ECLI:NL:RBDHA:2026:3561

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
AWB 25-3150
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning bij echtgenote

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om bij zijn echtgenote te verblijven. De Minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 21 maart 2024 afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd op 15 januari 2025 eveneens afgewezen.

Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer AWB 25/3149 al een beslissing had genomen op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/3150

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Köse),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenote (hierna: referent). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor verblijf bij echtgenote. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 21 maart 2024 afgewezen en verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Met het bestreden besluit van 15 januari 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/3149, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins-Langedijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026
(De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.