ECLI:NL:RBDHA:2026:3288

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/680356 / FA RK 25-1158
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen zorgregeling en bevestiging hoofdverblijfplaats bij moeder in omgangsconflict minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek via de informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW betreffende de zorgregeling voor een minderjarige. Na benoeming van een bijzondere curator en diverse gesprekken met de minderjarige en ouders, bleek dat de minderjarige geen contact wenst met haar vader vanwege eerdere spanningen en negatieve ervaringen.

De bijzondere curator bracht verslag uit waarin werd geadviseerd geen contactregeling vast te stellen, omdat het contact door de minderjarige als belastend wordt ervaren. De vader stelde een contactherstelplan voor, gericht op geleidelijke en vrijwillige contactopbouw, maar de rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een regeling op dit moment averechts zou werken.

De rechtbank bevestigde tevens dat de minderjarige sinds 1 juli 2025 staat ingeschreven bij de moeder, wat overeenkomt met de feitelijke situatie en eerdere overeenstemming tussen partijen. De bijzondere curator werd bedankt voor haar werkzaamheden en haar rol in deze procedure werd beëindigd.

De beschikking bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen vader en minderjarige en dat de inschrijving bij de moeder als hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de minderjarige in de toekomst zelf weer contact zal zoeken met haar vader, zonder druk of regeling.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat er geen zorgregeling geldt tussen vader en minderjarige en bevestigt de inschrijving van de minderjarige bij de moeder als hoofdverblijfplaats.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1158
Zaaknummer: C/09/680356
Datum beschikking: 20 januari 2026

Informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW

Beschikkingnaar aanleiding van de op 13 februari 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[de minderjarige] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] ,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de vader] ,

de vader,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 26 juni 2025 heeft de rechtbank mr. D.G.M. van den Hoogen benoemd tot bijzondere curator over [de minderjarige] en is de behandeling van de aanvraag over de zorgregeling pro forma aangehouden tot 15 september 2025 in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.
De bijzondere curator heeft op 18 augustus 2025 een verslag gemaakt van haar bevindingen.
Op 12 september 2025 heeft de rechtbank een e-mail van de vader ontvangen, met als bijlagen zijn opmerkingen en aanvullingen op het verslag van de bijzondere curator en een contactherstelplan.
Op 9 december 2025 heeft [de minderjarige] opnieuw een gesprek met de kinderrechter gehad.
Op 16 december 2025 is de zaak weer op een zitting van deze rechtbank behandeld.
Hierbij waren aanwezig: de beide ouders en de bijzondere curator.
De vader heeft een brief overgelegd die hij tijdens de zitting heeft voorgelezen.

Aanvullende feiten

[de minderjarige] staat sinds 1 juli 2025 in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres van de moeder.

