Eiseres heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht handhavend op te treden tegen de verkoop van appartementen waarvan de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de vergunningen weliswaar niet onherroepelijk zijn, maar wel van kracht, en dat er geen sprake is van overtreding van publiekrechtelijke regels.
Eiseres stelde in beroep dat het verkopen van de appartementen zonder definitieve vergunning onwenselijk is en risico's voor kopers met zich meebrengt. Ook uitte zij kritiek op de behandeling van haar verzoek en bezwaar door het college en de bezwaarschriftencommissie. De rechtbank oordeelde dat het college terecht heeft gehandeld, omdat geen overtreding als bedoeld in artikel 5.1 Awb is vastgesteld en de bezwaarprocedure zorgvuldig is doorlopen.
De rechtbank benadrukte dat de rechtmatigheid van de omgevingsvergunningen niet in deze procedure kan worden beoordeeld, aangezien daarover aparte beroepen lopen. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat zij geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.