3.
Beoordeeld dient te worden of sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. In de eerste plaats dient daartoe de vraag te worden beantwoord of sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW Pro. Bij die beoordeling moeten volgens vaste jurisprudentie alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard van de arbeidsovereenkomst, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.
1.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, nu sprake is van een dringende reden, het ontslag onverwijld is gegeven en ook per brief aan [partij A] is bevestigd. De kantonrechter komt tot dat oordeel als volgt. Als dringende reden heeft Albert Heijn aan het ontslag ten grondslag gelegd dat [partij A] meermaals zonder toestemming producten van Albert Heijn heeft genuttigd zonder voor deze producten te betalen. Dat heeft [partij A] ook erkend, maar hij stelt zich op het standpunt dat hij in de veronderstelling was dat dit was toegestaan. In dat kader stelt [partij A] dat er binnen de vestiging van Albert Heijn een afwijkende afspraak is gemaakt met de toenmalige manager, [naam 3] , op grond waarvan [partij A] gerechtigd zou zijn om tijdens de avondshift een maaltijd af te boeken tegen een reëel bedrag. [partij A] beroept zich feitelijk op een schaduwbeleid.
1.5.
[partij A] erkent dus dat hij heeft gehandeld in strijd met het door Albert Heijn gehanteerde zerotolerancebeleid. Naar het oordeel van de kantonrechter had [partij A] van dat beleid op de hoogte moeten en kunnen zijn. Het staat buiten kijf dat het zerotolerancebeleid met alle werknemers is gecommuniceerd en dat zij daar van op de hoogte zijn. In dat kader is door Albert Heijn verwezen naar de Ahold Delhaize Ethische Code en de Winkelspelregels, die ook in de kantine hangen. Dit geldt te meer nu [partij A] werkzaam was als shiftleider, een leidinggevende en verantwoordelijke functie, reden waarom er ook meer van [partij A] mocht worden verwacht. [partij A] heeft een groot risico genomen door toch meerdere keren producten te nuttigen zonder daarvoor te betalen. Dat [partij A] een afwijkende afspraak zou hebben gemaakt met zijn toenmalige leidinggevende is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet komen vast te staan. Het verweer van [partij A] steunt namelijk op de verklaring van [naam 3] , die deze verklaring later weer heeft ingetrokken. Daar komt bij dat, zelfs al zou dat wel zijn komen vast te staan en er dus een schaduwbeleid zou zijn, ook dan sprake is van een dringende reden. [partij A] had bij zijn huidige leidinggevende moeten checken of hij, in afwijking van de regels, gebruik mocht maken van de maaltijdvergoeding en vast staat dat hij dat niet heeft gedaan. Albert Heijn hanteert een zerotolerancebeleid. [partij A] heeft in strijd met dat beleid gehandeld, dus is sprake van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.
1.6.
Albert Heijn hoefde [partij A] evenmin een waarschuwing te geven nu uit het zerotolerancebeleid heel duidelijk volgt dat een ontslag op staande voet de sanctie zou zijn indien dat beleid niet wordt nageleefd. De kantonrechter is verder van oordeel dat het ontslag op staande voet ook proportioneel is. De persoonlijke omstandigheden van [partij A] , wat daar verder ook van zij, zijn geen zaken die een ander gewicht in de schaal leggen. Daar komt ook bij dat [partij A] maar 10 uur per week werkte en de kantonrechter er vanuit gaat dat hij niet enkel afhankelijk is van dit inkomen.
1.7.
Dit betekent dat de verzoeken van [partij A] worden afgewezen. Aan het voorwaardelijk tegenverzoek wordt om die reden niet toegekomen.
1.8.
[partij A] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Albert Heijn worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 865,00
- nakosten €
144,00
Totaal € 1.009,00
1.1.
Albert Heijn maakt aanspraak op de wettelijke rente over de proceskosten, indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na betekening van de beschikking zijn voldaan. De kantonrechter zal de wettelijke rente toewijzen.

2.Beslissing

De kantonrechter:
2.1.
wijst de verzoeken van [partij A] af;
2.2.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van Albert Heijn begroot op € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
2.3.
veroordeelt [partij A] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van de beschikking zijn voldaan;
2.4.
verklaart deze uitspraak ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door kantonrechter mr. A.J. Japenga en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Waarvan proces-verbaal,
de kantonrechter