ECLI:NL:RBDHA:2026:3537

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694463 / FA RK 25-8533
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging ouderschapsplan en vaststelling zorgregeling na verstoorde relatie ouders

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader tot wijziging van het ouderschapsplan, waarbij de omstandigheden sinds de beschikking van 11 april 2023 aanzienlijk zijn gewijzigd door een ernstig verstoorde relatie tussen de ouders en het uitblijven van contact tussen vader en [minderjarige 1].

De rechtbank stelde vast dat [minderjarige 1] volledig bij de moeder verblijft en geen contact heeft met de vader, waardoor geen wijzigingsverzoek voor deze zorgregeling werd gedaan. Voor [minderjarige 2] werd een week-op-week-af regeling vastgesteld, met wisselmoment op maandag na school, om rust en voorspelbaarheid te bieden en het aantal wisselmomenten te beperken.

De rechtbank wees het verzoek van de vader af om [minderjarige 2] in te schrijven op zijn adres en om beheer van de identiteitskaart te wijzigen, omdat de bestaande afspraken en feitelijke situatie dit niet rechtvaardigen. Tevens werd het verzoek tot vervangende toestemming voor inschrijving bij een andere hockeyvereniging afgewezen.

De vakantie- en feestdagenregeling werd aangepast met duidelijke afspraken over aanvangstijden, verdeling van vakanties en speciale dagen zoals Moederdag en Vaderdag. De ouders werden verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling om hun communicatie en samenwerking te verbeteren.

Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt, omdat geen sprake was van nodeloos in rechte betrekken van de wederpartij.

Uitkomst: De rechtbank wijzigde de zorgregeling voor [minderjarige 2], wees verzoeken tot adresinschrijving en beheer identiteitskaart af en verwees ouders naar ouderschapsbemiddeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8533
Zaaknummer: C/09/694463
Datum beschikking: 23 januari 2026

Wijziging ouderschapsplan

Beschikking op het op 11 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Rijswijk, voorheen mr. R.P.A. Meghoe.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Burger in Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • de brief van 4 december 2025, met bijlagen, namens de vader;
  • het bericht van 4 december 2025 namens de moeder;
  • de brief van 15 december 2025, met gewijzigd en aanvullend verzoek en met bijlagen, namens de vader;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en met bijlagen, namens de moeder;
  • de brief van 17 december 2025 namens de vader.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening gegeven over de verzoeken in een gesprek met de kinderrechter.
Op 19 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2010 tot [datum 2] 2023.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 11 april 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is in de beschikking de inhoud van het door partijen ondertekende convenant, tevens houdende een ouderschapsplan, opgenomen.
  • In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – overeengekomen dat:
  • [minderjarige 1] wordt ingeschreven op het adres van de vader;
  • [minderjarige 2] wordt ingeschreven op het adres van de moeder;
  • de paspoorten en identiteitskaarten van de kinderen in beheer zijn bij de moeder. De moeder zal de documenten aan de vader afgeven indien nodig voor een buitenlandse vakantie of anderszins;
  • er sprake zal zijn van co-ouderschap, zodat op wekelijkse basis de kinderen minimaal drie nachten bij de moeder en minimaal drie nachten bij de vader zullen verblijven, volgens de volgende zorgregeling:
- even weken: de kinderen zijn bij de vader van dinsdagavond tot donderdag naar school en van vrijdagavond tot zondag;
- oneven weken: de kinderen zijn bij de vader van dinsdagavond tot donderdag naar school;
- de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt wijziging van het in de beschikking van 11 april 2023 opgenomen ouderschapsplan, in die zin dat hij nu – na wijziging – verzoekt te bepalen dat:
primair:
  • [minderjarige 2] met ingang van 1 oktober 2025 ingeschreven zal staan op het BRP-adres van de vader;
  • de identiteitskaart van [minderjarige 2] in beheer zal zijn bij de vader;
  • [minderjarige 2] bij de vader zal zijn:
  • wekelijks van dinsdagavond tot donderdag naar school;
  • om de week van vrijdagavond tot maandag naar school;
  • tijdens de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen conform het voorstel van de vader in randnummer 67 van het verzoekschrift;
  • aan de vader vervangende toestemming wordt verleend voor de inschrijving van [minderjarige 2] bij de [hockeyvereniging] in [woonplaats 1] ;
  • de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten;

subsidiair:

