ECLI:NL:RBDHA:2026:3598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending familie- en gezinsleven bij terugkeerbesluit
Eiser, van Senegalese nationaliteit, verbleef illegaal in Nederland en werd geconfronteerd met een maatregel van bewaring en een terugkeerbesluit naar Senegal. Hij voerde aan dat hij een beschermenswaardig familie- en gezinsleven heeft met zijn partner en minderjarig kind, die in Spanje wonen, en dat het terugkeerbesluit en de bewaring daarmee in strijd zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser het bestaan van het gezinsleven voldoende had onderbouwd met documenten en foto’s, en dat de minister dit niet langer betwistte. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom een minder ingrijpende maatregel niet volstond en waarom het terugkeerbesluit niet in strijd zou zijn met het familie- en gezinsleven, mede omdat het kind de Spaanse nationaliteit heeft en een afgeleid verblijfsrecht op grond van het Unierecht kan ontlenen.
De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte verlangde dat het kind de vader in Senegal zou bezoeken, wat het recht op vrij verkeer en verblijf van het kind zou aantasten. Omdat eiser pas op 18 februari 2026 aanvullende stukken over het gezinsleven had ingediend, was de maatregel van bewaring vanaf die datum onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 20 februari 2026, kende een schadevergoeding toe voor drie dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf 18 februari 2026 en wordt opgeheven, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.