Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3516

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695738 / FA RK 25-9235
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking vervangende toestemming reizen en vakantieverdeling minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor reizen met de minderjarige kinderen naar het buitenland en om diverse vakantiezaken te regelen. De vader wilde onder meer toestemming om met de kinderen naar het buitenland te reizen zonder instemming van de moeder, verlenging van paspoorten en naleving van de vakanties en feestdagenregeling.

De rechtbank stelde vast dat partijen gezamenlijk gezag uitoefenen en dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, waardoor Nederlands recht van toepassing is. De vader trok zijn verzoek tot voorlopige voorzieningen in. De moeder stemde in met het aanvragen van noodpaspoorten voor de kinderen. Het verzoek tot vervangende toestemming voor reizen zonder instemming van de moeder werd afgewezen omdat dit het doel van ouderlijk gezag ondermijnt.

De rechtbank wijzigde de vakantieverdeling voor de meivakantie zodat de kinderen in de verplichte week van de meivakantie regio midden in even jaren bij de moeder verblijven en in oneven jaren bij de vader, met de andere week bij de andere ouder. Tevens werd bepaald dat de moeder de kinderen brengt naar de vader en de vader de kinderen brengt naar school of de moeder tijdens vakanties. Feestdagen werden nader omschreven en de regeling voor studiedagen vastgesteld. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De rechtbank benadrukte het belang van samenwerking tussen ouders in het belang van de kinderen.

Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming reizen zonder instemming moeder afgewezen; vakantieverdeling meivakantie gewijzigd en halen en brengen geregeld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9235
Zaaknummer: C/09/695738
Datum beschikking: 23 januari 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.N. Sardjoe te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.G. Ouwejan.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek;
  • de F9-berichten van de man van 18 december 2025, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. De minderjarige [de minderjarige 2] is ook in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 19 december 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, ieder bijgestaan door hun advocaat.

Verzoek en verweer

De vader heeft zowel in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) als in het kader van artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht om:
  • toestemming te verlenen aan de vader, die de toestemming van de moeder vervangt om met de kinderen af te reizen naar [land] vanaf 27 december 2025 tot en met 8 januari 2026 (subsidiair tot en met 6 januari 2026), welke duur wellicht nog kan veranderen;
  • toestemming te verlenen aan de vader, die de toestemming van de moeder vervangt, voor het verlengen van de paspoorten van de kinderen (indien dit aan de orde is) dan wel afgifte van de paspoorten door de moeder, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag, zonder maximum;
  • de moeder te veroordelen om – met het oog op de toekomst – tot medewerking aan de verdeling van de vakanties, waarbij de moeder de kinderen brengt naar de vader en de vader de kinderen zal brengen naar school (of de moeder), conform de beschikking van deze rechtbank van 31 juli 2025, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de moeder hieraan niet meewerkt, zonder maximum;
  • de moeder – met het oog op de toekomst – te veroordelen om mee te werken aan iedere vakantie en vakantieverdeling van de vader met de kinderen op grond van de beschikking van deze rechtbank van 31 juli 2025 binnen zijn vakantieregeling, tenzij dit een bestemming is met een negatief reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken), één en ander op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,- per dag dat de moeder hieraan niet meewerkt, zonder maximum;
  • de moeder te veroordelen in de proceskosten van de procedure, begroot op € 3.500,-;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De moeder heeft daarnaast verzocht te bepalen dat:
  • als feestdagen worden aangemerkt:
  • Pasen: van zaterdag 18.30 uur tot maandag 18.30 uur),
  • Pinksteren: van zaterdag 18.30 uur tot maandag 18.30 uur),
  • Hemelvaart: van 09.00 uur tot 18.30 uur;
  • Bevrijdingsdag: als reguliere vakantiedag;
  • de kinderen op studiedagen zullen zijn bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere weekindeling verblijven, vanaf 09.00 uur;
  • de kinderen altijd de gedurende eerste week van de meivakantie van de basisschool bij de moeder zullen zijn;
  • de rechtbank vervangende toestemming zal verlenen, die de toestemming van vader vervangt om de kinderen in te schrijven bij de huisarts in [plaats] .
