ECLI:NL:RBDHA:2026:3523

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/677673 / FA RK 24-9162
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:251b BWArt. 1:252 BWArt. 1:253c BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te kennen, omdat zij problemen ervaart met de uitoefening van het gezamenlijk gezag, met name door het weigeren van toestemming door de vader voor belangrijke zaken zoals het aanvragen van een paspoort.

De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag sinds 2012 bestaat en dat de omstandigheden sindsdien zijn gewijzigd, onder meer doordat het contact tussen de ouders sinds de zomer van 2024 is verbroken. De vader betwistte de stellingen van de moeder en gaf aan dat hij zijn gezag niet misbruikt en dat zijn weigering van toestemming voor het paspoort gebaseerd was op zorgen over de religieuze richting van de moeder en het kind.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een situatie waarin het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders, noch dat eenhoofdig gezag noodzakelijk is in het belang van het kind. De moeder heeft tot nu toe alle noodzakelijke gezagsbeslissingen kunnen nemen en er is geen bewijs dat de vader het gezag dwarsboomt, behalve in het specifieke geval van het paspoort. De moeder kan in dat geval vervangende toestemming bij de rechtbank vragen.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af en blijft het gezamenlijk gezag van kracht. De rechtbank sprak ook met het kind en stuurde een brief waarin de beslissing en de overwegingen werden toegelicht.

Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen en het gezamenlijk gezag blijft van kracht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9162
Zaaknummer: C/09/677673
Datum beschikking: 23 januari 2026

