ECLI:NL:RBDHA:2026:3246

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/09/678144 / HA ZA 25/23
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.Th. van Walderveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16c AwArt. 16d lid 1 AwArt. 16f AwArt. 16ga lid 1 AwArt. 16ga lid 2 Aw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en opgave thuiskopievergoeding door importeur en verkoper smartphones

De Stichting de Thuiskopie vordert van Just Phone Sales B.V. (JPS) betaling van thuiskopievergoeding over de jaren 2019 tot en met 2024, alsmede volledige en gespecificeerde opgave van geïmporteerde en verkochte vergoedingsplichtige voorwerpen. JPS betwist het gevorderde bedrag en stelt dat een deel van de voorwerpen is geëxporteerd, waardoor de betalingsverplichting vervalt, en dat een lager tarief geldt voor refurbished producten.

De rechtbank oordeelt dat JPS onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gestelde exporten en het recht op restitutie. De opgave van JPS is onvolledig en onjuist bevonden, en de gestelde koppeling tussen import, inkoop en export is niet aannemelijk gemaakt. Ook is niet aangetoond dat thuiskopievergoeding reeds is afgedragen door fabrikanten of importeurs.

De rechtbank veroordeelt JPS tot betaling van het volledige door Thuiskopie berekende bedrag, inclusief wettelijke rente, en beveelt JPS tot het doen van volledige en juiste opgave binnen twee maanden, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens wordt JPS verboden vergoedingsplichtige voorwerpen te importeren, fabriceren of verhandelen zonder nakoming van opgave- en betalingsverplichtingen. De vordering van JPS tot restitutie wordt afgewezen en JPS wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: JPS wordt veroordeeld tot betaling van de thuiskopievergoeding, het doen van volledige opgave en het naleven van een verbod op import en verhandeling zonder nakoming van verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/678144 / HA ZA 25/23
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
STICHTING DE THUISKOPIEte Amsterdam,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Thuiskopie,
advocaten: mrs. L.J. Walker en D. Griffiths,
tegen
JUST PHONE SALES B.V.te Hengelo,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: JPS,
advocaten: mrs. M.R. Gerritsen en R.H. Kroes.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 23 december 2024 met producties EP1 t/m EP24;
- de akte eisvermeerdering van 17 september 2025 met producties EP25 t/m EP35;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie van JPS van 29 oktober 2025 met producties GP1 t/m GP3;
- de conclusie van antwoord in reconventie van Thuiskopie van 10 december 2025 met productie EP36;
- de akte inbreng producties van JPS van 30 december 2025 met producties GP4 t/m GP7;
- de akte overlegging productie van 5 januari 2026 van Thuiskopie met productie EP37;
- de door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen.
1.2.
Op 9 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Thuiskopie is op grond van artikel 16d lid 1 Aw [1] door de minister van Justitie en Veiligheid aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en verdeling onder de rechthebbenden van de thuiskopievergoeding in de zin van artikel 16c lid 1 en 2 Aw. Thuiskopievergoeding wordt geheven over voorwerpen die zijn bestemd om een auteursrechtelijk beschermd werk voor eigen oefening, studie of gebruik ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, als billijke vergoeding voor de auteur of maker van dat werk. De fabrikant of importeur van dergelijke vergoedingsplichtige voorwerpen is verplicht om deze vergoeding te betalen aan Thuiskopie. De verplichting ontstaat voor de importeur op het moment van invoer (artikel 16c lid 3 Aw). Indien de importeur het vergoedingsplichtige voorwerp exporteert, vervalt de verplichting tot het betalen van de thuiskopievergoeding (artikel 16c lid 4 Aw). Op grond van artikel 16f Aw moet de importeur opgave doen bij Thuiskopie van het aantal door hem geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen en moet hij die bescheiden ter inzage geven die nodig zijn om de verschuldigdheid en de hoogte van de vergoeding vast te stellen. Op grond van artikel 16ga lid 1 Aw is de verkoper van vergoedingsplichtige voorwerpen tevens gehouden om aan Thuiskopie die bescheiden ter inzage te geven waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de fabrikant of importeur de vergoeding heeft betaald. Indien de verkoper dit niet kan aantonen, is hij zelf verplicht om de vergoeding te betalen, tenzij uit de bescheiden blijkt wie de fabrikant of importeur is (artikel 16ga lid 2 Aw). Aan de hand van de opgave kan Thuiskopie de hoogte van de te betalen thuiskopievergoeding vaststellen en factureren.
