ECLI:NL:RBDHA:2026:3574

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
SGR 24/6721
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8 Bouwbesluit 2012Art. 3.9 WaboArt. 3:2 AwbArt. 7:11 AwbArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit omgevingsvergunning warmtepomp wegens onzorgvuldige besluitvorming

Eisers vroegen op 26 mei 2023 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een warmtepomp met geluiddempende omkasting op hun woning. Het college verleende de vergunning op 16 augustus 2023, maar verklaarde later het bezwaar van derde-partijen gegrond en herzag het besluit. Eisers gingen hiertegen in beroep.

De rechtbank oordeelt dat het college een onvolledige beslissing op bezwaar heeft genomen en het besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:11 van de Awb. Het college had nader onderzoek moeten verrichten en aanvullende informatie moeten opvragen.

Na overleg en aanvullende berekeningen concludeert de rechtbank dat de warmtepomp voldoet aan de geluidsnorm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, verklaart het bezwaar van derde-partijen ongegrond en treedt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit. Het college moet het griffierecht aan eisers vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van derde-partijen ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6721

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[eisers sub 1] en [eisers sub 2], te [woonplaats], eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

(gemachtigde: mr. S.V. Benjamin).
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:
[derde-partij 1] en [derde-partij 2],uit [woonplaats].

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning aan eisers voor het plaatsen van een warmtepomp met geluiddempende omkasting op het platte dak van de aanbouw aan de woning [adres] in [plaats]. Derde-partijen hebben een bezwaarschrift ingediend tegen de verlening van de omgevingsvergunning en het college heeft het bezwaar gegrond verklaard. Eisers zijn het hier niet eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een onvolledige beslissing op bezwaar heeft genomen en dat het bestreden besluit ook niet zorgvuldig is voorbereid. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 26 mei 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een warmtepomp met geluiddempende omkasting op het platte dak van de aanbouw aan hun woning [adres] in [plaats]. Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Bij besluit van 12 juni 2024 heeft het college het bezwaar van derde-partijen tegen de verlening van de omgevingsvergunning gegrond verklaard.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 12 juni 2024. Op verzoek van de rechtbank heeft het college een reactie ingediend op het door eisers overgelegde rapport van 18 juli 2024 van [adviesbureau]. Derde-partijen hebben ook schriftelijk gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 september 2025 op zitting behandeld.
[eisers sub 2] is verschenen, bijgestaan door [naam 1]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 2]. Derde-partijen zijn verschenen.
2.3.
Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst, zodat [naam 1] de specificaties van fabrikant Remeha, waaruit blijkt dat de warmtepomp (type 8) een geluidvermogenniveau van 67 dB heeft, kan indienen. Het college is in de gelegenheid gesteld om een berekening in te dienen op grond van deze specificaties, en eisers en
derde-partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op de berekening.
2.4.
[naam 1] heeft op 11 september 2025 de specificaties van de warmtepomp ingediend. Het college heeft zijn berekening op 22 september 2025 ingediend. Eisers hebben op 3 november 2025 op de berekening gereageerd.
2.5.
Partijen hebben desgevraagd geen gebruik gemaakt van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
3. Het college heeft in het bestreden besluit verwezen naar het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften (Acb). Volgens het advies van de Acb is niet gebleken dat de vergunde warmtepomp met omkasting voldoet aan de grenswaarde van 40 dB als bedoeld in artikel 3.8 van het Bouwbesluit 2012. Uit de controleberekening van het college blijkt dat de maximale geluidsbelasting van 40 dB voor de avond-/nachtperiode wordt overschreden.

