ECLI:NL:RBDHA:2026:3289

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/675641 / FA RK 24-8152
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Brussel II ter-verordeningArt. 15 Haags KinderbeschermingsverdragArt. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag moeder wegens gebrekkige communicatie vader

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te wijzigen in eenhoofdig gezag, waarbij zij als enige gezagsdrager wordt belast. De vader, die geen verweer voert en geen contact onderhoudt met de kinderen sinds de verhuizing van Engeland naar Nederland in 2023, woont in Engeland en is niet betrokken bij de opvoeding.

De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van Brussel II ter-verordening en dat Nederlands recht van toepassing is. De moeder heeft aannemelijk gemaakt dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is. De communicatie tussen ouders verloopt slecht en de vader verleent geen toestemming waar nodig, wat praktische problemen veroorzaakt.

Gezien de kwetsbaarheid van een van de kinderen en de noodzaak van snelle en adequate beslissingen, acht de rechtbank het niet reëel te verwachten dat de communicatie binnen afzienbare tijd verbetert. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag toe, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en beëindigt het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8152
Zaaknummer: C/09/675641
Datum beschikking: 20 januari 2026

Gezag

Beschikking op het op 5 november 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.R. Bissessur in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 26 november 2024 van de moeder, met bijlage;
  • het bericht van 28 november 2024 van de moeder, met bijlagen;
  • het e-mailbericht van 9 mei 2025 van de moeder;
  • het bericht van 27 november 2025 van de moeder;
  • het e-mailbericht van 1 december 2025 van de vader;
  • het bericht van 22 december 2025 van de moeder, met bijlagen.
Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is, hoewel hij is opgeroepen op het adres waar hij volgens de moeder feitelijk verblijft en via de Staatscourant, niet op de zitting verschenen.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn gehuwd geweest.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] .
  • De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast.
  • De kinderen staan volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres bij de moeder.
  • De moeder en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het gezamenlijk gezag wordt gewijzigd in eenhoofdig gezag in die zin dat alleen de
moeder wordt belast met het uitoefenen van het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Pro de Brussel II ter-verordening (nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek van de moeder.
De rechtbank past op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 Nederlands recht toe op het verzoek
Gezag
De moeder verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. Volgens de moeder zijn de omstandigheden gewijzigd en is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen. De vader geeft geen invulling aan het ouderlijk gezag en er is niet of nauwelijks communicatie met de vader mogelijk. Hij woont in Engeland en heeft al geruime tijd geen contact met de kinderen. Volgens de moeder is hij ook niet betrokken bij de opvoeding en ontwikkeling van hen. Voor de moeder is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de vader gezagsbeslissingen te nemen. Als gevolg daarvan kunnen belangrijke beslissingen ten aanzien van de kinderen niet of in ieder geval niet voortvarend worden genomen.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd, indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. In 2023 zijn de moeder en de kinderen van Engeland naar Nederland gevlucht en sindsdien heeft de vader geen contact meer met de kinderen. Daarom is de moeder ontvankelijk in haar verzoek. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de vader feitelijk geen invulling geeft aan het gezag over de kinderen en dat het voor de moeder niet mogelijk is om met de vader in overleg te treden over gezagsgerelateerde beslissingen. De moeder heeft in dat kader onbetwist gesteld dat de communicatie tussen de ouders slecht verloopt. Hoewel de vader soms reageert op e-mailberichten blijft zijn toestemming zodra deze benodigd is, achterwege. De moeder heeft onbetwist gesteld dat zij tegen praktische problemen aanloopt wanneer de vader mede met het gezag over de kinderen belast blijft, zoals onlangs bij de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 2] en de toestemming die nodig is voor verschillende zaken met betrekking tot [minderjarige 1] . [minderjarige 1] is een kwetsbaar meisje voor wie veel geregeld moet worden, zoals de inschrijving op een school voor speciaal onderwijs. De rechtbank acht het niet reëel te verwachten dat de onderlinge communicatie tussen de ouders binnen afzienbare tijd verbetert. Daar komt nog bij dat de vader al geruime tijd geen contact heeft met de kinderen, en mede daardoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende in staat moet worden geacht om in te schatten waar de belangen van de kinderen het meest mee zijn gediend als het aankomt op gezagsbeslissingen.
Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten als anderszins in het belang van de kinderen toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1987 in
[geboorteplaats 3] het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026.