Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3515

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696211 / FA RK 25-9519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorzieningen inzake toevertrouwing kinderen, gebruik woning en kinderalimentatie

Partijen zijn gehuwd sinds 2005 en hebben gezamenlijk gezag over zeven minderjarige kinderen, waaronder een tweeling geboren tijdens het huwelijk. De vrouw verzocht om voorlopige voorzieningen: toevertrouwing van de kinderen, uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en kinderalimentatie.

De man verscheen niet op de zitting en voerde geen verweer. Hij is naar het buitenland vertrokken, waardoor de rechtbank het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijst. De vrouw en kinderen ontvangen hulp van het Wijkteam, en de rechtbank benadrukte het belang van het bevorderen van contact tussen de man en de kinderen.

De rechtbank wijst de toevertrouwing van de vijf besproken minderjarige kinderen toe aan de vrouw, kent haar het uitsluitend gebruik van de woning toe en bepaalt dat de man een voorlopige kinderalimentatie van €10 per maand per kind betaalt. Over de tweeling, die niet in het verzoek is betrokken, wordt in de echtscheidingsprocedure beslist.

Uitkomst: Verzoek vrouw tot toevertrouwing kinderen, uitsluitend gebruik woning en voorlopige kinderalimentatie wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9519
Zaaknummer: C/09/696211
Datum beschikking: 23 januari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 16 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 9 januari 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat en tolk A. Yahye.
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De man is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] , [land 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2022 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2025 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 7] , geboren op [geboortedatum 6] 2025 te [geboorteplaats 2] .
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt (na wijziging) ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 10,- per maand per kind, met ingang van 1 december 2025, dan wel een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Allereerst merkt de rechtbank op dat tijdens de zitting is gebleken dat de man op 24 december 2025 naar [land 2] is vertrokken. Hij is dan ook niet ter zitting verschenen. De vrouw heeft laten weten dat de communicatie tussen partijen moeizaam verloopt. Er is vrijwel geen contact tussen partijen, ook niet over de kinderen. Volgens de vrouw belt de man wel regelmatig met Amal (het oudste kind).
De moeder en de kinderen krijgen hulp van het Wijkteam. De moeder heeft tijdens de zitting laten weten dat zij binnenkort een afspraak heeft met het Wijkteam om te praten over onder andere het contact tussen de kinderen en de man. De man zal via een videobelverbinding aansluiten bij deze afspraak. Tijdens de zitting heeft de rechtbank benadrukt dat het belangrijk is dat de vrouw bij het gesprek met het Wijkteam bespreekt hoe de man in de toekomst regelmatig contact heeft met de kinderen. De vrouw heeft namelijk de (wettelijke) plicht om de banden tussen de kinderen en de man te bevorderen. De man heeft op zijn beurt de (wettelijke) plicht om betrokken te blijven in het leven van de kinderen en contact te onderhouden met de kinderen.
Toevertrouwing kinderen
De vrouw heeft verzocht de kinderen aan haar toe te vertrouwen. De man is niet ter zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw heeft het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning verzocht. De man is niet ter zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Bovendien is de man naar [land 2] vetrokken. Het verzoek van de vrouw kan daarom als niet weersproken en als op de wet gegrond worden toegewezen.
Kinderalimentatie
De vrouw heeft verzocht een door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 10,- per maand per kind. De man is niet ter zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken, in het belang van de kinderen en op de wet gegrond toewijzen
Nadere opmerking
Na de zitting is bij nadere bestudering van de Basisregistratie Personen (brp) van de man en de vrouw gebleken dat tijdens het huwelijk ook nog een tweeling is geboren, te weten [de minderjarige 7] geboren op [geboortedatum 6] 2025 te [geboorteplaats 2] en [de minderjarige 6] geboren op [geboortedatum 6] 2025 te [geboorteplaats 2] . Omdat de tweeling tijdens het huwelijk is geboren, is de man de juridische vader van de tweeling. Over deze kinderen is niet gesproken in het verzoekschrift of op de zitting. De verzoeken van de vrouw zien niet op deze kinderen, dus de rechtbank zal niets over de tweeling beslissen. In de echtscheidingsprocedure (die is geregistreerd onder zaak- en rekestnummer C/09/696189 FA RK 25-9510) zullen uiteraard wel beslissingen over de tweeling moeten worden genomen. De rechtbank merkt op dat mr. Balkenende het reeds bij de rechtbank ingediende verzoekschrift in de echtscheidingsprocedure op dit punt dient aan te vullen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ,
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats 2] ,
  • [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats 2] ,
  • [de minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2022 te [geboorteplaats 2] ,
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum beschikking voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen(bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 10,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2026.