ECLI:NL:RBDHA:2026:3525

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/679048 / FA RK 25-485
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing over wijziging hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie wegens raadsonderzoek

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot wijziging van de kinderalimentatie en zorgregeling, waarbij de vader een tegenverzoek indiende tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen. Beide ouders maken zich ernstige zorgen over het welzijn van de kinderen, maar verschillen van mening over de oorzaak hiervan. De vader stelt dat de moeder controlerend en kleinerend is, terwijl de moeder vermoedt dat de kinderen in een loyaliteitsconflict verkeren.

Tijdens de zitting gaf de Raad voor de Kinderbescherming aan ernstige zorgen te hebben over het welzijn van de kinderen en het onderlinge wantrouwen tussen de ouders. De rechtbank concludeert dat onvoldoende informatie beschikbaar is om een weloverwogen beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling.

Daarom wordt de Raad verzocht een onderzoek te verrichten naar de gezinssituatie, de emotionele behoeften van de kinderen en de passende zorgregeling. De beslissing over de zorgregeling, hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie wordt pro forma aangehouden tot uiterlijk 1 mei 2026, waarna de zaak wordt voortgezet op basis van het raadsrapport.

De rechtbank benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging en het welzijn van de kinderen als uitgangspunt voor de toekomstige beslissingen.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over wijziging van hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie aan en gelast een raadsonderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-485
Zaaknummer: C/09/679048
Datum beschikking: 23 januari 2026

Alimentatie, hoofdverblijfplaats, zorgregeling

Beschikking op het op 23 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. Sondorp te [geboorteplaats].

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 11 maart 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 5 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 5 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft in raadkamer zijn mening gegeven over het verzoek. De minderjarige [minderjarige 2] heeft zowel schriftelijk als in raadkamer zijn mening gegeven over het verzoek.
Op 19 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
- het bericht van 23 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder luidt met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, de kinderalimentatie op € 597,- per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, en vermeerderd met iedere uitkering die de vader op grond van geldende wetten of andere regelingen voor het kind zal of kan verlenen, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
- te bepalen dat het ouderschapsplan wordt gewijzigd in die zin dat alle kinderen hun
hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader en ingeschreven staan op het
adres van de vader in de Basisregistratie Personen;
- te bepalen dat met wijziging van het ouderschapsplan de zorgregeling als volgt
wordt gewijzigd: dat de kinderen van zondagmiddag 17.00 uur tot
woensdagochtend 12.15 uur bij de moeder verblijven, althans een zodanige
zorgregeling als de rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats],
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] en
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats].
- [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder. [minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 februari 2023 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het convenant en het ouderschapsplan deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking.

