ECLI:NL:RBDHA:2026:3354

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
NL25.44616
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van verzoeker op 11 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Verzoeker heeft tevens een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Op de dag van deze uitspraak heeft de rechtbank in een andere procedure (zaaknummer NL25.44615) uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af en kent geen proceskostenvergoeding toe.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul op 18 februari 2026 te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44616

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44615, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.