ECLI:NL:RBDHA:2026:3383
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunningen
Verzoekers hebben op 26 januari 2022 aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen, die door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen bij besluit van 21 april 2023. Na het maken van bezwaar is dit besluit op 18 juni 2025 gehandhaafd. Verzoekers hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij zij tevens een verzoek om voorlopige voorziening indienden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op de dag van de uitspraak op het beroep heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat het beroep reeds in behandeling was en de voorlopige voorziening niet noodzakelijk werd geacht.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 februari 2026 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvragen is afgewezen.