  • de moeder wordt veroordeeld tot afgifte van de identiteitskaart van [minderjarige 2] op het eerste verzoek van de vader;
  • als de rechtbank het verzoek voor vervangende toestemming voor de hockeyvereniging afwijst, te bepalen dat de moeder [minderjarige 2] iedere week op dinsdagavond en om de week op vrijdagavond tussen 18.00 en 18.30 uur naar de vader brengt,
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader steunt zijn verzoek op de stelling dat de omstandigheden na het wijzen van de beschikking van 11 april 2023 zijn gewijzigd.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig wijziging van het ouderschapsplan en te bepalen dat:
  • de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] per 1 september 2025 wordt gewijzigd naar het adres van de moeder;
  • [minderjarige 2] in de even weken bij de vader verblijft en in de oneven weken bij de moeder, met het wisselmoment de maandag uit school, althans een regeling vast te stellen zoals de rechtbank juist acht;
  • de vakanties en feestdagen worden verdeeld conform punt 67 van het verzoekschrift van vader, met dien verstande dat:
  • vrijdag 08:30 uur het aanvangsmoment is van de schoolvakanties;
  • de reguliere zorgregeling doorloopt in de herfstvakantie, de voorjaarsvakantie en de meivakantie;
  • de verdeling van de kerstvakantie jaarlijks wisselt;
  • [minderjarige 2] op Moederdag van 08.30 tot 20:00 uur bij de moeder verblijft en op Vaderdag van 08:30 tot 20:00 uur bij de vader;
  • de studiedagen van [minderjarige 2] verlopen conform de reguliere zorgregeling;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft ook zelfstandige verzoeken gedaan ten aanzien van kinderalimentatie en achterstallige betalingen uit hoofde van artikel 6.4 van het ouderschapsplan. Deze verzoeken zijn voorafgaand aan de zitting afgesplitst onder zaak- en rekestnummer C/09/696441 en
FA RK 25-9642.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken.
Wijziging van omstandigheden
De rechtbank is gebleken dat na de vaststelling van het ouderschapsplan in de beschikking van 11 april 2023 de omstandigheden zijn gewijzigd. De relatie tussen de ouders is ernstig verstoord geraakt, de wisselmomenten voor de omgang gaan met incidenten gepaard en sinds afgelopen zomer is er geen contact meer tussen de vader en [minderjarige 1] . De rechtbank zal daarom de ouders ontvangen in hun verzoeken tot wijziging van het ouderschapsplan.
Daarbij merkt de rechtbank op dat er afgelopen zomer een incident heeft plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige 1] . Sindsdien verblijft [minderjarige 1] volledig bij de moeder en heeft zij geen contact meer met de vader. Om die reden en gelet op haar leeftijd heeft de vader geen verzoek ten aanzien van de zorgregeling voor [minderjarige 1] gedaan. Duidelijk is ook dat alle betrokkenen hier veel verdriet van hebben. Op de zitting heeft de moeder namens [minderjarige 1] een voorstel gedaan voor hoe er een begin kan worden gemaakt met contactherstel. De vader heeft aangegeven die mogelijkheid met beide handen aan te grijpen. Op de zitting is ook besproken dat schoolmaatschappelijk werk, waar [minderjarige 1] al contact mee heeft en vertrouwd mee is, daarbij mogelijk behulpzaam kan zijn.
Verwijzing ouderschapsbemiddeling
Uit de stukken en de bespreking van de verzoeken op de zitting is de rechtbank gebleken dat de verstandhouding tussen de ouders en de wijze waarop zij met elkaar omgaan en communiceren heel slecht is en dat de kinderen daar heel veel last van hebben. De ouders communiceren op geen enkele wijze constructief. Beide ouders hebben er op dit moment, voor de korte termijn, behoefte aan dat er duidelijke kaders worden geschetst voor de omgang met [minderjarige 2] , de verdeling van de vakanties en feestdagen voor [minderjarige 2] en haar inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). De vader en de moeder hopen allebei dat een duidelijke zorgregeling en de nakoming daarvan de gemoederen zal laten bedaren om vervolgens stappen vooruit te zetten. In dat kader is met de ouders gesproken over het volgen van een traject ouderschapsbemiddeling, om hun onderlinge communicatie en samenwerking als ouders te verbeteren. Op de zitting hebben beide ouders de bereidheid uitgesproken om, zodra de gemoederen over enige tijd zijn bedaard, deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Zorgregeling [minderjarige 2]