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2009 tot [datum 2] 2025.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
­ [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ;
­ [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 1] (roepnaam: [de minderjarige 1] );
­ [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 2] (roepnaam: [de minderjarige 3] );
­ [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats 2] ;
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 24 juli 2024 is – voor zover van belang –:
  • de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
  • de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald;
  • een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, waarbij de kinderen om de week van donderdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven en waarbij de moeder de kinderen op donderdag naar de vader brengt;
  • een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte vastgesteld, waarbij de kinderen:
- in de voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de vader en de in oneven jaren bij de moeder verblijven;
- in de meivakantie: altijd de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader verblijven in verband met Koningsdag;
- in de zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de vader verblijven en in de laatste drie weken bij de moeder en in de oneven jaren is het omgekeerd;
- in de herfstvakantie: in de oneven jaren bij de vader verblijven en in de even jaren bij de moeder;
- in de kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren is het omgekeerd;
- tijdens Pasen: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
- tijdens Pinksteren: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
- tijdens Hemelvaart: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
waarbij een vakantieweek loopt van vrijdag 18.30 uur tot vrijdag 18.30 uur;
- Bij beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2025 is – voor zover
van belang – de beschikking van deze rechtbank van 31 juli 2024 deels bekrachtigd en deels vernietigd. In afwijking van de beschikking van de rechtbank is door het Hof – voor zover van belang – bepaald dat:
- de kinderen in het kader van de zorgregeling steeds in de oneven weken bij de vader
zullen verblijven;
  • de overdracht van de kinderen met betrekking tot de vastgestelde vakantie- en feestdagenregeling steeds om 17.00 uur zal zijn;
  • Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vader en de moeder.
Voorlopige voorzieningen
De vader heeft op de zitting zijn verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingetrokken, zodat de rechtbank hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.
Paspoorten
De moeder heeft ter zitting ingestemd met het aanvragen van nieuwe paspoorten voor de kinderen. De vader was in de veronderstelling dat de paspoorten bij de moeder lagen, maar ook zij heeft aangegeven ze niet te hebben. Partijen zijn daarom overeengekomen dat er noodpaspoorten aangevraagd zullen worden. In de middag na de zitting zou de vader hiervoor de kinderen om 14:00u bij de moeder ophalen, met hen pasfoto’s gaan maken en de paspoorten aanvragen, waarvoor de moeder tijdens de zitting online toestemming heeft gegeven. De rechtbank gaat ervan uit dat een en ander is gelukt en zij zal het verzoek van de vader wegens gebrek aan belang afwijzen. Aangezien het verzoek van de vader wordt afgewezen, wordt ook de daarbij verzochte dwangsom afgewezen.
Reis naar [land]
Nu de scholen van de kinderen voorafgaand aan de zitting hebben ingestemd met de vakantie die deels onder schooltijd plaatsvindt, zijn partijen erin geslaagd om tot overeenstemming te komen over de vakantie van de vader met de kinderen naar [land] . De vader heeft, gelet op de toestemming van de moeder en het feit dat de vakantie inmiddels heeft plaatsgevonden, geen belang meer bij zijn verzoek, zodat de rechtbank het zal afwijzen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen erin zijn geslaagd hun afspraak uit te voeren en dat de vader met de kinderen is vertrokken naar [land] in de kerstvakantie.
Vervangende toestemming reizen
Verder heeft de vader verzocht om vervangende toestemming om altijd met de kinderen naar het buitenland te mogen reizen in zijn deel van de vakanties, een zogenaamde ‘carte blanche’. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De rechtbank vindt het een onwenselijke situatie dat de vader met de kinderen kan vertrekken zonder dat de moeder weet waar zij (ver)blijven. De moeder moet per geval kunnen beoordelen of zij een reis naar het buitenland in het belang van de kinderen vindt. Indien de rechtbank voor alle toekomstige reizen op voorhand vervangende toestemming geeft, wordt voorbijgegaan aan het doel van het vereisen van toestemming, terwijl het een wezenlijk onderdeel vormt van het ouderlijk gezag. Aangezien het verzoek van de vader wordt afgewezen, wordt ook de daarbij verzochte dwangsom afgewezen.
Vakanties en feestdagen
Zowel uit de stukken als op de zitting is gebleken dat tussen partijen een hoop te doen is als het gaat om de verdeling van de vakanties en feestdagen. Rondom de meivakantie 2025 is tussen hen discussie ontstaan over de interpretatie van de in de beschikking vastgestelde verdeling en het halen en brengen van de kinderen tijdens de vakantie. De onrust is ontstaan doordat de basisschool en de middelbare school van de kinderen verschillende vakantieweken hanteerden en tevens door de dag waarop Koningsdag in 2025 viel. Het onderlinge geschil is daarbij zo hoog opgelopen dat de politie en Veilig Thuis betrokken zijn geraakt. Door beide partijen zijn daarom in het kader van de verdeling van de vakanties en feestdagen verschillende verzoeken gedaan, die hierna achtereenvolgens zullen worden besproken.