Beoordeling

Wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling
De vader verzoekt een wijziging van de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats (van [minderjarige 2] en [minderjarige 3]), omdat hij zich ernstige zorgen maakt over het welzijn van de kinderen, met name tijdens de perioden dat ze bij de moeder verblijven. Volgens de vader hebben de kinderen aangegeven dat zij eigenlijk liever niet naar de moeder willen, omdat zij bang zijn dat ze boos op hen wordt. De kinderen voelen zich niet vrij om zichzelf te zijn, omdat de moeder hen regelmatig kleineert en controleert. Volgens de vader komen de kinderen dan ook vaak verdrietig terug als ze bij de moeder zijn geweest. De vader is van mening dat de huidige zorgregeling, en dan met name de ‘lange week’ bij de moeder, veel stress en spanning veroorzaakt bij de kinderen. De vader acht het daarom in het belang van de kinderen dat zij voortaan alleen de korte week bij de moeder zijn (van zondag 17.00 uur tot woensdagochtend).
Onder punt tien van het verweerschrift van de vader geeft hij enkele voorbeelden die volgens hem aantonen dat er een voortdurende strijd is tussen de moeder, de kinderen en de vader. De vader ziet een wijziging van de hoofdverblijfplaats dan ook als enige manier om een kentering in de huidige situatie te bewerkstelligen. Mogelijk zorgt het voor een dynamiek die verandering teweeg brengt en een begin van een gedragsverandering bij de moeder die nodig is om tot een oplossing te komen.
De moeder voert verweer en herkent zich niet in wat de vader zegt. Integendeel, de kinderen geven vaak aan dat zij het bij haar naar hun zin hebben en soms juist langer bij haar willen blijven. De moeder wil dan ook de bestaande co-ouderschapsregeling behouden en voortzetten. Tegelijkertijd ziet zij dat het niet goed gaat met de kinderen en maakt zij zich zorgen over hun welzijn. De moeder acht het van belang dat de kinderen ondersteuning krijgen, omdat zij vermoedt dat de kinderen zich in een loyaliteitsconflict bevinden. Volgens haar werkt de vader echter niet mee aan het inschakelen van hulpverlening, wat zij betreurt.
De moeder acht het daarnaast van belang dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hun hoofdverblijfplaats bij haar behouden, mede omdat zij het eerste aanspreekpunt voor hen zal blijven en de post voor hen kan blijven ontvangen en verwerken. In dat kader benadrukt de moeder dat zij alle regelzaken voor de kinderen verzorgt, terwijl de vader dat minder nauwgezet en serieus doet.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat beide ouders zich ernstige zorgen maken over het welzijn van de kinderen. De ouders verschillen echter van mening over de oorzaak hiervan. De vader stelt dat van een loyaliteitsconflict geen sprake is en dat de problemen van de kinderen voornamelijk worden veroorzaakt door het kleinerende, controlerende en boze gedrag van de moeder. De moeder is daarentegen van mening dat de kinderen zich wél in een loyaliteitsconflict bevinden en moeite hebben met het omgaan van hun emoties.
In het gesprek dat de rechter met de kinderen heeft gevoerd, hebben de kinderen een neerslachtige indruk achtergelaten. Bij beide kinderen ontbrak zichtbaar enthousiasme voor activiteiten die passend zijn bij hun leeftijd. De rechtbank maakt zich, net zoals de ouders, ernstige zorgen over het welzijn van de kinderen.
Ook de Raad heeft tijdens de zitting aangegeven zich ernstige zorgen te maken over het welzijn van de kinderen. Daarnaast maakt de Raad zich zorgen over het wederzijdse wantrouwen tussen de ouders en het feit dat zij elkaar diskwalificeren. De Raad is van mening dat er mogelijk sprake is van een bepaalde gezinsdynamiek die schadelijk kan zijn voor het welzijn van de kinderen. Nu onvoldoende duidelijk is wat deze dynamiek precies kenmerkt en welke invloed deze heeft op de kinderen, heeft de Raad tijdens de zitting de rechtbank geadviseerd een raadsonderzoek te gelasten.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is het eens met het advies van de Raad en is daarnaast van oordeel dat zij op dit moment over onvoldoende informatie beschikt om een weloverwogen beslissing te nemen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling. De rechtbank zal daarom de Raad verzoeken onderzoek te doen naar de volgende vragen en daarover te rapporteren en advies uit te brengen:
Hoe is de huidige dynamiek binnen het gezin en tussen de ouders?
Wat zijn de emotionele en ontwikkelingsbehoeften van de kinderen op dit moment?
Welke factoren dragen bij aan gevoelens van angst, onzekerheid en somberheid bij de kinderen?
Is er bij de kinderen sprake van een loyaliteitsconflict, en zo ja, in welke mate?
Is er hulpverlening nodig voor de ouders en/of de kinderen, en zo ja, welke?
Is de huidige zorgregeling passend gelet op het welzijn van de kinderen? Zo nee, welke zorgregeling acht de Raad het meest in het belang van de kinderen?
Welke hoofdverblijfplaats acht de Raad het meest in het belang van de kinderen?
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en hoofdverblijfplaats, in afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek, pro forma aanhouden tot 1 oktober 2026. De rechtbank zal na ontvangst van het raadsrapport een behandeling ter zitting bepalen.
Kinderalimentatie
Omdat de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van grote invloed zijn op de vaststelling van de kinderalimentatie, is tijdens de zitting, met instemming van beide ouders, overeengekomen om de beslissing omtrent de kinderalimentatie eveneens pro forma aan te houden.

Beslissing

De rechtbank:
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met de hiervoor omschreven doelen en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 1 mei 2026 pro forma: uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter zitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter zitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere
beslissing ten aanzien van de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatieaan
tot 1 mei 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.