Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de akte uitlaten gedaagde.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
vaststaanden
ondoorzichtigmoet zijn. Voor zover er glas in het venster wordt geplaatst dient dat glas ondoorzichtig te zijn.
Rechtbank Den Haag
Eiser, eigenaar van een woning met een deuropening in een muur op de erfgrens, vorderde dat gedaagde de blokkade in die deuropening zou verwijderen en herstelwerkzaamheden zou toestaan. Gedaagde voerde geen verweer, maar verzocht afwijzing van de vorderingen. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door naar de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was en Nederlands recht van toepassing is. Door het niet verschijnen van eiser en het ontbreken van verweer van gedaagde, werd de zaak als een verstekzaak behandeld, maar met een kritische toets vanwege de geconcludeerde afwijzing.
De rechtbank constateerde dat de deuropening in een muur op de erfgrens ligt, maar dat het oorspronkelijke recht van uitweg niet meer relevant is omdat het openbaar gebied inmiddels onderdeel is van het perceel van gedaagde. Eiser stelde geen erfdienstbaarheid en kon geen redelijk belang aantonen. Ook bleek uit bouwtekeningen dat de opening geen deur mocht bevatten. Door het ontbreken van mondelinge behandeling en onduidelijkheden in de dagvaarding kon de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de vorderingen gegrond waren.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten van €331. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L.M. Luiten op 25 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over het recht van uitweg.