ECLI:NL:RBDHA:2026:3356

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.37350
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugkeerbesluit vreemdeling

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 juli 2025 waarin is bepaald dat hij binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar zijn land van herkomst. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een eerdere uitspraak van 12 februari 2026 (zaaknummer NL25.37349) heeft de rechtbank reeds uitspraak gedaan op het beroep tegen het terugkeerbesluit.

Omdat het beroep is behandeld en een voorlopige voorziening daardoor niet langer noodzakelijk is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.

Uitspraak

Uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37350
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Kortrijk), en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 14 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar zijn land van herkomst.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 12 februari 2026, zaaknummer NL25.37349, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.