Gezag

Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.A. van Mens in Rosmalen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • het verweerschrift, met bijlagen, namens de vader.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarige [de minderjarige] heeft haar mening gegeven over het verzoek in een gesprek met de kinderrechter.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind:
  • [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] .
  • De vader heeft [de minderjarige] erkend.
  • Bij beschikking van 19 oktober 2012 van deze rechtbank – voor zover hier van belang – zijn de ouders gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] belast. Bij beschikking van
10 april 2013 van het gerechtshof Den Haag is de beschikking van 19 oktober 2012 bekrachtigd.
- [de minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat voortaan alleen de moeder het ouderlijk gezag over [de minderjarige] zal uitoefenen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in de artikelen 251 lid 2, 251b lid 1, 252 lid 1, 253q lid 5, of 277 lid 1 BW beëindigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank bepaalt dan aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing.
De rechtbank stelt vast dat de beslissing van de rechtbank van 19 oktober 2012, waarbij het gezamenlijk gezag aan beide ouders is toegekend, is gebaseerd op artikel 1:253c BW. De mogelijkheid om het op grond van artikel 1:253c BW tot stand gekomen gezamenlijk gezag te beëindigen wordt niet genoemd in artikel 1:253n BW en artikel 1:253n BW is in artikel 1:253c BW ook niet van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit zou tot de conclusie leiden dat er geen wettelijke grondslag is voor het verzoek.
De rechtbank is echter van oordeel, mede gelet op de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 augustus 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:5741), dat een redelijke wetsuitleg met zich meebrengt dat de wijzigingsmogelijkheid van artikel 1:253n BW bij gebrek aan een voorziening ook dient te gelden in het geval dat het gezamenlijk gezag is ontstaan op grond van artikel 1:253c BW. De rechtbank zal artikel 1:253n BW daarom analoog toepassen.
Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Ontvankelijkheid
De rechtbank moet eerst beoordelen of sprake is van gewijzigde omstandigheden of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
De rechtbank is gebleken dat na voormelde gezagsvoorziening de omstandigheden zijn gewijzigd. Bij het wijzen van de beschikking van 19 oktober 2012 was [de minderjarige] één jaar oud en inmiddels is zij veertien jaar oud. Daarnaast is er in ieder geval sinds de zomer van 2024 geen contact meer tussen de ouders en tussen de vader en [de minderjarige] . Gelet op deze wijziging van omstandigheden zal de rechtbank de moeder ontvangen in haar verzoek.
Standpunten ouders
De moeder stelt dat er sprake is van een zeer gebrekkige communicatie tussen de ouders. De moeder ervaart al jaren problemen bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag, omdat de vader stelselmatig weigert om toestemming te verlenen voor vakanties en om mee te werken aan de aanvraag van een paspoort voor [de minderjarige] . Het contact tussen de vader en [de minderjarige] staat hierdoor ook onder druk en [de minderjarige] heeft in toenemende mate moeite om de vader te zien. De vader heeft in augustus 2024 een melding bij Veilig Thuis gedaan, omdat hij zorgen zou hebben over de veiligheid van [de minderjarige] . Het zou de onderlinge verstandhouding en ook het contact en de omgang tussen [de minderjarige] en de vader juist ten goede kunnen komen wanneer niet langer de toestemming van de vader nodig zou zijn bij onder meer verzoeken om een paspoort, toestemming om met vakantie te mogen gaan naar het buitenland en schoolkeuzes, aldus de moeder.
De vader betwist dat er problemen ontstaan of zijn ontstaan bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag. De vader misbruikt zijn gezag niet en heeft nooit toestemming geweigerd voor belangrijke zaken, behalve het paspoort, waarvoor hij goede redenen had.
De vader maakt zich zorgen over de belangstelling die de moeder en [de minderjarige] hebben voor een specifieke richting binnen het hindoeïsme, de sekte die wordt geleid door meneer Swami Nithyananda. Hij heeft gehoord dat de moeder en [de minderjarige] naar [land 1] willen verhuizen om zich aan te sluiten bij deze sekte. Vanwege de zorg en angst hiervoor heeft de vader niet meegewerkt aan de afgifte van een paspoort voor [de minderjarige] voor een reis naar [plaats] en [land 2] , omdat zij al over een ID-kaart beschikte. Voor vakanties binnen Europa verleent de vader op eerste aanvraag zijn toestemming.
Beoordeling rechtbank
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten afwijzen. Niet is gebleken dat de vader zich zodanig opstelt dat [de minderjarige] klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders of dat er op een andere manier een situatie is ontstaan waardoor eenhoofdig gezag in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de moeder tot nu toe alle nodige gezagsbeslissingen heeft kunnen nemen. Hoewel er al ruim een jaar geen contact tussen de ouders is, hebben zij elkaars telefoonnummer en kunnen zij elkaar bereiken. Niet is gebleken dat de vader gezagsbeslissingen dwarsligt, behalve het aanvragen van een paspoort, waar de vader zijn redenen voor heeft. Als de moeder een concrete reis naar het buitenland wil maken waar een paspoort voor nodig is en de vader zijn toestemming daarvoor weigert, kan de moeder vervangende toestemming vragen aan de rechtbank zodat over dat specifieke geschilpunt tussen de ouders kan worden beslist. Dat heeft zij niet eerder gedaan. De rechtbank ziet hierin geen grond om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen.
Kindbrief
De rechtbank heeft met [de minderjarige] gesproken en zij zal aan haar een brief te sturen om te vertellen wat de uitspraak is. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige] heeft ontvangen. Deze brief wordt op dezelfde dag verzonden als de beschikking.
Beste [de minderjarige] ,
Jouw moeder heeft aan mij gevraagd om te bepalen dat zij beslissingen over jou kan nemen zonder dat zij daarvoor toestemming aan jouw vader hoeft te vragen. Dat heet eenhoofdig gezag. Op 7 januari 2026 hebben wij elkaar gesproken over het verzoek van jouw moeder om het eenhoofdig gezag over jou te krijgen.
Jij hebt mij verteld dat je jouw vader al even niet meer ziet en dat je dat wel rustig vindt. In ons gesprek heb je duidelijk aangegeven dat je het ook rustiger zou vinden als je moeder het eenhoofdig gezag over jou krijgt.
Na ons gesprek heb ik op de zitting ook met jouw ouders en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming gepraat. Ik heb ook goed geluisterd naar wat zij van het verzoek van jouw moeder vinden. Jouw moeder wil graag dat zij makkelijk beslissingen over jou kan nemen. Jouw vader wil graag mee kunnen beslissen over jou. Hij heeft mij verteld dat hij jou mist en erg graag weer contact met jou wil hebben.
Als rechter moet ik de wet toepassen. In de wet staat dat jouw moeder alleen het gezag over jou kan krijgen als jij anders ‘klem en verloren’ raakt tussen jouw ouders, of wanneer dat om een andere reden voor jou noodzakelijk is. Ik vind dat zo’n situatie er in jouw geval niet is. Tot nu toe heeft jouw moeder de belangrijke beslissingen over jou kunnen nemen. Als er een beslissing is waarover jouw ouders niet op één lijn zitten, bijvoorbeeld of jij een reis naar het buitenland mag maken of een paspoort nodig hebt, dan kunnen zij daarover een beslissing van de rechter over vragen. Tot nu toe is dat niet gebeurd. Daarom vind ik dat het niet nodig is dat jouw moeder nu het eenhoofdig gezag over jou krijgt.
Ik wijs daarom het verzoek van jouw moeder af. Dat betekent dat jouw ouders samen beslissingen over jou zullen blijven nemen.
Ik wens je veel succes op school en hoop dat het je lukt om terug naar het VWO te gaan.
De kinderrechter

BeslissingDe rechtbank:

wijst af het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.