Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 30 december 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Eiser betoogt dat de overheid niet voortvarend handelt, geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn, en dat een lichter middel zoals meldplicht niet is toegepast. Tevens stelt hij dat de detentie leidt tot psychische klachten. De rechtbank oordeelt dat de maatregel tot 14 januari 2026 rechtmatig was en beoordeelt alleen het voortduren daarna.
Uit het voortgangsrapport blijkt dat de overheid sinds die datum twee keer heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. De aanvraag voor een laissez-passer is op 2 januari 2026 verzonden. Er is geen bewijs dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.