Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3328

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695267 / JE RK 25-2036
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling

De rechtbank Den Haag heeft op 20 januari 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2012, 2014 en 2015. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging omdat de ontwikkeling van de kinderen nog steeds ernstig wordt bedreigd en diagnostiek en passende hulpverlening noodzakelijk zijn.

De kinderen wonen wisselend bij hun vader en moeder, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Het afgelopen jaar is er vooral gewerkt aan praktische zaken en het opzetten van een co-ouderschapsregeling. De kinderen staan inmiddels op een wachtlijst voor diagnostiek bij een instelling, en er is opvoedondersteuning aangevraagd voor de vader, die al 2,5 jaar wacht op een woning.

Zowel de moeder als de vader stemden in met de verlenging. De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, mede omdat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk blijft om de diagnostiek, hulpverlening en woningtraject te ondersteunen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 21 april 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wordt verlengd tot 21 april 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/695267 / JE RK 25-2036
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N. Gierdharie uit Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
met een briefadres in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 november 2025;
  • het aangepaste verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.3.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen wisselend bij hun vader en hun moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 21 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, kort en zakelijk weergegeven, als volgt onderbouwd. Het afgelopen jaar is er vooral aandacht besteed aan het regelen van praktische zaken zoals het leerlingenvervoer voor [minderjarige 3] , een meer passende woonruimte voor de vader en het maken van een ouderschapsplan bij Ouderschap Blijft. Sinds de zomervakantie van 2025 is er co-ouderschap voor de kinderen. De kinderen zijn ook gestart met kind-gesprekken bij Ouderschap Blijft gericht op de scheiding. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer aangegeven dat er recent van jeugdbeschermer is gewisseld waardoor zij pas sinds kort bij het gezin betrokken is. Het verzoekschrift met bijlagen van 27 november 2025 is door de vorige jeugdbeschermer ingediend en het gezinsplan bevatte veel onjuiste informatie. De jeugdbeschermer heeft daarom met de ouders naar het gezinsplan gekeken en een aangepast verzoekschrift met bijlagen ingediend met de actuele, juiste informatie. De ouders hebben het afgelopen jaar hard aan zichzelf gewerkt en de co-ouderschapsregeling zorgt voor duidelijkheid en stabiliteit bij de kinderen. Er zijn nog wel zorgen over de kinderen en ze staan op de wachtlijst bij [instelling] voor diagnostiek waarna passende hulpverlening kan worden ingezet. Voor de vader is opvoedondersteuning aangevraagd bij [instelling] en de vader staat daar ook voor open. Het is van belang dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling de diagnostiek bij de kinderen wordt uitgevoerd, passende hulpverlening wordt opgestart en het traject voor een woning voor de vader begeleid blijft worden voordat de overstap naar het vrijwillig kader kan worden gemaakt. De verwachting is nu dat dit binnen drie maanden mogelijk is.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat de moeder het eens is met verlenging van de ondertoezichtstelling. Er is lange tijd weinig gebeurd binnen de ondertoezichtstelling, maar de nieuwe jeugdbeschermer heeft er voor gezorgd dat de kinderen inmiddels op een wachtlijst staan voor diagnostiek. Het is van belang dat er onderzocht wordt wat de kinderen nodig hebben en dat er passende hulpverlening wordt opgestart.
4.2.
De vader is het eens met verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader wacht al 2,5 jaar op een woning en verblijft nog steeds in de caravan. De omgang met de kinderen verloopt goed, maar ze worden steeds ouder en het is van belang dat ze een eigen kamer kunnen krijgen bij de vader. Het traject voor een woning bij de gemeente duurt lang en de betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig om dat te ondersteunen. De vader vindt het belangrijk dat eerst onderzocht wordt wat de kinderen nodig hebben voordat er hulpverlening wordt ingezet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Het afgelopen jaar is er weinig gebeurd binnen de ondertoezichtstelling. De ouders hebben zelf positieve stappen gezet en dankzij de betrokkenheid van de nieuwe jeugdbeschermer staan de kinderen inmiddels op een wachtlijst voor diagnostiek bij [instelling] om te onderzoeken wat de kinderen nodig hebben. Daarna kan er passende hulpverlening voor de kinderen en eventueel voor de ouders worden ingezet als dat nodig blijkt. Verder is het van belang dat er voor de vader na 2,5 jaar wachten nu zo snel mogelijk een woning geregeld wordt. Het verbaast de kinderrechter dat deze zoektocht niet ondersteund en makkelijker gemaakt wordt door de gemeente, maar dat er vooral tegenwerking lijkt te zijn. In het belang van deze drie minderjarige kinderen dienen zij zo spoedig mogelijk ook bij hun vader een fatsoenlijke plek te hebben waar zij zich kunnen ontwikkelen. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig om dit traject verder te kunnen ondersteunen en bespoedigen. Verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk om verder te werken aan voornoemde doelen voordat de overstap naar het vrijwillig kader mogelijk is. De verwachting is dat dit binnen drie maanden mogelijk is.
5.3.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] daarom voor de duur van drie maanden verlengen.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 21 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 27 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.