Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3431

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 februari 2026
Zaaknummer
C/09/682451 / FA RK 25-2254
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BWArt. 1:24 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek doorhaling latere vermelding geslachtsnaam minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 24 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot doorhaling van een latere vermelding op de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de geslachtsnaam van de moeder was gekozen. De ouders waren het niet eens met dit verzoek en wilden dat hun kind de geslachtsnaam van de moeder zou behouden.

De feiten zijn dat de minderjarige in 2018 werd geboren en dat de ouders in augustus 2024 een akte van naamskeuze lieten opstellen waarin werd gekozen voor de geslachtsnaam van de moeder. De ambtenaar van de gemeente Hillegom stelde echter dat deze keuze niet toegestaan was en verzocht de officier van justitie om de latere vermelding door te halen.

De rechtbank oordeelde dat het namenrecht dwingend is en dat de keuze voor een geslachtsnaam moet voldoen aan de wettelijke bepalingen in artikel 1:5 BW Pro. Sinds 1 januari 2024 is het mogelijk om een gecombineerde geslachtsnaam te kiezen, maar een keuze voor alleen de geslachtsnaam van de moeder is niet toegestaan als de ouders gehuwd zijn. De rechtbank gelastte daarom de doorhaling van de latere vermelding, waardoor de minderjarige weer de geslachtsnaam van de vader krijgt.

De rechtbank erkent de emotionele impact voor de ouders, maar benadrukt dat er geen uitzonderingen op het dwingende namenrecht mogelijk zijn. Tevens verzocht de rechtbank de ambtenaar van de gemeente Hillegom om samen met de ouders te onderzoeken of het nog mogelijk is om de gecombineerde geslachtsnaam te verkrijgen en om te bekijken of de kosten van een nieuw identiteitsbewijs door de gemeente kunnen worden gedragen.

Uitkomst: Verzoek tot doorhaling van de latere vermelding van de geslachtsnaam van de moeder wordt toegewezen; de minderjarige krijgt weer de geslachtsnaam van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2254
Zaaknummer: C/09/682451
Datum beschikking: 21 januari 2026

Doorhaling van een latere vermelding

Beschikkingop het op 12 maart 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de moeder] ,

de moeder van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hillegom,

zetelend te Hillegom,
de ambtenaar,
en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiden,

zetelend te Leiden,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 24 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn de vader en de moeder verschenen. Verzoeker en de ambtenaren van Hillegom en Leiden zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.

Feiten

- Op [geboortedatum] 2018 is te [geboorteplaats] de minderjarige [minderjarige] geboren (hierna: [minderjarige] ).
- Op 8 augustus 2024 hebben de ouders bij de ambtenaar in de gemeente Hillegom een akte van naamskeuze laten opstellen waarbij voor [minderjarige] is gekozen voor de geslachtsnaam van de moeder, te weten [geslachtsnaam] .
- Op basis van deze akte van naamskeuze is op 26 augustus 2024 door de ambtenaar van de gemeente Leiden een “latere vermelding betreffende naamskeuze” aan de geboorteakte gevoegd waaruit blijkt dat is gekozen voor de geslachtsnaam van de moeder.
- De ambtenaar van de gemeente Hillegom heeft de ouders bij brief van 18 oktober 2024 laten weten dat de gemaakte keuze niet is toegestaan en heeft de ouders in de gelegenheid gesteld alsnog te kiezen voor een gecombineerde geslachtsnaam.
- De ouders hebben niet ingestemd met het verzoek.
- De ambtenaar van Hillegom heeft de Officier van Justitie bij brief van 3 maart 2025 verzocht om de ambtenaar van Leiden te gelasten de latere vermelding betreffende naamskeuze door te halen.

Verzoek en verweer

Het verzoek gaat over doorhaling van de latere vermelding van geboorteakte nummer [nummer] van het jaar 2018, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Leiden op 26 augustus 2024.
De ouders zijn het niet eens met het verzoek tot doorhaling, zij willen dat [minderjarige] de geslachtsnaam van de moeder heeft.

