ECLI:NL:RBDHA:2026:3524

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/677462 / FA RK 24-9049
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 815 RvArt. 1:151 BWArt. 4 lid 3 RvArt. 4 lid 1 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen over hoofdverblijf, zorgregeling en verdeling huwelijksgemeenschap

Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder vaststelling van hoofdverblijf, zorgregeling, huurrecht en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De man voert verweer tegen de echtscheiding maar stemt in met de overige verzoeken.

De rechtbank constateert dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de vrouw vastgesteld, en de zorgregeling wordt aangepast zodat de man de jongste twee kinderen op dinsdagochtend naar school brengt en wekelijks iets leuks met hen onderneemt, met afspraken over nieuwe regelingen zodra de man zelfstandige woonruimte heeft.

De vrouw krijgt het huurrecht van de echtelijke woning toegewezen, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt conform de tussen partijen bereikte overeenstemming vastgesteld: ieder behoudt de inboedel die hij of zij onder zich heeft, de vrouw krijgt de auto toegewezen, en ieder behoudt zijn eigen bank- en spaarrekeningen zonder verrekening. Het verzoek tot betaling van schulden wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van schulden.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding zelf.

Uitkomst: De rechtbank spreekt echtscheiding uit en regelt hoofdverblijf, zorgregeling, huurrecht en verdeling huwelijksgemeenschap conform verzoek en overeenstemming.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9049 (echtscheiding)
FA RK 25-1966 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/677462 (echtscheiding)
C/09/681944 (verdeling)
Datum beschikking: 23 januari 2026