Naleving vakantieregeling op straffe van een dwangsom
De vader heeft allereerst verzocht om te bepalen dat de vakantieregeling door de moeder moet worden nageleefd op straffe van een dwangsom. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is gebleken dat de problematiek in de meivakantie vooral is ontstaan door een misverstand en door ieders eigen interpretatie van de uitspraak van de rechtbank en niet door onwelwillendheid van de moeder, zoals door de vader is gesteld. Nergens is uit gebleken dat de moeder zich willens en wetens niet houdt aan de vastgestelde vakantieregeling, zodat geen aanleiding bestaat om een dwangsom te bepalen. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
Halen en brengen
Tussen partijen bestaat ook onduidelijkheid over het halen en brengen tijdens de vakanties. De vader heeft verzocht te bepalen dat de moeder de kinderen zal brengen naar de vader en de vader de kinderen zal brengen naar school of de moeder, afhankelijk van wat aan de orde is. De moeder heeft hiermee ingestemd; zij wil vooral duidelijkheid hebben. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen.
Voor zover er tussen partijen onduidelijkheid bestaat over het tijdstip van halen en brengen, wijst de rechtbank op de uitspraak van het Hof van 1 oktober 2025, waarin is vastgesteld dat de overdracht (aan begin en eind) tijdens vakanties steeds zal plaatsvinden om 17.00 uur. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit (weer) te wijzigen naar 18.30 uur, zoals door de moeder verzocht.
Invulling feestdagen
Ten aanzien van een aantal feestdagen heeft de moeder verzocht om expliciet vast te leggen welke dagen hieronder worden verstaan en welke tijden daarbij gelden.
Door de rechtbank is in de beschikking van 31 juli 2024 vastgelegd dat de kinderen tijdens Pasen, Pinksteren en Hemelvaart in de even jaren bij de moeder zijn en in de oneven jaren bij de vader. Er is geen aanleiding om hierin een wijziging aan te brengen. De rechtbank zal – conform het verzoek van de moeder – bepalen dat onder Pasen en Pinksteren moet worden verstaan: van zaterdagavond tot en met maandag. In lijn met de uitspraak van het Hof zal de overdracht daarbij steeds plaatsvinden om 17.00 uur, in plaats van 18.30 uur, zoals door de moeder is verzocht. Hemelvaart betreft alleen de donderdag waarop Hemelvaart valt van 09.00 uur tot 17.00 uur. Bevrijdingsdag geldt als een reguliere vakantiedag in de meivakantie evenals Koningsdag – zoals in het navolgende nader wordt besproken. Indien Bevrijdingsdag buiten de meivakantie valt, wordt aangesloten bij de reguliere zorgregeling.
Meivakantie
De moeder heeft verzocht om de vakantieregeling ten aanzien van de meivakantie te wijzigen, in die zin dat zij verzoekt dat de kinderen in de meivakantie altijd tijdens de eerste week van de meivakantie van de basisschool bij haar zullen zijn. De rechtbank ziet aanleiding om de vastgestelde vakantieregeling op dit punt te wijzigen. Zoals in het voorgaande al is besproken, is rondom de meivakantie 2025 tussen partijen grote discussie ontstaan. Daarbij is gebleken dat de door de rechtbank vastgestelde regeling praktisch niet uitvoerbaar is, onder meer vanwege de verschillende vakantieweken die worden gehanteerd door de basis- en middelbare scholen. Het verzoek van de moeder acht de rechtbank niet zonder meer wenselijk. In haar voorstel zouden de vier kinderen elke meivakantie een week tezamen met de moeder zijn, maar kan dit er bij de vader toe leiden dat hij twee kinderen de week daarvoor en twee kinderen de week erna bij zich heeft. Die last moet verdeeld worden. De rechtbank zal daarom vaststellen dat de vier kinderen in de even jaren in de verplichte week (zoals vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs) van de meivakantie regio midden steeds bij de moeder verblijven en in de oneven jaren in de verplichte week bij de vader. De andere week zijn de kinderen dan bij de andere ouder. Om nieuwe verwarring te voorkomen, zal de rechtbank uitwerken hoe dat er voor 2026 uit ziet:
  • De verplichte vakantieweek voor scholen is van zaterdag 25 april 2026 tot en met zondag 3 mei 2026. Alle vier de kinderen verblijven dan bij de moeder.
  • De andere vakantieweek verblijven de kinderen bij de vader, ongeacht in welke week die vakantieweek valt. Dat kan er dus toe leiden dat de oudste kinderen (bijvoorbeeld) de week voor de verplichte week bij de vader verblijven en de jongste twee kinderen de week na de verplichte week. Voor de kinderen die geen vakantie hebben, wordt de reguliere zorgregeling gevolgd.
