Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 23 mei 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
[de man],
Procedure
- de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [plaats] aan de [adres] ([postcode]);
- de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben en dat [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben;
- totdat de man een eigen woonruimte heeft gevonden de voorlopige zorgregeling doorloopt, inhoudende dat de kinderen bij de man zijn om het weekend op zaterdag en zondag van 13.00 uur tot 19.00 uur, zonder overnachting, alsmede een extra moment wat partijen in onderling overleg afstemmen;
- zodra de man een eigen woonruimte heeft gevonden er een co-ouderschapsregeling zal gelden waarbij de kinderen de ene week bij de vrouw zullen verblijven en de andere week bij de man;
- de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen, van € 537,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de vrouw binnen een periode van drie weken na datum beschikking (derhalve uiterlijk op 27 juni 2025) aan de man afschrift dient te verstrekken van alle op haar naam staande bankrekeningen over de periode vanaf 1 april 2024 tot en met 23 mei 2024;
- het meer of anders verzochte door partijen ten aanzien van het huurrecht, de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling en hetgeen meer of anders door de man in incident is verzocht, wordt afgewezen;
- iedere verdere beslissing wordt aangehouden ten aanzien van het verzoek omtrent de benadeling van de gemeenschap en de proceskosten tot 15 juli 2025 pro forma.