ECLI:NL:RBDHA:2026:3362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.49038
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij afwijzing verblijfsdocument EU/EER

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. De minister van Asiel en Migratie heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank stelde vast dat het griffierecht niet was betaald. Ondanks verzoeken om bewijs van betalingsonmacht en een termijn om alsnog te betalen, heeft eiser niet voldaan aan de betalingsverplichting. Er was geen sprake van verschoonbaar verzuim.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 17 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49038

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb.
2. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. Eiser heeft bij de indiening van zijn beroepschrift verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Bij bericht van 9 oktober 2025 heeft de griffier eiser verzocht om gegevens over te leggen waaruit de betalingsonmacht blijkt. Eiser heeft op dit verzoek niet gereageerd. Bij bericht van 5 november 2025 heeft de rechtbank daarom het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 8 december 2025 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na de dagtekening van die brief en daarbij vermeld dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig wordt overgemaakt, hij het risico loopt dat zijn beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
5. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of gestort. Verder is niet gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.