Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder vaststelling van hoofdverblijf, zorgregeling, huurrecht en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De man voert verweer tegen de echtscheiding maar stemt in met de overige verzoeken.
De rechtbank constateert dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de vrouw vastgesteld, en de zorgregeling wordt aangepast zodat de man de jongste twee kinderen op dinsdagochtend naar school brengt en wekelijks iets leuks met hen onderneemt, met afspraken over nieuwe regelingen zodra de man zelfstandige woonruimte heeft.
De vrouw krijgt het huurrecht van de echtelijke woning toegewezen, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt conform de tussen partijen bereikte overeenstemming vastgesteld: ieder behoudt de inboedel die hij of zij onder zich heeft, de vrouw krijgt de auto toegewezen, en ieder behoudt zijn eigen bank- en spaarrekeningen zonder verrekening. Het verzoek tot betaling van schulden wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van schulden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding zelf.