Reguliere regeling
De vader en de moeder onderschrijven nog steeds het uitgangspunt uit het ouderschapsplan dat [minderjarige 2] de helft van de tijd bij beide ouders is. Op dit moment wordt er uitvoering gegeven aan de regeling zoals door de vader is verzocht. Die regeling heeft een kleine afwijking ten opzichte van de regeling in het ouderschapsplan. De vader wil graag dat deze regeling wordt voortgezet en vastgelegd. De moeder wil graag dat er een week op week af regeling wordt vastgesteld. Zij is van mening dat dit meer rust geeft voor [minderjarige 2] en ook voor de ouders zelf, omdat er dan minder overdrachtsmomenten zijn.
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 2] om een week op week af regeling vast te stellen, zoals door de moeder is verzocht. Dat brengt duidelijkheid, voorspelbaarheid en rust voor [minderjarige 2] , zoals de Raad ook op de zitting heeft aangegeven. Met een week op week af regeling worden ook de door de vader geschetste problemen over de wisselmomenten en het verdelen van het halen en brengen naar de hockey ondervangen. Gebleken is dat de wisselmomenten tot verschillende incidenten hebben geleid, ook in het bijzijn van de kinderen. De rechtbank acht het in ieders belang om dat zoveel mogelijk te voorkomen en dat het aantal wisselmomenten wordt beperkt. Het wisselmoment zal op de maandag uit school zijn, zoals de moeder heeft verzocht. Verder heeft de vader verzocht om [minderjarige 2] op een andere hockeyvereniging in te schrijven, zodat het halen en brengen naar de hockey minder belastend voor hem is. Het is voor de vader erg belastend om [minderjarige 2] wekelijks bij haar huidige hockeyvereniging te brengen en te halen. Dat probleem wordt met een week op week af regeling ook voor een groot deel ondervangen, omdat het halen en brengen naar de hockey hiermee automatisch gelijk wordt verdeeld tussen de ouders. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 2] dat zij op haar huidige hockeyvereniging blijft, waar ze het naar haar zin heeft, wat beide ouders ook op de zitting hebben bevestigd. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat hierin voor [minderjarige 2] niets verandert. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader voor vervangende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige 2] bij de [hockeyvereniging] afwijzen.
Vakantie- en feestdagenregeling
Met betrekking tot de verdeling van de vakanties en feestdagen hebben de ouders voor een groot deel overeenstemming bereikt. De rechtbank zal in het belang van [minderjarige 2] conform deze overeenstemming beslissen. Er zijn nog een aantal punten tussen de ouders in geschil. Ten aanzien van de aanvang van de vakanties zal de rechtbank beslissen dat dit op maandagochtend zal zijn, zodat dit ook aansluit op de reguliere zorgregeling, waarin het wisselmoment ook op maandag is. De rechtbank begrijpt het argument van de moeder om direct op vrijdag na school of in het weekend daarop op vakantie te willen kunnen gaan. In voorkomende gevallen zullen de ouders daarover samen afspraken moeten maken. De mogelijkheid voor een dergelijke afwijking kunnen de ouders ook bij het traject ouderschapsbemiddeling bespreken.
