ECLI:NL:RBDHA:2026:3274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk risico bij terugkeer naar Kenia
Eiseres, samen met haar twee minderjarige dochters, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door haar ex-partner, lid van de Mungiki-groep, en problemen met haar stiefvader. Tevens vreesde zij voor vrouwenbesnijdenis van haar dochters en discriminatie vanwege hun moslimnamen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij en haar kinderen een actueel en zwaarwegend risico lopen bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks termijnoverschrijding en behandelde de inhoudelijke gronden.
De rechtbank vond dat de vrees voor de ex-partner niet actueel was, mede omdat de invloed van de Mungiki-groep is afgenomen en de groep niet actief is in de regio van eiseres. Ook de vrees voor vrouwenbesnijdenis werd niet aannemelijk geacht, omdat de overgelegde landeninformatie onvoldoende concreet was toegespitst op de situatie van de kinderen.
Verder werd het interne vluchtalternatief naar een andere regio in Kenia als redelijk beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de kinderen voldoende waren meegewogen en dat geen schending van artikel 8 EVRM Pro was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.