Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3443

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 februari 2026
Zaaknummer
C/09/675760 / FA RK 24-8226
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:12 BWArt. 1:212 BWArt. 1:253c BWArt. 10:97 BWArt. 84 Kodeks rodzinny i opiekuńczy
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap en afwijzing gezamenlijk gezag en omgang wegens zorgelijke problematiek

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de man tot gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap over zijn jongste kind, met toepassing van Pools recht, aangezien beide ouders de Poolse nationaliteit bezitten. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden volgens het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij was voldaan en stelde het vaderschap vast, wat in het belang is van het kind om gelijke afstamming met haar oudere broers te waarborgen.

Het verzoek van de man om gezamenlijk gezag over het jongste kind werd afgewezen vanwege een langdurige en ernstige problematiek tussen de ouders, waaronder huiselijk geweld en problematische communicatie, die het gezamenlijk gezag onwenselijk maken. De rechtbank constateerde dat de vader zijn verblijfplaats niet wilde opgeven en niet bereikbaar was voor hulpverlening, wat de situatie bemoeilijkt.

Ook het verzoek tot vaststelling van een omgangs- en zorgregeling voor de drie minderjarige kinderen werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de omgangsregeling niet werd nageleefd en dat de kinderen trauma’s hebben opgelopen door incidenten met de vader. De moeder heeft niet langer de draagkracht om de omgang te begeleiden. De rechtbank adviseerde de vader hulp te zoeken om inzicht te krijgen in zijn gedrag en de gevolgen daarvan.

De bijzondere curator werd ontslagen uit zijn functie omdat zijn vertegenwoordiging niet langer nodig is na de vaststelling van het vaderschap. De proceskosten worden door elke partij zelf gedragen.

Uitkomst: Het vaderschap van de man wordt vastgesteld, het verzoek tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8226
Zaaknummer: C/09/675760
Datum beschikking: 21 januari 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap, gezag en omgang

Beschikking op het op 13 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man / de vader,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,
advocaat: voorheen mr. Kahya-Ekinci te Rijswijk, thans zonder advocaat.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J.W. Janssen-van Rooij te Venlo (voorheen mr. A. Hollman).
en

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland]

de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. mr. B.J. de Deugd,
advocaat te Nieuwerkerk aan den IJssel,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verslag van de bijzondere curator, tevens zelfstandig verzoek;
  • de brief van 1 mei 2025, tevens aanvullend verzoek van de zijde van de man;
  • de brief van 6 juni 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier met bijlagen van 23 december 2025 van de zijde van de vrouw.
Op 24 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, de moeder met haar advocaat en de bijzondere curator.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Partijen zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
 [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] ,
 [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] .
- De vrouw is de ouder van het volgende nu nog minderjarige kind:
 [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1]
.
  • De man heeft [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] erkend.
  • Blijkens de aantekeningen van 18 februari 2024 zijn de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
  • De vrouw is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] .
  • Beide partijen hebben de Poolse nationaliteit.
  • Bij beschikking van 16 januari 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de kinderen voorlopig bij de man zullen zijn, onder begeleiding door de vrouw:
o vanaf 26 januari 2025 iedere zondag van 12:00 tot 14:00 uur in de centrale openbare bibliotheek (Spui 68. 2511 CB Den Haag) en dat zij voorlopig iedere zaterdag om 17:00 een videobelmoment met de man hebben.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 februari 2025 is mr. B.J. de Deugd voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [de minderjarige 1] ingevolge artikel 1:212 BW Pro te vertegenwoordigen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man zoals dat nu luidt strekt ertoe bij beschikking over te gaan tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man ten aanzien van [de minderjarige 1] met toepassing van het Poolse recht.
Verder verzoekt de man te bepalen dat:
- hij samen met de vrouw wordt belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] ;
- een zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige 1] en de kinderen [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] een keer in de twee weken het weekend van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur en elke dinsdag en donderdag van 15.00 uur (na schooltijd) tot 18.00/19.00 uur bij de man zijn;
- de kinderen in de even jaren in de tweede week en in de even jaren de eerste week van de kerstvakantie en in de even jaren Pasen bij de man zijn,
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft op zitting verweer gevoerd welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De bijzondere curator adviseert de zaak te verwijzen naar de rechtbank Limburg, locatie Roermond, omdat de rechtbank Den Haag relatief onbevoegd is. De bijzondere curator adviseert het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van het kind niet-ontvankelijk te verklaren. De bijzondere curator ziet aanleiding om namens het kind een zelfstandig tegenverzoek te doen, althans een vordering in te stellen tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van verzoeker, op grond van artikel 84, lid 3 Kodeks rodzinny i opiekuńczy (hierna: het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij).