2.2.
JPS is een Nederlandse onderneming die zich bezighoudt met de inkoop, import, verkoop en export van onder meer smartphones, tablets en wearables; voorwerpen waarop de thuiskopieregeling van toepassing is.
2.3.
Thuiskopie en JPS zijn sinds april 2021 met elkaar in conclaaf over de wettelijke verplichting van JPS onder de thuiskopieregeling tot opgave. JPS heeft uiteindelijk op 6 mei 2025 aan Thuiskopie opgave gedaan van het aantal door haar van 2019 t/m 2024 geïmporteerde, ingekochte, verkochte en geëxporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen.
2.4.
Aan de hand van de opgave heeft Thuiskopie bij JPS thuiskopievergoeding in rekening gebracht voor alle vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS van 2019 t/m 2024 heeft geïmporteerd en in Nederland (ter verdere verkoop) heeft ingekocht. Thuiskopie heeft JPS daartoe de volgende bedragen gefactureerd:
Jaar
Bedrag
Factuur
Vervaldatum
2019
€ 141,-
Factuur F00045139: € 141,-
22-8-2025
2020
€ 4.710,40
Factuur F00044628: € 10,40
Factuur F00045140: € 4.700,-
30-6-2025
22-8-2025
2021
€ 137.350,70
Factuur F00041888: € 45.162,36
Factuur F00041889: € 29.057,34
Factuur F00044629: € 912,60
Factuur F00045141: € 62.218,40
3-9-2024
3-9-2024
30-6-2025
22-8-2025
2022
€ 100.742,-
Factuur F00044630: € 2.519,60
Factuur F00045142: € 98.222,40
30-6-2025
22-8-2025
2023
€ 93.415,70
Factuur F00044631: € 3.463,-
Factuur F00045143: € 89.952,70
30-6-2025
22-8-2025
2024
€ 10.195,50
Factuur F00044632: € 9.755,60
Factuur F00045144: € 439,90
30-6-2025
22-8-2025
Totaal
€ 346.555,30
2.5.
Op 30 december 2025 heeft JPS aan Thuiskopie opgave gedaan van het aantal door haar in 2025 geïmporteerde, ingekochte, verkochte en geëxporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen.
2.6.
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam heeft Thuiskopie op 17 december 2024 conservatoir beslag gelegd op de bankrekeningen van JPS tot zekerheid van verhaal voor de vordering.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Thuiskopie vordert na eisvermeerdering – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
JPS veroordeelt tot betaling aan Thuiskopie van de volgende bedragen:
€ 141,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2019;
€ 4.710,40 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020;
€ 137.350,70 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021;
€ 100.742,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2022;
€ 93.415,70 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2023;
€ 10.195,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024;
JPS veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Thuiskopie volledig en gespecificeerd opgave te doen van het aantal door haar in Nederland vanaf 13 juni 2019 tot de datum van het vonnis:
geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen;
verkochte vergoedingsplichtige voorwerpen, onder medezending van afschriften van bescheiden waarmee kan worden vastgesteld of de thuiskopievergoeding door de fabrikant of importeur van de desbetreffende voorwerpen is betaald dan wel wie de fabrikant of importeur is,
op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat JPS dit niet nakomt, met een maximum van € 100.000,-;
JPS verbiedt om vergoedingsplichtige voorwerpen in Nederland te importeren,
fabriceren of verhandelen (waaronder verkopen, te koop aanbieden, ter verkoop in voorraad houden, adverteren of hierbij betrokken zijn), waarvan niet binnen twee weken na import of fabricage opgave is gedaan op de voet van artikel 16f Aw of waarvan niet binnen twee weken na verzoek van Thuiskopie bescheiden ter inzage zijn gegeven als bedoeld in artikel 16ga Aw en/of waarvan JPS niet binnen twee weken na ontvangst van de factuur de verschuldigde thuiskopievergoeding aan Thuiskopie heeft voldaan, op verbeurte van een dwangsom van € 100,- per voorwerp dat in strijd met dit verbod geïmporteerd, gefabriceerd of verhandeld wordt, dan wel, naar keuze van Thuiskopie, van € 500,- per dag dat in strijd met dit verbod wordt gehandeld, een en ander onverminderd de aanspraak van Thuiskopie op de verschuldigde thuiskopievergoeding over deze voorwerpen;
JPS veroordeelt in de proceskosten inclusief beslagkosten, de buitengerechtelijke
incassokosten van € 3.507,78 en nakosten.