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Leenders te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
  • het betekeningsexploot, ingediend bij F9-formulier van 3 januari 2025;
  • het F9-formulier van 17 april 2025 van de zijde van de vrouw.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 19 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
  • de man bijgestaan door zijn advocaat en tolk H. Ibnolfaqir;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
- het bericht van 7 januari 2026 van de zijde van de vrouw.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2008 te [plaats 1] ( [land] ).
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Blijkens de uittreksels uit de Basisregistratie personen heeft de vrouw – in ieder geval – de Nederlandse nationaliteit en heeft de man de Marokkaanse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 10 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat:
- de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning
aan het adres [adres 1] te ( [postcode 1] ) [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de
man die woning uiterlijk op 10 april 2025 dient te verlaten en verder niet mag
betreden;
- de minderjarigen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- bepaling dat primair het ouderschapsplan uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking, subsidiair vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw, inhoudende:
  • dat aan ieder van de partijen zonder nadere verrekening wordt toegedeeld de inboedel die hij/zij onder zich heeft;
  • dat aan de vrouw zonder nadere verrekening wordt toegedeeld de auto met kenteken [kenteken] ;
  • dat aan ieder van de partijen zonder nadere verrekening wordt toegedeeld de saldi van de bank- en spaarrekeningen die op zijn of haar naam staan;
- bepaling dat partijen in hun onderlinge verhouding ieder de schulden voor rekening
nemen die op hun eigen naam staan, onder vrijwaring van de andere partij;
- toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer tegen de verzochte echtscheiding, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht:
Primair:
- de echtscheiding niet uit te spreken;
Subsidiair:
- indien de echtscheiding wordt uitgesproken, de verzoeken van de vrouw toe te wijzen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid: ontbreken ouderschapsplan
Door partijen is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid het verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat het op dit moment voor partijen niet mogelijk is om een ouderschapsplan op te stellen. Gelet hierop zal de rechtbank partijen, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit betwist.
De rechtbank stelt voorop dat artikel 1:151 BW Pro vereist dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat een huwelijk duurzaam is ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden en geen uitzicht bestaat op herstel van enigszins behoorlijke echtelijke verhoudingen. De ontwrichting van een huwelijk is een feitelijke toestand, waarvan het bestaan wordt beoordeeld ten tijde van de rechterlijke beslissing. Door welke oorzaak de toestand van ontwrichting is ontstaan, is niet van doorslaggevend belang.
Nu de vrouw desgevraagd in haar verzoek tot echtscheiding volhardt, is de rechtbank van oordeel dat geen uitzicht op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen bestaat, zodat daarmee de duurzame ontwrichting is komen vast te staan. Het verzoek tot echtscheiding zal derhalve als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De man voert geen verweer. De rechtbank zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Zorgregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Tijdens de zitting is gebleken dat er een zorgregeling is afgesproken met [instantie] . De rechtbank acht deze regeling niet in het belang van de kinderen en zal ambtshalve bepalen dat de kinderen (de jongste twee) iedere dinsdagochtend door de man naar school worden gebracht, en in overleg met de vrouw zal de man iedere week iets leuks doen met de kinderen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het niet de bedoeling is dat de man de kinderen meeneemt naar zijn tijdelijke opvangverblijf. Partijen zullen met behulp van [instantie] nieuwe afspraken maken op het moment dat de man een zelfstandige woonruimte heeft.
Toedeling huurrecht echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 derde Pro lid aanhef en sub a Rv rechtsmacht toe om te oordelen op het verzoek tot toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaats 2] . De rechtbank zal op dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning aan haar. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd en tijdens de zitting aangegeven het ermee eens te zijn. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan haar als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot verdeling van de gemeenschap.
De rechtbank gaat bij bepaling van het toepasselijk recht uit van het volgende. Nu de echtgenoten op [datum] 2008 te [plaats 1] ( [land] ) met elkaar zijn gehuwd, is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing op het huwelijksvermogensregime.
Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen.
Op grond van artikel 4 van Pro het Verdrag wordt, indien de echtgenoten vóór het huwelijk het toepasselijke recht niet hebben aangewezen, hun huwelijksvermogensregime beheerst door het interne recht van de Staat op welks grondgebied zij hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigen.
Partijen hebben na hun huwelijksvoltrekking hun eerste gewone verblijfplaats op het grondgebied van Nederland gevestigd. Op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 van Pro het Verdrag werd vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking het Nederlands recht van toepassing op hun huwelijksvermogensregime.
Partijen zijn gehuwd op [datum] 2008. Omdat partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 BW Pro).
Peildatum
De rechtbank stelt vast dat als peildatum voor het bepalen van de omvang van de gemeenschap heeft te gelden 17 december 2024, omdat het verzoekschrift tot echtscheiding op deze datum bij de rechtbank is ingediend. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt de datum van feitelijke verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan dient te worden afgeweken. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en beschouwt het meer of anders verzochte als ingetrokken.
Inhoudelijke beoordeling
Tijdens de zitting is met partijen afgesproken dat zij de gelegenheid zouden krijgen om na de zitting afspraken te maken over de verdeling van de ontbonden gemeenschap. Partijen kregen tot 7 januari 2026 de tijd om tot afspraken te komen en dit aan de rechtbank te melden. Op 7 januari 2026 ontving de rechtbank van de zijde van de vrouw bericht dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de verdeling. Conform deze afspraken wordt aan ieder der partijen zonder nadere verrekening toegedeeld de inboedelgoederen die hij of zij onder zich heeft. Verder behoudt iedere partij zijn of haar eigen bank- en/of spaarrekening(en) zonder nadere verrekening van de saldi. De auto zal worden toegedeeld aan de vrouw zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en beschouwt het meer of anders verzochte ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap als ingetrokken.
Schulden
De vrouw verzoekt te bepalen dat partijen in hun onderlinge verhouding ieder de schulden betalen die op hun eigen naam staan, onder vrijwaring van de ander.
De rechtbank overweegt dat de vrouw geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat partijen schulden hebben. De rechtbank zal dan ook geen rekening houden met schulden in het kader van de verdeling van de huwelijksgemeenschap en zal het verzoek van de vrouw afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt uit de echtscheiding van partijen gehuwd op [datum] 2008 te [plaats 1] ( [land] );
*
bepaalt dat de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] ;
hun hoofdverblijf bij de vrouw zullen hebben;
*
bepaalt dat de man [minderjarige 3] en [minderjarige 2] iedere dinsdagochtend naar school brengt en bepaalt dat de man iedere week iets leuks zal ondernemen met hen, waarbij de man dit in onderling overleg met de vrouw bespreekt;
*
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning gelegen aan de [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaats 2] , met ingang van de dag waarop deze beschikking tot echtscheiding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
iedere partijen behoudt de inboedelgoederen die hij of zij onder zich heeft zonder nadere verrekening;
aan de vrouw wordt toegedeeld de auto met kenteken [kenteken] ;
iedere partij behoudt zijn of haar eigen bank- en/of spaarrekening(en) zonder nadere verrekening van de saldi;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.