Beoordeling

Juridisch kader (de wet)
In artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is onder andere bepaald dat doorhaling van een in een register van de burgerlijke stand ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie door de rechtbank kan worden gelast.
De wet waarin is opgenomen welke namen mogelijk zijn (het namenrecht) is dwingend recht. Dit betekent dat hiervan niet kan worden afgeweken. In artikel 1:5 BW Pro is bepaald hoe een kind een geslachtsnaam (de achternaam) verkrijgt. Artikel 1:5 BW Pro is vanaf 1 januari 2024 uitgebreid met de gecombineerde geslachtsnaam en geldt voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2024.
Er is vanaf 1 januari 2024 ook een keuzemogelijkheid voor ouders in artikel 1:5 BW Pro opgenomen: ouders kunnen, afhankelijk van hun burgerlijke staat, gezamenlijk een keuze maken voor de geslachtsnaam van hun kind. Een keuze voor een geslachtsnaam gebeurt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en moet door beide ouders worden ondertekend. Dit kan voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte. Terugkomen op de keuze is in principe niet mogelijk en kan alleen via een Koninklijk Besluit via de dienst Justis, waarvoor bijzondere voorwaarden gelden.
Welke keuzes gemaakt kunnen worden door de ouders is bepaald in artikel 1:5 BW Pro. Als de ouders geen gezamenlijke keuze maken voor een geslachtsnaam, dan zal de ambtenaar de geslachtsnaam geven aan het kind zoals bepaald in de wet, zodat een kind altijd een geslachtsnaam heeft: dit is de vangnetnorm.
Toen [minderjarige] werd geboren mochten ouders bij de geboorte van hun eerste gezamenlijke kind kiezen of het kind de geslachtsnaam van de moeder of van de vader kreeg. Als geen keuze werd gemaakt kreeg het kind automatisch de geslachtsnaam van de vader (als de ouders gehuwd waren of als het kind was erkend voor de geboorte) of van de moeder (als de ouders ongehuwd waren en het kind niet erkend was voor de geboorte). Deze regeling geldt op dit moment nog steeds.
Sinds 1 januari 2024 biedt de wet ouders een extra mogelijkheid en is artikel 1:5 BW Pro gewijzigd. Op grond van het nu geldende artikel 1:5 BW Pro kunnen ouders gezamenlijk verklaren dat hun eerste kind een gecombineerde geslachtsnaam zal hebben. Die mogelijkheid bestond tot 31 december 2024 ook voor ouders wiens oudste gezamenlijke kind is geboren op of na 1 januari 2016. Ouders die dat wensten hadden de mogelijkheid om ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand gezamenlijk te verklaren dat hun kind een gecombineerde geslachtsnaam zou krijgen.
Volgens de ouders hebben zij bij de geboorteaangifte van [minderjarige] in [geboorteplaats] al aangegeven dat [minderjarige] de geslachtsnaam van de moeder moest krijgen, maar dit werd bij het loket niet door de ambtenaar geaccepteerd. Omdat de ouders getrouwd waren, moest [minderjarige] de geslachtsnaam van de vader krijgen, zo werd gezegd volgens de ouders. De ouders waren het hier niet mee eens, maar op dat moment hadden zij geen andere keuze dan deze beslissing te accepteren.
Toen er een keuzemogelijkheid kwam voor beide achternamen hebben de ouders bij de ambtenaar aangegeven dat zij kiezen voor de geslachtsnaam van de moeder.
De ambtenaar van Hillegom heeft de geslachtsnaam van [minderjarige] aangepast zoals de ouders hadden gevraagd. De ouders waren hier erg blij mee omdat zij dit al wilden vanaf de geboorte van [minderjarige] .
Dat de ambtenaar de ouders hierna heeft gemeld dat de wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] in de achternaam van de moeder toch niet mogelijk was omdat alleen een gecombineerde geslachtsnaam (geslachtsnaam van beide ouders) kon, heeft de ouders diep geraakt.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat dit moeilijk voor de ouders is, kan het helaas niet anders omdat er geen uitzonderingen op het (dwingende) namenrecht mogelijk zijn.
De ambtenaar heeft dit goed aan de ouders uitgelegd in de brief van 18 oktober 2024. Op dat moment was het nog mogelijk om voor de geslachtsnamen van beide ouders te kiezen, maar inmiddels kan dat niet meer.
Dit betekent dat de rechtbank het verzoek zal toewijzen en dat de latere vermelding op de geboorteakte van [minderjarige] (waarop de geslachtsnaam van de moeder staat) zal worden verwijderd (doorgehaald). Vanaf dat moment heeft [minderjarige] (weer) de geslachtsnaam van de vader.
De rechtbank hoopt dat de ambtenaar van de gemeente Hillegom samen met de ouders wil kijken of het nu nog mogelijk is om [minderjarige] de achternamen van beide ouders te geven. Ook wil de rechtbank de ambtenaar vragen om te bekijken of er een mogelijkheid is dat de kosten van een nieuw identiteitsbewijs voor [minderjarige] door de gemeente worden gedragen. Dit omdat de ouders door een fout van de gemeente beschikken over een identiteitsbewijs van [minderjarige] dat na de doorhaling van de latere vermelding niet meer klopt en zij niet het geld hebben om deze kosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank:
gelast de doorhaling van de latere vermelding van de akte, [nummer] van het jaar 2018, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats] op 26 augustus 2024.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2026.