3.2.
Thuiskopie legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat JPS niet heeft voldaan aan haar verplichtingen als importeur en verkoper van vergoedingsplichtige voorwerpen om (juist en volledig) opgave te doen en thuiskopievergoeding te betalen. Thuiskopie heeft thuiskopievergoeding in rekening gebracht voor alle vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS volgens haar opgave heeft geïmporteerd en verkocht in de periode van 2019 t/m 2024, maar JPS heeft deze bedragen niet voldaan. JPS heeft niet aangetoond dat zij de geïmporteerde voorwerpen heeft uitgevoerd, zodat haar betalingsverplichting niet is komen te vervallen. JPS heeft ook niet aangetoond dat door de fabrikant of importeur al thuiskopievergoeding is betaald of wie de fabrikant of importeur is, zodat JPS zelf verplicht is tot betaling daarvan. Ten aanzien van het door Thuiskopie gevorderde import- of verhandelingsverbod legt zij ten grondslag dat JPS onrechtmatig handelt door vergoedingsplichtige voorwerpen te verhandelen terwijl daar geen thuiskopievergoeding over wordt afgedragen.
3.3.
JPS voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Thuiskopie in de proceskosten en de nakosten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.4.
JPS legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij niet € 346.555,30 maar
€ 48.808,36 aan thuiskopievergoeding verschuldigd is, omdat een lager tarief voor refurbished voorwerpen geldt en omdat JPS voor € 183.963,78 aan geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen heeft uitgevoerd, zodat de betalingsverplichting voor die voorwerpen is komen te vervallen. Daarnaast stelt JPS dat zij voor € 117.741,79 aan in Nederland ingekochte voorwerpen heeft geëxporteerd, zodat zij recht heeft op restitutie van de thuiskopievergoeding die al is afgedragen voor deze voorwerpen. JPS is van mening dat zij juist en volledig opgave heeft gedaan over 2019 t/m 2025. Een eventuele omissie is het gevolg van het feit dat zij in korte tijd met terugwerkende kracht over een groot aantal transacties opgave moest doen, maar betekent niet dat de opgave voor het overige geheel onjuist is dat JPS daarmee niet heeft aangetoond dat zij nagenoeg alle geïmporteerde en ingekochte voorwerpen heeft uitgevoerd. JPS betwist verder dat het handelen in vergoedingsplichtige voorwerpen onrechtmatig is als nadien niet zou worden voldaan aan de opgaveverplichtingen, zodat geen rechtsgrond bestaat voor oplegging van een verbod.
in reconventie
3.5.
JPS vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Thuiskopie veroordeelt tot betaling aan JPS van een bedrag van € 68.568,87 vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van Thuiskopie in de proceskosten en de nakosten.
3.6.
JPS legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij (op grond van Thuiskopie’s ‘Voorwaarden vrijstelling & restitutie’) recht heeft op restitutie van € 117,741,79 aan thuiskopievergoeding die al is afgedragen over vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS van 2019 t/m 2024 in Nederland heeft ingekocht en daarna heeft uitgevoerd. Na verrekening van het in conventie verschuldigde bedrag van € 48.808,36 en een ter zitting nog doorgevoerde correctie van € 364,56 (GSM Team) resteert een vordering in reconventie van € 68.568,87.