Beoordeling

Naar aanleiding van het standpunt van de bijzondere curator heeft de man zijn verzoek gewijzigd en in plaats van vervangende toestemming erkenning verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [de minderjarige 1] .
De moeder heeft geen opmerkingen met betrekking tot de rechtsmacht, het toepasselijk recht en de uitleg van het Poolse recht. Zij verzet zich echter wel tegen een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Relatieve bevoegdheidOp grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende minderjarigen bevoegd de rechter van de woonplaats van de minderjarige. Op grond van artikel 1:12 BW Pro volgt de minderjarige in beginsel de woonplaats van degene die het gezag over hem of haar uitoefent.

Nu zowel de man als de moeder op zitting zijn verschenen, gaat de rechtbank ervan uit dat zij geen verwijzing wensen en acht de rechtbank zich bevoegd deze zaak te behandelen.
Toepasselijk recht
Op grond van artikel 10:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het tijdstip van de indiening van het verzoek is hierbij bepalend.
De moeder en de man hadden ten tijde van de indiening van het verzoek de Poolse nationaliteit. Dit betekent dat Pools recht van toepassing is op het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat partijen een turbulente relatie hebben gekend, gekenmerkt door huiselijk geweld. Er is sprake van langdurige en ernstige problematiek tussen partijen die telkens opnieuw blijft oplaaien. De man is achter de opvanglocatie van de moeder en de kinderen gekomen en hij heeft schreeuwend en dreigend bij de opvanglocatie gestaan. De kinderen en de moeder zijn hierdoor niet meer veilig op de huidige opvanglocatie. De moeder voert aan dat er een belangenafweging moet worden gemaakt en dat het belang van de vader bij het vaststellen van het vaderschap moet wijken voor het belang van [de minderjarige 1] om in rust op te groeien.
De bijzondere curator stelt dat er geen twijfel over de biologische afstemming blijkt te zijn. Op het punt van de belangenafweging ziet de bijzondere curator geen grond tot afwijzing van het verzoek of van de vordering. De man en de moeder hebben al twee kinderen die wel door de man zijn erkend. De bijzondere curator acht het juist in het belang van [de minderjarige 1] dat het vaderschap van de man wel vast komt te staan.
De bijzondere curator merkt verder op dat hij de problematiek erg zorgelijk acht.
Op grond van artikel 84 van Pro het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij zijn de vader en de moeder van de kinderen, ieder afzonderlijk, bevoegd om het betreffende verzoek tot vaststelling vaderschap in te dienen. In artikel 85 eerste Pro lid van het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij is een wettelijk vermoeden van vaderschap neergelegd. De man weerspreekt het vermoeden van vaderschap niet – hij bevestigt immers dat hij de vader is – en verzoekt dat zijn vaderschap over de kinderen gerechtelijk wordt vastgesteld. Omdat wordt voldaan aan de wettelijke grondslagen naar Pools recht, zal de rechtbank het verzoek om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, toewijzen. Deze beslissing is naar het oordeel van de rechtbank in het belang van [de minderjarige 1] , zodat haar afstamming duidelijk is en er geen onderscheid is tussen haar en haar broer en zus. Daar komt bij dat er naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de moeder heeft betoogd, in het Poolse recht geen ruimte is voor een belangenafweging.
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van de kinderen door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom ontslaan uit zijn functie.
Gezamenlijk gezag [de minderjarige 1]
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over [de minderjarige 1] .
Inhoudelijke beoordeling
De vader heeft verzocht hem gezamenlijk met de moeder met het gezag over [de minderjarige 1] te belasten.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:253c, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten. Het verzoek wordt slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat het in het belang van het kind is dat het gezag zo mogelijk gezamenlijk door beide ouders wordt uitgeoefend en dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat één van de ouders met het gezag is belast.
Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak sprake van een dergelijke uitzondering.
Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Hoewel de bijzondere curator geen advies heeft gegeven over de overige voorliggende onderwerpen, heeft de bijzondere curator geconstateerd dat partijen te maken hebben met een langdurige en ernstig ogende problematiek in hun onderlinge verstandhouding, hetgeen een negatieve invloed heeft richting [de minderjarige 1] (en haar broer en zus). De bijzondere curator heeft geconstateerd dat hulpverlening reeds is betrokken, terwijl niet duidelijk is dat dit al rust weet te brengen. De bijzondere curator heeft gemeld dat hij de problematiek erg zorgelijk acht.
Het is de rechtbank op grond van de stukken en hetgeen op zitting is besproken, gebleken dat sprake is van een bijzonder problematische communicatie tussen de ouders over [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] om hulpverlening voor de kinderen in gang te zetten. De vader is niet bereikbaar gebleken voor de hulpverlening van de vrouw, omdat er geen contactgegevens van hem bekend zijn. De rechtbank heeft geconstateerd dat de vader als RNI staat geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). De vader heeft op zitting desgevraagd alleen aangegeven dat hij in Den Haag woont, maar hij heeft zijn adres niet willen geven.
Nu de onderlinge communicatie zo moeizaam en problematisch is en de vader er voor heeft gekozen om geen opheldering over zijn verblijf te verschaffen dan wel verandering in de communicatie te brengen , is het naar het oordeel van de rechtbank niet in het belang van [de minderjarige 1] om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Onder de huidige omstandigheden is het niet mogelijk voor de ouders om in onderling overleg beslissingen over [de minderjarige 1] te nemen.
De rechtbank wijst het verzoek van de vader op dit punt af.
Omgangs- / zorgregeling [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 1]
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling ( [de minderjarige 1] ) en verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ( [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ).
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de voorlopige omgang zoals die bij de beschikking van
16 januari 2025 is vastgesteld na ongeveer zes maanden (rondom het incident met Hemelvaart) niet meer is uitgevoerd.
De vader heeft op zitting aangegeven dat het de schuld van de moeder is.
De rechtbank stelt vast dat de kinderen door de incidenten die met de vader hebben plaatsgevonden trauma’s hebben opgelopen. De kinderen moeten eerst in de gelegenheid zijn om met hulpverlening deze trauma’s te verwerken en ermee om leren te gaan en tot rust te komen. Daar komt bij dat op dit moment naar het oordeel van de rechtbank niet van de moeder meer kan worden gevraagd de omgang te begeleiden en te faciliteren. Zij heeft hiervoor gelet op alle incidenten die hebben plaatsgevonden met de vader niet langer de draagkracht.
De rechtbank overweegt dat het aan de vader is om hulp te zoeken zodat hij inzicht kan krijgen in welke gevolgen een actie kan hebben en in de dynamiek als ouders gelet op de beschrijving van de incidenten die hebben plaatsgevonden. Ter illustratie van het gedrag van de vader wijst de rechtbank op de opstelling van de vader tijdens de zitting, waarbij hij niet erg coöperatief was en vooral veel tijd besteedde aan het luidkeels aangeven dat alles aan de moeder ligt. Hiermee heeft hij er blijk van gegeven zich niet bewust te zijn van zijn eigen rol in het systeem. Het zou goed zijn als de vader inzicht krijgt in hoe zijn gedrag van invloed is op de moeder en de kinderen en wat zijn rol is in het geheel. De rechtbank hoopt dat de vader hiervoor hulpverlening zal zoeken.
De rechtbank zal het verzoek tot vaststelling van een omgangs- / zorgregeling gelet op het voorgaande afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast het ouderschap van:
[de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1978 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ,
over:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ,
uit:
[de moeder] geboren op [geboortedatum 5] 1994 te [geboorteplaats 4] , [geboorteland] ;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] af;
wijst het verzoek tot vaststelling van een omgangs- / zorgregeling met [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 1] af;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2026.