ECLI:NL:RBDHA:2026:3561
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning bij echtgenote
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om bij zijn echtgenote te verblijven. De Minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 21 maart 2024 afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd op 15 januari 2025 eveneens afgewezen.
Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer AWB 25/3149 al een beslissing had genomen op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.