3.7.
Thuiskopie voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van JPS in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
3.8.
Thuiskopie legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat JPS geen recht op restitutie heeft, omdat JPS niet heeft aangetoond dat over de door haar in Nederland ingekochte voorwerpen al thuiskopievergoeding is afgedragen en ook niet dat deze voorwerpen zijn uitgevoerd. Bovendien dient een restitutieaanvraag op grond van artikel 6 lid 2 van Pro de Voorwaarden vrijstelling & restitutie binnen 6 maanden na de exportdatum te zijn ingediend. Nu JPS die termijn heeft overschreden, is een (eventueel) recht op restitutie ook vervallen.
3.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Op grond van artikel 16g Aw is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Thuiskopie.
Betalingsverplichting thuiskopievergoeding
4.2.
JPS betwist niet dat zij op grond van artikel 16c lid 2 Aw thuiskopievergoeding verschuldigd is aan Thuiskopie. JPS stelt echter dat het door Thuiskopie gevorderde bedrag van in totaal € 346.555,30 – dat Thuiskopie heeft gebaseerd op de door JPS op 6 mei 2025 gedane opgave – te hoog is. Onder verwijzing naar haar opgave stelt JPS dat Thuiskopie ten onrechte geen rekening houdt met de export van door haar geimporteerde en in Nederland ingekochte voorwerpen, hetgeen in mindering moet worden gebracht op de af te dragen thuiskopievergoeding. JPS stelt dat zij voor € 183.963,78 aan geïmporteerde voorwerpen heeft uitgevoerd, zodat de betalingsverplichting voor die voorwerpen is komen te vervallen op grond van artikel 16c lid 4 Aw) en dat zij voor € 117.741,79 aan in Nederland ingekochte voorwerpen, waarover al thuiskopievergoeding is afgedragen, heeft geëxporteerd, zodat zij recht heeft op restitutie daarvan op grond van de ‘Voorwaarden vrijstelling & restitutie’ van Thuiskopie. Verder stelt JPS dat het door Thuiskopie berekende bedrag te hoog is omdat voor refurbished voorwerpen een lager tarief geldt.
4.3.
De bewijslast ten aanzien van het bestaan van het volgens JPS bestaande verval van de betalingsverplichting of het recht op restitutie wegens export rust op JPS. JPS heeft daar echter niet aan voldaan. Zij heeft haar stellingen niet nader onderbouwd naar aanleiding van het verweer van Thuiskopie waaruit volgt dat het door JPS gestelde recht op verval of restitutie wegens export niet kan worden gebaseerd op de opgave om de volgende redenen:
- een deel van de eerder door JPS opgegeven voorwerpen komt niet voor in de opgave;
- de verklaring van JPS dat zij voorwerpen zelf de grens over heeft gereden, vormt onvoldoende bewijs dat de voorwerpen Nederland daadwerkelijk hebben verlaten;
- JPS heeft geen aanvullende documenten aangeleverd waaruit blijkt dat haar afnemers in het buitenland de daar verschuldigde thuiskopievergoeding hebben afgedragen;
- uit opgaven van andere vergoedingsplichtige ondernemingen blijkt dat JPS verkochte voorwerpen heeft opgegeven alsof zij deze heeft ingekocht en vervolgens heeft geëxporteerd;
- de steekproef die JPS zelf heeft genomen om aan te tonen dat de opgave juist is, is niet representatief en subjectief en Thuiskopie heeft ook daarin verschillende afwijkingen geconstateerd, zoals verkeerd opgenomen voorwerpen, te weinig opgegeven inkopen en ontbrekende transportdocumenten om de export mee aan te tonen.
4.4.
