ECLI:NL:RBDHA:2026:3593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlening omgevingsvergunning dakopbouw in beschermd stadsgezicht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vergroten van een woning door het maken van een dakopbouw. De aanvraag dateert van 28 februari 2022 en het college verleende de vergunning op 17 augustus 2022. Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder strijd met de anti-dubbeltelbepaling, het bestemmingsplan en de bouwverordening, en schending van redelijke eisen van welstand.
De rechtbank oordeelt dat het college de vergunning mocht verlenen. Hoewel het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd was ten aanzien van de anti-dubbeltelbepaling, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eisers in beroep alsnog hun standpunten konden toelichten en deze niet slaagden. De anti-dubbeltelbepalingen verhinderen niet dat meerdere vergunningen voor hetzelfde perceel worden verleend zolang er geen extra bouwmogelijkheden ontstaan.
Ten aanzien van de welstandstoetsing concludeert de rechtbank dat het college terecht is uitgegaan van een individuele beoordeling van het pand en dat het welstandsadvies zorgvuldig tot stand is gekomen. De dakopbouw sluit aan bij de historische bebouwing en het beschermde stadsgezicht. De argumenten van eisers, waaronder een contra-expertise, zijn onvoldoende om het welstandsadvies te verwerpen. De rechtbank wijst het beroep af, maar veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten vanwege het geconstateerde gebrek in de motivering.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.