ECLI:NL:RBDHA:2026:3251

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
NL 24 29805
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijke ongegrondheid

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 23 juli 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens zijn tegen verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL24.29804) en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Uit eerdere uitspraken blijkt dat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft reeds is behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank en dat het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet-ontvankelijk is verklaard.

Gezien deze omstandigheden is het verzoek om voorlopige voorziening blijven liggen en is er geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt als kennelijk ongegrond afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is behandeld en het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.29805

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Met het besluit van 23 juli 2024 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen verzoeker zijn ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL24.29804) ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 18 november 2024 in de zaak met nummer NL24.29804 is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 december 2024 is het daartegen door verzoeker ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2. Gebleken is dat het verzoek is blijven liggen. Gelet op het voorgaande is er geen voorlopige voorziening meer nodig. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.