ECLI:NL:RBDHA:2026:3287

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694831 / FA RK 25-8728
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en raadsonderzoek in belang van minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde op 23 december 2025 een verzoek van de moeder tot het treffen van een zorgregeling voor de minderjarige kinderen, waarbij de vader contact met de kinderen wenst te hebben. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder en partijen oefenen gezamenlijk gezag uit. De vader ziet de kinderen beperkt en er zijn spanningen tussen partijen en de nieuwe partner van de vader, bij wie hij inwoont.

Gezien de betrokkenheid van Veilig Thuis en een geplande jeugdbeschermingstafel op 5 januari 2026, acht de rechtbank het wenselijk om voorlopig een zorgregeling vast te stellen waarbij de vader de kinderen wekelijks op donderdag en vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur ziet bij de opa van vaderszijde, met een specifieke overdrachtssituatie om contact tussen ouders te vermijden. Deze regeling houdt rekening met het slaapritme van de kinderen en de reistijd van de vader.

De rechtbank beveelt de Raad voor de Kinderbescherming aan een onderzoek te verrichten naar de beste zorgregeling in het belang van de kinderen en hierover te rapporteren. De procedure wordt aangehouden tot uiterlijk 1 mei 2026, waarna de zaak wordt voortgezet op basis van het rapport. De voorlopige regeling blijft van kracht tot die datum.

Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij de kinderen wekelijks op donderdag en vrijdag bij de vader zijn en beveelt een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, met aanhouding van de procedure tot 1 mei 2026.

Uitspraak

sRechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8728
Zaaknummer: C/09/694831
Datum beschikking: 20 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 19 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Şeker te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
met een bij de rechtbank bekend adres briefadres,
advocaat: mr. E. Robalo te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 23 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de vader, bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het treffen van een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat:
  • totdat de man een eigen woonruimte heeft: iedere zaterdag en zondag van 14.00 uur tot 17.00 uur hebben de kinderen contact met de man, welke regeling in onderling overleg kan worden uitgebreid;
  • zodra de man een eigen woonruimte heeft: iedere zaterdag van 9.00 uur tot zondag 17.00 uur verblijven de kinderen bij de man. Zodra de kinderen naar school gaan, worden de vakanties en feestdagen bij helfte verdeeld, waarbij zal gelden dat de moeder de eerste helft van de vakanties de kinderen bij zich heeft en de vader de tweede helft. Dit wordt ieder jaar afgewisseld;
  • althans een zorgregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren,
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
- De vader heeft de kinderen erkend.
- De kinderen verblijven bij de moeder.
- Partijen oefenen van rechtswege het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan deze regeling een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten (zorgregeling). De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting is gebleken dat de vader de kinderen op dit moment maar beperkt ziet. Daarnaast is gebleken dat er veel speelt tussen partijen onderling alsmede tussen de moeder en de nieuwe partner van de vader, bij wie de vader inwoont. Veilig Thuis is betrokken bij het gezin en op 5 januari 2026 zal er een jeugdbeschermingstafel plaatsvinden. Momenteel is nog onduidelijk wat voor gevolgen de jeugdbeschermingstafel zal hebben. De rechtbank zal daarom op dit moment alleen een
voorlopigezorgregeling bepalen, waarbij de rechtbank het van belang acht dat de vader de kinderen wel regelmatig ziet zonder dat zijn huidige partner bij dit contact wordt betrokken. Daarom is op de zitting besproken dat de kinderen wekelijks op donderdag en vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur met de vader zullen zijn, welk contact bij de opa vaderszijde in [plaats 1] zal plaatsvinden, waarbij geldt dat de vader de kinderen haalt en brengt. Bij het ophalen van de kinderen zal de vader in het gebouw van de moeder met de lift omhooggaan en zal de moeder de kinderen vanaf de galerij naar de lift toe sturen. Bij het terugbrengen zal dit ook zo gaan, met dien verstande de vader de kinderen dan vanaf bovenaan de lift naar de galerij zal sturen waar de moeder de kinderen opvangt. De ouders hebben op deze manier geen contact met elkaar maar zien er wel op toe dat de kinderen goed bij de andere ouder aankomen.
De rechtbank is van oordeel dat deze zorgregeling in het belang van de kinderen is, in afwijking van de tijden die de vrouw heeft verzocht, omdat de vader te maken heeft met reistijd tussen de woonplaats van zijn vader en [plaats 2] en de kinderen daarnaast overdag van 12.00 uur tot 15.00 uur slapen. Op deze wijze zijn de kinderen op tijd terug voor het avondeten in [plaats 2] en kunnen zij hun slaapritme aanhouden gedurende hun tijd bij de vader. De rechtbank zal deze regeling
voorlopigvastleggen en iedere verdere beslissing aanhouden zoals hierna vermeld.
Gelet op al hetgeen tussen partijen speelt, zal de rechtbank daarnaast de Raad verzoeken om een onderzoek te verrichten naar welke zorgregeling in het belang van de kinderen is en hierover rapport en advies uit te brengen. De rechtbank zal, zoals tijdens de zitting met partijen en de Raad is besproken, in afwachting van dit onderzoek de procedure
pro forma aanhouden tot 1 mei 2026.

Beslissing

De rechtbank:
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot
1 mei 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,
voorlopigbij de vader zullen zijn iedere donderdag en vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur, welk contact zal plaatsvinden bij de opa vaderszijde, waarbij geldt dat de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt op de hierboven omschreven wijze;

houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 mei 2026 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, kinderrechter, bijgestaan door
mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.