ECLI:NL:RBDHA:2026:3426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker met Palestijnse achtergrond
Verzoeker, geboren in 2004 in het buitenland, heeft een verblijfsvergunning asiel in Nederland en verzoekt de rechtbank om vaststelling van zijn staatloosheid. De rechtbank betrekt de Palestijnse Gebieden, Syrië en Turkije bij haar beoordeling, aangezien verzoeker Palestijnse roots heeft, in Syrië is geboren en een jaar in Turkije verbleef.
De rechtbank beoordeelt de overgelegde documenten, waaronder een identiteitskaart voor Palestijnen uit Syrië en diverse uittreksels, als authentiek. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving verleent nationaliteit via de vader, wat hier niet aannemelijk is, en naturalisatie is voor Palestijnen in Syrië niet mogelijk. Ook de Turkse nationaliteit is niet van toepassing, omdat verzoeker niet aan de wettelijke criteria voldoet.
De rechtbank concludeert dat verzoeker niet als onderdaan van enige staat wordt beschouwd en stelt zijn staatloosheid vast. Het verzoek tot veroordeling van de Staat in proceskosten wordt afgewezen. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven, met instemming van partijen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.