De rechtbank acht het niet in het belang van [minderjarige 2] om de vakanties van één week te splitsen, zoals de vader verzoekt, omdat in dat geval geen van de ouders dan met [minderjarige 2] op vakantie zou kunnen gaan. Gelet op duidelijkheid en voorspelbaarheid voor [minderjarige 2] en de ouders zal de rechtbank beslissen dat de reguliere zorgregeling doorloopt tijdens de vakanties van één week. Daarbij verwacht de rechtbank van de ouders, als blijkt dat in een schooljaar zowel de voorjaars- als de herfstvakantie bij één ouder zouden zijn, dat zij in onderling overleg afspraken maken voor een meer gelijke verdeling. Ook hierbij kan het traject ouderschapsbemiddeling behulpzaam zijn. Daarnaast zal de rechtbank vaststellen dat ook de kerstvakantie de reguliere zorgregeling volgt. Daarbij begrijpt de rechtbank de wens van de moeder om de verdeling van de kerstvakantie jaarlijks te wisselen. De rechtbank zal daarom vaststellen dat als het zo uitkomt dat [minderjarige 2] twee jaar achter elkaar bij dezelfde ouder is tijdens de kerstdagen, [minderjarige 2] in afwijking van de reguliere regeling in de eerste week van de kerstvakantie bij de andere ouder zal zijn.
Met betrekking tot de geschilpunten over de feestdagen overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank zal conform het verzoek van de moeder vaststellen dat [minderjarige 2] op Moederdag en Vaderdag bij de betreffende ouder is van 08.30 uur tot 20.00 uur, in afwijking van de reguliere regeling. Anders dan de vader acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige 2] dat zij die dagen met de betreffende ouder kan vieren op de feestdagen zelf en niet op een ander moment. Verder zal de rechtbank vaststellen dat de studiedagen de reguliere zorgregeling volgen.
Adresinschrijving kinderen
Ten aanzien van [minderjarige 1] is gebleken dat de moeder – zonder raadpleging of toestemming van de vader – [minderjarige 1] op haar adres heeft ingeschreven. De rechtbank concludeert dat de moeder dit niet eenzijdig had mogen doen. Beide ouders zijn met het gezag over [minderjarige 1] belast en dit is een gezagsbeslissing die de ouders samen hadden moeten nemen. De vader is hiermee voor een voldongen feit gesteld. Dat neemt niet weg dat de inschrijving van [minderjarige 1] op het adres van de moeder wel aansluit bij de feitelijke situatie. Omdat [minderjarige 1] op het adres van de moeder staat ingeschreven, heeft de moeder geen belang meer bij het verzoek voor inschrijving van [minderjarige 1] op haar adres, zodat de rechtbank dit verzoek zal afwijzen.
Ten aanzien van [minderjarige 2] overweegt de rechtbank als volgt. Het is de rechtbank gebleken dat de vader met name wil dat [minderjarige 2] op zijn adres wordt ingeschreven, zodat hij deugdelijk geïnformeerd wordt over belangrijke zaken die [minderjarige 2] betreffen, met name over schoolaangelegenheden. De rechtbank merkt op dat de inschrijving in de BRP daar niets mee te maken heeft. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat informatie van de school en ook van bijvoorbeeld de hockeyvereniging, als daar al een brief over wordt gestuurd, ook altijd in de betreffende apps te vinden is. Verder is het de rechtbank op de zitting gebleken dat de ouders destijds bij het opstellen van het ouderschapsplan bewust hebben afgesproken dat [minderjarige 2] bij de moeder wordt ingeschreven (en [minderjarige 1] bij de vader), zodat de moeder langer kinderbijslag ontvangt. De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze afspraak af te wijken. Hoewel de rechtbank de wens van de vader begrijpt om de inschrijving van de kinderen over de ouders te verdelen, zoals eerst het geval was, is gelet op het bovenstaande die wens alleen onvoldoende voor een wijziging van de inschrijving van [minderjarige 2] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om [minderjarige 2] op zijn adres in te schrijven afwijzen.
Beheer identiteitskaart [minderjarige 2]