Overgangsrecht

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om de omgevingsvergunning voor het plaatsen van de warmtepomp is op 26 mei 2023 – en dus vóór 1 januari 2024 – ingediend, zodat de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Toetsingskader
4.1.
Op grond van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 mag een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, op de perceelsgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB veroorzaken, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.
4.2.
Op grond van artikel 3.11, eerste lid, van de Regeling Bouwbesluit 2012 (de Regeling) wordt, waar in artikel 3.8, tweede lid, en artikel 3.9, derde lid, van het besluit wordt verwezen naar de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, bedoeld de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999, internetuitgave 2004. Op grond van het tweede lid van deze bepaling, wordt bij de toepassing van het eerste lid voldaan aan de in bijlage VIII van deze regeling opgenomen nadere voorschriften.
4.3.
In bijlage VIII, behorende bij artikel 3.11, tweede lid, van de Regeling, onder c, is bepaald dat indien een installatie een afzonderlijke instelling heeft voor de avond- en nachtperiode (19:00 - 7:00 uur), het gemeten geluidsniveau in de dagperiode (7:00 - 19:00 uur) wordt gecorrigeerd met -5 dB.
4.4.
Onder d, van vorenbedoelde bijlage is, voor zover hier van belang, bepaald dat
een tonaliteitscorrectie wordt bepaald van 0 dB naar 6 dB met stappen van 1 dB.
Wordt aan de norm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 voldaan?
5. Eisers betogen dat aan de geluidsnorm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 voor de dag-, avond- en nachtperiode wordt voldaan. Ter onderbouwing hebben eisers een rapport van 18 juli 2024 van [adviesbureau] overgelegd, waarin op de door het college gemaakte berekening van de geluidsbelasting wordt gereageerd. Volgens het rapport is het college ten onrechte uitgegaan van een geluidvermogenniveau (Lwa) van de warmtepomp van 70 dB, in plaats van een geluidvermogenniveau van 67 dB. Het college gaat er in zijn berekening verder ten onrechte van uit dat de warmtepomp richting de andere gevel staat te blazen. De warmtepomp blaast evenwijdig aan de gevel uit. Verder zijn de zijkanten van de geluidsomkasting geheel dicht en dempen dus meer dan de voor- en achterkant van de omkasting. Gelet hierop is de geluidsbelasting nog lager, aldus eisers.
De in bezwaar gemaakte heroverweging
6. De Acb heeft in het bestreden besluit geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren en de omgevingsvergunning te herroepen. Op zitting heeft het college toegelicht dat de omgevingsvergunning bij het bestreden besluit bewust niet is herroepen vanwege twijfel over de vraag of de omgevingsvergunning kon worden verleend. Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning was niet zorgvuldig genomen, maar een nieuw besluit kon niet worden genomen op basis van de beschikbare informatie, aldus het college.
6.1.
Gelet op de toelichting van het college vat de rechtbank het bestreden besluit op als een beslissing op bezwaar, die verwijst naar een toekomstig besluit. Dat levert strijd op met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat daarmee geen sprake is van een volledige heroverweging van de in bezwaar bestreden omgevingsvergunning. Gelet op de vaststelling van het college dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid met betrekking tot de verrichten toets aan artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012, had het naar aanleiding van het bezwaar nader onderzoek moeten verrichten. Voor zover nadere informatie van vergunninghouders daarvoor noodzakelijk was, had het college die moeten opvragen. Het bestreden besluit is in zoverre ook niet zorgvuldig voorbereid en daarmee in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb. Het beroep is om die reden gegrond.
Hangende beroep gemaakte berekening van de geluidsbelasting
7. Op zitting heeft de rechtbank met partijen besproken welke informatie nodig is om te toetsen aan artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 en op welke wijze die toetsing moet worden verricht. Daaruit is naar voren gekomen dat partijen het erover eens zijn dat de door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde rekentool van LBP Sight kan worden gehanteerd om vast te stellen of de geluidsbelasting van de warmtepomp van eisers op de erfgrens de maximale geluidsnorm overschrijdt.
7.1.
[naam 1] heeft namens eisers na de zitting de specificaties van de warmtepomp van fabrikant Remeha ingediend. Het college heeft in zijn reactie op deze specificaties aangegeven dat het geluidvermogenniveau inderdaad 67 dB in plaats van
70 dB bedraagt. Het college heeft op basis van deze informatie nieuwe berekeningen gemaakt en de resultaten daarvan toegelicht in een e-mailbericht met bijlagen van
22 september 2025. Het college concludeert dat wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidsbelasting op de perceelgrens. Eisers hebben zich in hun reactie op de nieuwe berekeningen aangesloten bij deze conclusie van het college.
7.2.
Derde-partijen hebben geen reactie gegeven op de nieuwe berekeningen. Op zitting hebben zij over te gebruiken invoergegevens voor een berekening het standpunt ingenomen dat moet worden uitgegaan van een tonale toeslag van 5 dB in plaats van 3 dB. Op zitting heeft het college daarover gesteld dat de tonale toeslag forfaitair 3 dB bedraagt en dat voor een hogere toeslag slechts aanleiding is, indien dit uit door de fabrikant verstrekte gegevens over de warmtepomp blijkt. Gelet op de toelichting op de rekenmodule [1] , waaruit volgt dat gegevens over tonale toeslag moeten worden opgevraagd bij de leverancier van de buitenunit en op onderdeel d van bijlage VIII, volgt de rechtbank het college in dit standpunt. Derde-partijen hebben niet onderbouwd dat in dit geval van een hogere tonale toeslag dan 3 dB moet worden uitgegaan.
7.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college in beroep alsnog heeft onderbouwd dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:11 van de Awb is genomen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Omdat uit de in beroep overgelegde berekeningen van het college blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar van derde-partijen ongegrond te verklaren en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van derde-partijen ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.B. Brandwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
9 februari 2026.
griffier rechter
de griffier is verhinderd te tekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Handleiding rekentool geluid warmtepompen en airco's, p. 12 (https://open.overheid.nl/documenten/ronl-a24c252b-5195-4035-b2cd-2d184e34e3f8/pdf).