Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3528

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695682 / FA RK 25-9200
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorzieningen inzake gebruik woning en zorgregeling minderjarige

Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben een minderjarig kind geboren in 2011. Zij oefenen gezamenlijk het gezag uit over het kind en wonen samen in de echtelijke woning. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning en een zorgregeling waarbij het kind om het weekend en op dinsdag bij de man verblijft. De man verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning en een andere zorgregeling met wisselende verblijfsweken.

De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en de zaak op 9 januari 2026 behandeld. Uit het gesprek met het minderjarige kind bleek dat de huidige situatie rustig en prettig is. De rechtbank oordeelt dat het niet wenselijk is om voorlopige voorzieningen te treffen die de stabiliteit kunnen verstoren.

De verzoeken tot het uitsluitend gebruik van de woning en voorlopige zorg- en alimentatieregelingen worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De rechtbank adviseert partijen om samen afspraken te maken over de gevolgen van de echtscheiding en passende woonruimte. Indien partijen niet tot overeenstemming komen, kan in de bodemprocedure een beslissing volgen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot voorlopige voorzieningen af wegens gebrek aan belang en handhaaft de huidige situatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9200
Zaaknummer: C/09/695682
Datum beschikking: 23 januari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V.L.T. van Roy te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift;
  • het verweer tegen het zelfstandige verzoek;
  • het F9-formulier van 9 januari 2026 van de zijde van de man, met bijlagen.
Op 9 januari 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
  • de man bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat de minderjarige om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur bij de man verblijft en elke dinsdag uit school tot woensdag naar school;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de man zelfstandig:
- dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats] aan de [adres] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- dat het minderjarige kind van partijen aan de man wordt toevertrouwd;
- dat een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld inhoudende dat de minderjarige primair: de ene week (even) bij de man zal verblijven, en de andere (oneven) bij de vrouw, alsmede dat zij gedurende de schoolvakanties en feestdagen gelijkelijk bij de man en de vrouw zullen verblijven, subsidiair dat de minderjarige iedere dinsdag na schooltijd tot woensdagavond na het eten alsmede iedere vrijdag na school tot zondagavond na het eten bij de man zal verblijven, alsmede dat de minderjarige gedurende de schoolvakanties en feestdagen gelijkelijk bij de man en de vrouw zullen verblijven;
- dat een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige partneralimentatie van € 500,- per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van €367 per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

  • Partijen zijn op [datum] 2008 met elkaar gehuwd.
  • Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ;
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over het kind uit.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat partijen een modus hebben gevonden om met elkaar (en [minderjarige] ) samen te leven in de echtelijke woning. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat deze situatie onhoudbaar is of dat wijziging daarvan op dit moment noodzakelijk is in het belang van [minderjarige] . Integendeel, [minderjarige] heeft in haar gesprek met de rechter aangegeven dat het thuis rustig is en dat zij de huidige situatie als prettig ervaart. De rechtbank acht het daarom niet wenselijk om thans ingrijpende voorlopige voorzieningen te treffen. Een toewijzing van het uitsluitend gebruik van de woning aan één van partijen en het vaststellen van een voorlopige zorgregeling zou naar verwachting juist kunnen leiden tot meer spanningen en onrust, terwijl de huidige situatie stabiliteit biedt. Zoals reeds ter zitting met partijen is besproken, zullen de verzoeken tot het treffen van voorlopige voorzieningen bij gebrek aan belang worden afgewezen.
De rechtbank acht het wenselijk dat partijen zich richten op het maken van gezamenlijk afspraken, waaronder de gevolgen van de echtscheiding en het vinden van passende alternatieve woonruimte. Daarbij dienen partijen voor de verschillende mogelijke woonsituaties passende afspraken te maken. De rechtbank merkt hierbij op, in lijn met hetgeen de Raad ter zitting heeft aangegeven, dat het niet in het belang van [minderjarige] wordt geacht dat zij ’s nachts alleen wordt gelaten. Van partijen wordt verwacht dat zij de zorgregeling hierop afstemmen, en dat de man desnoods zijn werktijden zal aanpassen. De rechtbank onderkent dat het mogelijk is dat partijen niet tot gezamenlijke afspraken komen en dat in de bodemprocedure alsnog een beslissing zal moeten worden genomen. Dit vormt echter geen aanleiding om in het kader van de voorlopige voorzieningen reeds vooruit te lopen op een dergelijke beslissing.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken van zowel de man als de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2026.