ECLI:NL:RBDHA:2026:3284

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
25/4333
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak mvv-aanvraag bij partner

Verzoekster diende op 11 juli 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf bij haar partner. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 24 mei 2024 af. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar op 18 juni 2024, waarop de minister niet tijdig besliste. Verzoekster stelde de minister in gebreke en stelde vervolgens beroep in wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

Op 18 februari 2025 besloot de minister alsnog op het bezwaar, waarbij het oorspronkelijke besluit werd gehandhaafd. Het beroep van verzoekster betrof ook dit besluit. Verzoekster vroeg om een voorlopige voorziening, maar na een aanvullend besluit van de minister op 15 mei 2025 en de behandeling van het verzoek en beroep op 17 november 2025, oordeelde de rechtbank dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/4333

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[naam] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.A. Binnendijk),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes-de Jonge).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 11 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv in de procedure Toegang en Verblijf (TEV) met het doel verblijf bij haar partner. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 mei 2024 afgewezen. Verzoekster heeft op
18 juni 2024 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2. Verzoekster heeft de minister op 14 december 2024 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Verzoekster heeft vervolgens op 4 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Dit beroep staat geregistreerd onder het nummer 25/219.
4. Op 18 februari 2025 heeft de minister op het bezwaar van verzoekster beslist. De minister is in dit besluit bij de afwijzing van de aanvraag van verzoekster gebleven.
5. Het beroep van 4 januari 2025 heeft op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede betrekking op het alsnog genomen besluit op bezwaar van 18 februari 2025.
6. Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
7. De minister heeft op 15 mei 2025 een aanvullend besluit genomen.
8. De rechtbank heeft op 17 november 2025 het verzoek samen met het beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Ook de partner van eiseres is verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

9. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/219, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is gelet daarop niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af.
10. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekend gemaakt op:
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.