ECLI:NL:RBDHA:2026:3356
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 juli 2025 waarin is bepaald dat hij binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar zijn land van herkomst. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een eerdere uitspraak van 12 februari 2026 (zaaknummer NL25.37349) heeft de rechtbank reeds uitspraak gedaan op het beroep tegen het terugkeerbesluit.
Omdat het beroep is behandeld en een voorlopige voorziening daardoor niet langer noodzakelijk is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.