JPS heeft voor dit alles geen verklaring gegeven. De stelling dat eerdere opgaven moeten worden genegeerd omdat daar fouten in staan door een softwaresysteem is onvoldoende. Ook heeft JPS geen nader bewijs van export geleverd. JPS heeft enkel de door Thuiskopie geconstateerde fouten erkend en de berekening daarop aangepast. Dit neemt echter niet weg dat de opgave geen bewijs vormt voor de door JPS gestelde koppeling tussen importen/inkopen en exporten en de stelling dat de exporten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. JPS heeft ook niet bewezen dat (door haarzelf of de partij bij wie is ingekocht) al thuiskopievergoeding is afgedragen voor de voorwerpen waarvan zij stelt dat ze deze heeft geëxporteerd. Daarbij komt dat JPS op grond van artikel 6 lid 2 van Pro de ‘Voorwaarden vrijstelling & restitutie’ binnen zes maanden na export een restitutieaanvraag had moeten doen, hetgeen zij niet heeft gedaan.
4.5.
Nu niet is vast komen te staan dat JPS de door haar geïmporteerde en binnenlands ingekochte voorwerpen heeft geëxporteerd en/of dat er al thuiskopievergoeding voor deze voorwerpen is afgedragen en haar stellingen dienaangaande, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Thuiskopie als onvoldoende onderbouwd worden verworpen, dient uitgegaan te worden van het bedrag aan thuiskopievergoeding dat Thuiskopie heeft berekend aan de hand van de opgave van JPS, zonder rekening te houden met de gestelde exporten. Gelet op het voorgaande heeft JPS geen recht op betaling van enig bedrag door Thuiskopie.
4.6.
De vordering in reconventie zal dan ook worden afgewezen en de vorderingen in conventie onder i t/m vi zullen worden toegewezen. De gevorderde bedragen komen overeen met de door Thuiskopie gestuurde facturen (zie 2.4) en zijn als zodanig niet door JPS betwist. De stelling van JPS dat een lager tarief geldt omdat zij nagenoeg uitsluitend in refurbished voorwerpen handelt, heeft zij, na betwisting door Thuiskopie, niet nader onderbouwd. De rechtbank gaat dan ook uit van de gevorderde bedragen conform de facturen. De daarover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de vervaldatum van de respectievelijke facturen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de wettelijke rente te bepalen vanaf de laatste dag van het jaar waar de vorderingen betrekking op hebben, zoals Thuiskopie heeft gevorderd. Hoewel in artikel 16c lid 3 Aw is bepaald dat de verplichting tot betaling van de vergoeding ontstaat op het moment van invoer, kan hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de nakoming van die verplichting op dat moment ook opeisbaar is. De importeur dient immers eerst (onverwijld) opgave te doen, waarna de verschuldigde thuiskopievergoeding kan worden vastgesteld en wordt gefactureerd. Pas na het verstrijken van de betalingstermijn van die factuur is de vordering tot nakoming van de betalingsvordering opeisbaar. Dit betekent dat ook de wettelijke rente pas vanaf die dag is verschuldigd. Gelet hierop zal de wettelijke rente over
€ 45.162,36 en € 29.057,34 worden toegewezen vanaf 3 september 2024, over € 10,40,
€ 912,60, € 2.519,60, € 3.463,- en € 9.755,60 vanaf 30 juni 2025 en over € 141,-, € 4.700,-, € 62.218,40, € 98.222,40, € 89.952,70 en € 439,90 vanaf 22 augustus 2025 (zie 2.4).
Opgave
4.7.