De vader wil graag dat hij de identiteitskaart van [minderjarige 2] in beheer krijgt, omdat hij vreest dat de moeder in de toekomst de identiteitskaart niet zal afgeven en zonder zijn toestemming met [minderjarige 2] naar het buitenland zal reizen. De rechtbank overweegt dat de ouders gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] hebben en dat de moeder daarom niet zonder de toestemming van de vader met [minderjarige 2] naar het buitenland kan reizen. Op de zitting is verder gebleken dat er nog niet eerder problemen zijn geweest rondom de afgifte van de identiteitskaart van [minderjarige 2] of toestemming voor vakanties naar het buitenland. De rechtbank overweegt daarom dat de enkele vrees van de vader onvoldoende aanleiding geeft voor wijziging van de afspraak dat de identiteitskaart van [minderjarige 2] wordt beheerd door de moeder. De rechtbank zal dit verzoek van de vader dan ook afwijzen.
Proceskosten
De vader stelt dat hij nodeloos kosten heeft moeten maken voor deze procedure, omdat de moeder zonder zijn toestemming [minderjarige 1] heeft laten inschrijven op haar adres. Daarnaast reageerde de moeder niet op het verzoek van de vader om [minderjarige 2] te laten inschrijven op zijn adres. De vader heeft hieruit een weigering afgeleid, waardoor hij genoodzaakt was onderhavige procedure aanhangig te maken. Daarom verzoekt de vader om de moeder te veroordelen in de proceskosten.
De moeder geeft aan dat zij de vader niet in een positie heeft gebracht waarbij hij genoodzaakt was om een procedure te starten. Volgens de moeder is de vader de procedure gestart terwijl er nog overleg via de advocaten verliep. De moeder vraagt daarom het verzoek van de vader af te wijzen en te bepalen dat ieder de eigen proceskosten draagt.
De rechtbank overweegt als volgt. In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling, om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, dus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. Op grond van vaste jurisprudentie geldt dat er voor een proceskostenveroordeling evident sprake moet zijn van het nodeloos in rechte betrekken van een wederpartij. De rechtbank is van oordeel dat in casu geen sprake is van zo'n uitzonderlijk geval. Zoals de rechtbank hierboven heeft overwogen is er sprake van gewijzigde omstandigheden. De relatie tussen de ouders kenmerkt zich door strijd en het lukt hen niet om samen nieuwe afspraken te maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vader niet nodeloos kosten heeft moeten maken door deze procedure te starten. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure afwijzen en de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank Overijssel van 11 april 2023 – :
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] (de vader),
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] ,
en
[de moeder] (de moeder),
wonende op het [adres 2] , [postcode 2] [woonplaats 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
stelt vast dat de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] , in de even weken bij de vader verblijft en in de oneven weken bij de moeder, met het wisselmoment op maandag uit school;
*
stelt – in afwijking van de bovengenoemde zorgregeling – de volgende vakantie- en feestdagenregeling voor [minderjarige 2] vast:
  • de schoolvakanties vangen aan op de eerstvolgende maandag om 08.30 uur;
  • zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij vader, in de oneven jaren is dit andersom;
  • herfstvakantie en voorjaarsvakantie: de reguliere zorgregeling loopt door, maar als blijkt dat [minderjarige 2] beide vakanties bij één ouder zou zijn, maken de ouders in onderling overleg afspraken voor een gelijke verdeling;
  • kerstvakantie: de reguliere zorgregeling loopt door, maar als blijkt dat [minderjarige 2] twee jaar achter elkaar met de kerstdagen bij één ouder zou zijn, is [minderjarige 2] in de eerste week van de kerstvakantie bij de andere ouder;
  • Moederdag en Vaderdag: [minderjarige 2] is bij de betreffende ouder van 08.30 uur tot 20.00 uur;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.