ECLI:NL:RBDHA:2026:3390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 8 juli 2024 ontvangen door de minister van Asiel en Migratie. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië is deze termijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 28 december 2025 schriftelijk in gebreke gesteld, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober en is op 5 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn door het Syrië besluitmoratorium.