In de oneven jaren is het omgekeerd, waarbij de voorgenoemde uitgangspunten worden gevolgd. Met betrekking tot het halen en brengen van de kinderen geldt hetgeen hiervoor is besproken.
Het voorgaande leidt ertoe dat de kinderen niet meer altijd tijdens Koningsdag bij de moeder kunnen zijn, omdat dit – in samenhang met de verdeling van de meivakantie – praktisch niet uitvoerbaar is. Door de moeder is in deze procedure evenwel ook niet onderbouwd waarom haar belang bij het vieren van Koningsdag met de kinderen voor moet gaan, zodat de rechtbank een evenwichtige en praktische verdeling van de meivakantie laat prevaleren.
Studiedagen
De moeder heeft verzocht om te bepalen dat de kinderen op een studiedag bij de ouder verblijven bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling op die dag ook zouden verblijven. Het lukt partijen niet om hierover samen afspraken te maken. Naar oordeel van de rechtbank is het verzoek van de moeder in het belang van de kinderen, omdat dit praktisch het best uitvoerbaar is en de kinderen dan ook niet extra hoeven te wisselen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen.
Vervangende toestemming inschrijving huisarts
De moeder heeft verzocht om de kinderen in te schrijven bij de huisarts in [plaats] , waar zij ook hun hoofdverblijfplaats hebben. De vader heeft hiermee ingestemd. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen.
Proceskosten
De vader heeft verzocht om, in afwijking van het uitgangspunt in familiezaken, de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure. Anders dan door de man betoogd, is naar oordeel van de rechtbank in dit geval geen sprake van een weigeren van toestemming voor een vakantie zonder gegronde reden. De vader wenste een vakantie die langer was dan de tijd die hij volgens de zorgregeling met de kinderen zou hebben en waarbij de kinderen bovendien school zouden missen. De moeder heeft met haar weigering daarom geen misbruik gemaakt van procesrecht. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af en zal de proceskosten tussen partijen compenseren, zoals gebruikelijk.
Ten overvloede
De rechtbank wenst tot slot het volgende aan de ouders mee te geven. Zowel uit de stukken als op zitting is gebleken dat de ouders een hevige strijd met elkaar voeren. Elke afspraak of beslissing leidt tot nieuwe discussie, waarbij de ouders er niet in slagen om naar elkaar toe te bewegen en in onderling overleg invulling te geven aan het ouderschap. Ook in deze procedure heeft dat ertoe geleid dat de rechtbank beslissingen heeft moeten nemen, waarvan in beginsel mag worden verwacht dat ouders dit zelf kunnen. Hoewel de beslissingen aan partijen op dit moment de benodigde duidelijkheid zullen geven, zullen zich altijd nieuwe kwesties en situaties blijven voordoen, dat is immers inherent aan het ouderschap. Het zou de ouders sieren indien zij de strijdbijl proberen te begraven en in het belang van de kinderen gaan communiceren, zodat zij bijvoorbeeld over een dag als Koningsdag (die kennelijk belangrijk is voor de moeder) onderling afspraken kunnen maken. Brengen de ouders geen verandering aan in hun houding, dan zal dit op termijn (ernstige) gevolgen kunnen hebben voor de kinderen en hun ontwikkeling.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2025 –:
bepaalt ten aanzien van het halen en brengen in de schoolvakanties dat de moeder de kinderen steeds naar de vader zal brengen en dat de vader de kinderen steeds naar de school of de moeder zal brengen, afhankelijk van de situatie die van toepassing is;
bepaalt dat:
  • onder Pasen en Pinksteren moet worden verstaan: van zaterdag (17.00 uur) tot en met maandag (17.00 uur);
  • onder Hemelvaart enkel Hemelvaartsdag zelf moet worden verstaan, van 09.00 uur tot 17.00 uur;
en waarbij ten aanzien van het halen en brengen wordt aangesloten bij hetgeen hiervoor is bepaald ten aanzien van de vakanties; en
  • met Bevrijdingsdag wordt aangesloten bij de vakantieregeling, of (indien het buiten de meivakantie valt) de reguliere zorgregeling;
  • met Koningsdag wordt aangesloten bij de vakantieregeling;
  • tijdens studiedagen de reguliere zorgregeling wordt gevolgd;
bepaalt een verdeling van de meivakantie, waarbij de kinderen:
  • in de even jaren: in de verplichte week van de meivakantie bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader;
  • in de oneven jaren: in de verplichte week van de meivakantie bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder;
stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat de kinderen ingeschreven zullen worden bij de huisarts in Nieuwerkerk aan den IJssel;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.