Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben een minderjarig kind geboren in 2011. Zij oefenen gezamenlijk het gezag uit over het kind en wonen samen in de echtelijke woning. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning en een zorgregeling waarbij het kind om het weekend en op dinsdag bij de man verblijft. De man verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning en een andere zorgregeling met wisselende verblijfsweken.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en de zaak op 9 januari 2026 behandeld. Uit het gesprek met het minderjarige kind bleek dat de huidige situatie rustig en prettig is. De rechtbank oordeelt dat het niet wenselijk is om voorlopige voorzieningen te treffen die de stabiliteit kunnen verstoren.
De verzoeken tot het uitsluitend gebruik van de woning en voorlopige zorg- en alimentatieregelingen worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De rechtbank adviseert partijen om samen afspraken te maken over de gevolgen van de echtscheiding en passende woonruimte. Indien partijen niet tot overeenstemming komen, kan in de bodemprocedure een beslissing volgen.