Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 19 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
Verzoek en verweer
- totdat de man een eigen woonruimte heeft: iedere zaterdag en zondag van 14.00 uur tot 17.00 uur hebben de kinderen contact met de man, welke regeling in onderling overleg kan worden uitgebreid;
- zodra de man een eigen woonruimte heeft: iedere zaterdag van 9.00 uur tot zondag 17.00 uur verblijven de kinderen bij de man. Zodra de kinderen naar school gaan, worden de vakanties en feestdagen bij helfte verdeeld, waarbij zal gelden dat de moeder de eerste helft van de vakanties de kinderen bij zich heeft en de vader de tweede helft. Dit wordt ieder jaar afgewisseld;
- althans een zorgregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren,
Feiten
Beoordeling
voorlopigezorgregeling bepalen, waarbij de rechtbank het van belang acht dat de vader de kinderen wel regelmatig ziet zonder dat zijn huidige partner bij dit contact wordt betrokken. Daarom is op de zitting besproken dat de kinderen wekelijks op donderdag en vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur met de vader zullen zijn, welk contact bij de opa vaderszijde in [plaats 1] zal plaatsvinden, waarbij geldt dat de vader de kinderen haalt en brengt. Bij het ophalen van de kinderen zal de vader in het gebouw van de moeder met de lift omhooggaan en zal de moeder de kinderen vanaf de galerij naar de lift toe sturen. Bij het terugbrengen zal dit ook zo gaan, met dien verstande de vader de kinderen dan vanaf bovenaan de lift naar de galerij zal sturen waar de moeder de kinderen opvangt. De ouders hebben op deze manier geen contact met elkaar maar zien er wel op toe dat de kinderen goed bij de andere ouder aankomen.
voorlopigvastleggen en iedere verdere beslissing aanhouden zoals hierna vermeld.
pro forma aanhouden tot 1 mei 2026.
Beslissing
1 mei 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 mei 2026 pro forma.
mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.