Verslag bijzondere curator

De bijzondere curator heeft twee gesprekken met [de minderjarige] gehad en heeft ook gesproken met de ouders. [de minderjarige] heeft aan de bijzondere curator gezegd dat zij haar vader niet meer wil zien. Hij heeft last van depressies gehad en is daarvoor ook opgenomen geweest. [de minderjarige] voelt bij hem nog boosheid over de scheiding en heeft hem als star in de dagelijkse gang van zaken ervaren. Ook vindt zij het lastig dat de vader haar blijft zien als een klein kind en niet lijkt mee te groeien met haar ontwikkeling. Verder heeft ze aangegeven dat zij bang is geweest tijdens contactmomenten door woedeaanvallen van de vader. Haar moeder probeert haar wel te stimuleren om contact met de vader op te nemen, maar dat vindt ze erg irritant van haar moeder. [de minderjarige] is niet bereid om te kijken naar (kleine) contactmogelijkheden.
Tijdens het gesprek met de vader heeft de bijzondere curator teruggegeven wat [de minderjarige] aan haar heeft verteld. De vader heeft verteld hoe hij de afgelopen jaren heeft ervaren. De echtscheiding kwam voor hem erg onverwacht. Hij is hierdoor ontregeld geraakt en hij is op 12 februari 2024 opgenomen bij Parnassia. Op 16 augustus 2024 is hij ontslagen. In de periode voor de opname heeft hij zo goed en zo kwaad voor de kinderen gezorgd, maar hij begrijpt dat deze periode (en tijdens de opname) ook een impact op de kinderen en de moeder gehad moet hebben. Door de opname is er geruime tijd geen contact tussen de vader en [de minderjarige] geweest. Na de opname is de zorgregeling herleefd. [de minderjarige] is twee keer tijdens een zorgmoment bij de vader vertrokken. Met name het laatste vertrek gaf de vader veel stress. De vader heeft contact met een pedagoog via Parnassia om te bespreken hoe het contact hersteld kan worden en wat daarvoor nodig is.
Tijdens het gesprek met de moeder is ook gesproken over de periode van uiteengaan van de ouders. De moeder heeft tijdens en na de opname van de vader altijd opengestaan voor contact tussen de vader en de kinderen en heeft dit contact gestimuleerd. De weerstand bij [de minderjarige] tegen het contact met de vader, is volgens de moeder na zijn opname ontstaan. Achteraf gezien voelt de moeder zich soms schuldig dat zij [de minderjarige] in de periode na de opname te veel gepusht heeft. [de minderjarige] ging hyperventileren en huilen als ze naar de vader moest. De moeder hoopt wel dat er weer contact tussen de vader en [de minderjarige] kan komen.
De bijzondere curator heeft [de minderjarige] een terugkoppeling gegeven van het gesprek dat zij met de vader heeft gevoerd. Zij heeft verteld dat de vader veel van [de minderjarige] houdt, zaken wil verbeteren en openstaat voor feedback en goed reflecteert. [de minderjarige] voelt nog steeds weerstand tegen het contact met de vader. Zij heeft gevraagd of de bijzondere curator dat aan de vader wil vertellen. De bijzondere curator heeft haar verteld dat zij altijd van gedachten mag veranderen. De bijzondere curator heeft op 18 augustus 2025 een e-mail aan de vader gestuurd, waarin zij aangeeft dat [de minderjarige] op dit moment echt geen contact wil.
De bijzondere curator verzoekt namens [de minderjarige] de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat er geen contact is tussen de vader en [de minderjarige] en om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen. Bij de vader staat de deur open en de bijzondere curator verwacht dat er met hele kleine stapjes weer contact kan komen als [de minderjarige] op de lijn komt. De bijzondere curator heeft de vader geadviseerd brieven te schrijven aan [de minderjarige] , zonder deze te versturen. [de minderjarige] kan deze brieven dan later teruglezen.

