Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Spaanse nationaliteit dragende persoon, werd op 1 december 2025 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 12 februari 2026 opgeheven, waarna de rechtbank het onderzoek sloot.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit eerdere uitspraken bleek dat de maatregel tot 12 januari 2026 rechtmatig was. De vraag was of het voortduren daarna onrechtmatig was.
Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend had gehandeld, omdat er geen rappellering bij de Spaanse autoriteiten had plaatsgevonden, waardoor de bewaring onnodig lang duurde. De rechtbank oordeelde echter dat de overheid voldoende voortvarend had gehandeld, zoals blijkt uit regelmatige vertrekgesprekken en het tijdig aanvragen van een vluchtaanvraag, waarna eiser op 12 februari 2026 werd uitgezet.
De ambtshalve toetsing bevestigde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.