Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het college
[derde-partij]uit [woonplaats 2] .
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908) is geen nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning nodig als de wijziging van het bouwplan van ondergeschikte aard is. Naar het oordeel van de rechtbank was in het nu voorliggende geval wijziging van de aanvraag met het oog op splitsing van de woning in twee woningen geen wijziging van ondergeschikte aard. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat toevoeging van een woning in strijd was met artikel 14.4.1, aanhef en onder d, van het bestemmingsplan, en dat dus alsnog getoetst zou moeten worden aan artikel 14.6.2 van het bestemmingsplan, dat de toetsingsgronden bevat voor afwijking van het vereiste in artikel 14.4.1, aanhef en onder d, van het bestemmingsplan.
Gelet op het voorgaande heeft het college terecht het standpunt ingenomen dat de voorgenomen splitsing niet kon worden betrokken in de lopende bezwaarprocedure, en dat eiser voor de splitsing een nieuwe aanvraag moest indienen.
Hoe nu verder?
Wel brengt het feit dat het pand ligt binnen de bestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – Bouwwerken – Monumentaal’ op grond van de beheersverordening “Cultuurhistorie” met zich dat de bepalingen in artikel 2 van Pro die beheersverordening op het bouwplan van toepassing zijn. Bij een eventuele nieuwe aanvraag zal dan ook aan die bepalingen moeten worden getoetst
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.