Reactie ouders

De vader stelt voor om de tijdsverdeling in het ouderschapsplan intact te laten, met dien verstande dat de tijdsverdeling een vrijblijvende richtlijn is en geen verplichting voor [de minderjarige] . Contact tussen de vader en [de minderjarige] is namelijk in het belang van [de minderjarige] , ook al lijkt ze dit nog niet te onderkennen. De huidige situatie is onwenselijk en moet dus niet worden geformaliseerd. Er moet juist alles in het werk worden gesteld om het contact behoedzaam en duurzaam te herstellen. De vader heeft daarom in overleg met een pedagoge een contactherstelplan opgesteld. De doelstelling van dit plan is het bevorderen van duurzaam herstel van de ouder-kindrelatie tussen de vader en [de minderjarige] , waarbij haar welzijn centraal staat en zij het tempo van het contactherstel bepaalt. Het plan bestaat uit drie fasen. De eerste fase is de initiële contactopbouw waarbij de vader contact onderhoudt via brieven, kaartjes en Whatsappberichten, zonder druk uit te oefenen op reactie of verdere stappen. In fase twee worden gesprekken gevoerd onder professionele begeleiding. Deze vinden plaats op vrijwillige basis en in een tempo dat door [de minderjarige] wordt bepaald. In fase drie wordt gewerkt aan de opbouw van een nieuwe relatievorm. Indien [de minderjarige] daartoe bereid is, worden gezamenlijke activiteiten voorgesteld. Verder worden afspraken gemaakt over de frequentie, vorm en inhoud van het contact. Ook vraagt de vader de rechtbank om te heroverwegen of de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader of bij de moeder zou moeten zijn. De moeder heeft [de minderjarige] op 1 juli 2025 namelijk zonder zijn medeweten en zonder zijn toestemming uitgeschreven op het adres van de vader en ingeschreven op haar adres.
De moeder is van mening dat [de minderjarige] nog steeds vrij is om het contact met haar vader aan te gaan, ook als er geen zorgregeling wordt afgesproken. Op dit moment voelt [de minderjarige] daarvoor echter geen ruimte. Volgens de moeder ontbreekt het tussen de ouders aan wederzijds respect. De vader stuurt nare e-mails naar de moeder. Zolang de vader geen respect naar de moeder vertoont, is het moeilijk voor [de minderjarige] om een stapje richting de vader te zetten. Verder vindt de moeder dat de vader de beleving van [de minderjarige] niet erkent. [de minderjarige] heeft aan haar verteld dat er altijd stress en spanning was in het huis van de vader. Het voelde voor [de minderjarige] alsof zij gepest werd in het huis van haar vader. Zolang de vader het gevoel van [de minderjarige] niet erkent, is het voor haar lastig om het contact weer aan te gaan.

Beoordeling

Zorgregeling
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat zij van oordeel is dat onbelast contact met beide ouders in principe in het belang van kinderen is. Er is gebleken dat [de minderjarige] een grote weerstand vertoont tegen contact met haar haar vader. Uit het verslag van de bijzondere curator en de gesprekken met [de minderjarige] blijkt dat zij op dit moment niet openstaat voor contact(herstel). Hoewel de rechtbank van oordeel is dat enige vorm van contact in haar belang is en [de minderjarige] en haar vader ook gunt dat er weer op een prettige manier contact is, ziet de rechtbank op dit moment geen ruimte voor het vaststellen van een regeling. Het contact met de vader wordt door [de minderjarige] als belastend ervaren en is naar het oordeel van de rechtbank daarom op dit moment en onder de huidige omstandigheden niet in haar belang. De rechtbank zal daarom beslissen dat er geen regeling meer zal zijn.
De rechtbank beslist daarmee anders dan het voorstel van de vader. De rechtbank heeft begrip voor de wens van de vader en ziet dat het hem veel doet dat er nu geen contact is, terwijl hij dat wel heel graag zou willen. De rechtbank ziet ook dat de vader veel moeite heeft gedaan om een goed doordacht en evenwichtig plan te maken. De rechtbank is er desondanks van overtuigd dat het vaststellen van een regeling in welke vorm dan ook en het uitvoeren van druk op [de minderjarige] nu enkel averechts zal werken. De rechtbank spreekt de hoop uit dat [de minderjarige] ruimte zal ervaren doordat geen regeling meer geldt en dat zij op termijn zelf weer contact zal zoeken met de vader. De rechtbank geeft de vader in overweging, om zoals ook op de zitting is besproken, brieven aan [de minderjarige] te schrijven die hij bewaart, zodat zij deze brieven op termijn kan lezen.
De rechtbank overweegt ten slotte dat zij het in het belang van [de minderjarige] acht dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie, zodat daarover tussen de ouders geen discussie meer kan bestaan.
Inschrijving bij de moeder
Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat [de minderjarige] sinds 1 juli 2025 staat ingeschreven op het adres van de moeder. In het ouderschapsplan staat dat [de minderjarige] staat ingeschreven bij de vader. Op de zitting van 15 mei 2025 is besproken dat [de minderjarige] graag ingeschreven wil staan bij de moeder en waarom. Zoals reeds overwogen in de beschikking van 26 juni 2025, heeft de rechtbank uit het besprokene op de zitting begrepen dat de vader ermee instemde dat [de minderjarige] op het adres van de moeder werd ingeschreven. Dit is na de zitting feitelijk ook gebeurd. De rechtbank beschouwt deze inschrijving als de uitvoering van de op de zitting bereikte overeenstemming tussen partijen en stelt vast dat de moeder op grond van die overeenstemming [de minderjarige] mocht inschrijven op haar adres. De rechtbank gaat er om die reden vanuit dat de inschrijving van [de minderjarige] tussen partijen niet langer een punt van discussie is.
Brief aan [de minderjarige]
De rechtbank heeft [de minderjarige] een brief geschreven om haar te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. Dit is de inhoud van die brief:
Beste [de minderjarige] ,
Ik schreef je voor de zomer een brief om te laten weten dat ik een bijzondere curator, mevrouw Danielle van den Hoogen, had benoemd. Ik schreef ook waarom ik dat had gedaan. Ik vroeg je om met haar te praten.
Na de zomer kreeg ik het verslag van de bijzondere curator. Ik kon daarin lezen wat zij met jou en je ouders heeft besproken. Zij heeft namens jou ook gevraagd om geen regeling vast te stellen en de inschrijving op het adres van je moeder zo te laten.
Wij spraken elkaar weer op 9 december 2025. Ik las het al in het verslag van de bijzondere curator en je vertelde het me ook nog een keer: je wil op dit moment geen contact met je vader en wil daarom dat er geen regeling meer is.
Ik heb naar aanleiding van het verslag van de bijzondere curator en na ons gesprek opnieuw met je ouders gesproken. Je vader heeft naar aanleiding van de gesprekken met de bijzondere curator goed nagedacht over de situatie. Hij wil nog steeds heel graag weer contact met je en heeft, samen met iemand die daar verstand van heeft, een voorstel geschreven voor hoe dat volgens hem zou kunnen. Tijdens de zitting heb ik daar met je ouders over gesproken. Naar aanleiding van het gesprek met je ouders heb ik een beslissing genomen.
Ik heb besloten dat de oude afspraken tussen je ouders worden gewijzigd en dat er vanaf nu geen regeling voor contact tussen jou en je vader meer geldt. En ik heb ook gezegd dat ik ervan uitga dat de inschrijving op het adres van je moeder niet meer zal worden veranderd.
Eigenlijk vind ik dat het in het belang van kinderen is dat ze goed contact hebben met hun beide ouders. Maar soms gaat dat om allerlei redenen niet. En in jouw geval heb ik dus besloten dat het in jouw belang is als voor iedereen duidelijk is dat er op dit moment geen regeling is.
Het is me duidelijk geworden dat deze beslissing heel moeilijk zal zijn voor je vader. Hij wil heel graag contact met je en wil graag weer een rol spelen in je leven. Ik denk daarom dat zijn deur altijd open zal staan voor je. Ik hoop dat deze beslissing je rust zal geven en dat je daardoor in de toekomst misschien wel weer de ruimte zal voelen om – in je eigen tempo – weer contact te hebben met je vader.
Ik wil je als laatste nog laten weten dat ik de inhoud van deze brief in de beslissing voor je ouders heb opgenomen, zodat zij allebei weten wat ik jou heb geschreven. Nogmaals bedankt voor onze prettige gesprekken. Veel succes in de toekomst!
Met vriendelijke groet,
de rechter
Bijzondere curator
Uit het voorgaande volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank bedankt de bijzondere curator voor haar betrokkenheid en beschouwt haar werkzaamheden voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 30 november 2023 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo en het daarin opgenomen ouderschapsplan –:
bepaalt dat tussen de vader en de minderjarige, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , geen zorgregeling geldt;
stelt vast dat partijen in afwijking van het ouderschapsplan van 17 november 2023 zijn overeengekomen dat [de minderjarige] ingeschreven staat bij de moeder;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 januari 2026.