De door Thuiskopie gevorderde opgave door JPS over de periode van 2019 tot heden wordt eveneens toegewezen. JPS heeft op 6 mei 2025 opgave gedaan over de jaren 2019 tot en met 2024, maar Thuiskopie heeft geconstateerd dat deze op meerdere punten onvolledig en onjuist is, zoals hiervoor onder 4.3. uiteen is gezet. JPS heeft dit erkend, maar heeft vervolgens geen aangepaste opgave gedaan. Hierdoor staan in de opgave (nog steeds) door JPS gestelde exporten die niet aan een import of binnenlandse inkoop zijn gekoppeld. Bij deze stand van zaken kan niet worden geconcludeerd dat de opgave volledig en juist is. Met haar niet nader toegelichte of onderbouwde standpunt dat er wellicht omissies in de opgave voorkomen omdat met terugwerkende kracht vele transacties aan elkaar moesten worden gekoppeld, heeft JPS geen afdoende verklaring hiervoor gegeven. Daarnaast heeft zij niet inzichtelijk gemaakt dat al thuiskopievergoeding is afgedragen voor de voorwerpen waarvoor JPS restitutie vordert. De rechtbank zal JPS dan ook bevelen (alsnog) juiste en volledige opgave te doen waartoe zij op grond van artikel 16f Aw verplicht is. Dit geldt ook voor de opgave over 2025, die JPS op 30 december 2025 heeft gedaan. Gelet op de wijze waarop JPS de afgelopen jaren met haar opgave- en betalingsverplichtingen uit hoofde van de thuiskopieregeling is omgegaan, ziet de rechtbank aanleiding om JPS te bevelen tot het doen van een juiste en volledige opgave onder oplegging van een dwangsom zoals gevorderd. De termijn waarbinnen de opgave dient te zijn gedaan zal, ter voorkoming van executiegeschillen, bepaald worden op twee maanden na betekening van dit vonnis.
4.8.
Ook het door Thuiskopie gevorderde verbod tot import, fabricage of verhandeling van vergoedingsplichtige voorwerpen in Nederland waarover geen opgave is gedaan en/of niet de verschuldigde thuiskopievergoeding aan Thuiskopie is voldaan, wordt toegewezen. Gezien het door JPS gedurende een lange periode niet nakomen van haar wettelijke verplichtingen uit hoofde van de thuiskopieregeling, is sprake van een reële dreiging van toekomstige niet nakoming van deze verplichtingen. De rechtbank merkt voor de goede orde op dat dit geen algeheel verbod is om vergoedingsplichtige voorwerpen te verhandelen, maar een verbod om dit te doen zonder de verplichtingen tot het doen van opgave en betaling van thuiskopievergoeding na te komen. Oplegging van de gevorderde dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsommen zullen worden gemaximeerd.
Proceskosten
4.9.
JPS zal als de in conventie en reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Thuiskopie als volgt begroot. Bij de vaststelling van het salaris van de advocaat wordt aansluiting gezocht bij het liquidatietarief voor rechtbanken en gerechtshoven zoals dat geldt voor uitspraken op of na 1 februari 2024, waarbij wordt uitgegaan van tarief VI (€ 2.714) voor vorderingen van
€ 195.000 tot € 390.000 en 4 punten, derhalve (4 x € 2.714 =) € 10.856,-. Dit wordt vermeerderd met het griffierecht van € 6.617,-, de explootkosten inclusief verschotten van
€ 139,42, de kosten van beslag van (4 x € 282,27 =) € 1.129,08, buitengerechtelijke incassokosten van € 3.507,78 en nakosten van € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing), in totaal dus € 22.427,28.
4.10.
De proceskosten in reconventie zullen aan Thuiskopie worden toegewezen maar op nihil worden gesteld, aangezien (het verweer op) deze vordering volledig overeenkomt met de vordering in de hoofdzaak en daaraan geen extra kosten zijn besteed.
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt tot betaling aan Thuiskopie van de volgende bedragen:
  • € 45.162,36 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024;
  • € 29.057,34 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024;
  • € 10,40 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025;
  • € 912,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025;
  • € 2.519,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025;
  • € 3.463,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025;
  • € 9.755,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025;
  • € 141,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
  • € 4.700,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
  • € 62.218,40 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
  • € 98.222,40 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
  • € 89.952,70 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
  • € 439,90 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025;
5.2.
veroordeelt JPS om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan Thuiskopie volledig en gespecificeerd opgave te doen van het aantal door haar in Nederland van 13 juni 2019 tot en met heden geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat JPS hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,-;
5.3.
veroordeelt JPS om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan Thuiskopie volledig en gespecificeerd opgave te doen van het aantal door haar in Nederland van 13 juni 2019 tot en met heden verkochte vergoedingsplichtige voorwerpen, onder medezending van afschriften van bescheiden (waaronder begrepen in- en verkoopfacturen), waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de thuiskopievergoeding door de fabrikant of importeur van de desbetreffende voorwerpen is betaald dan wel wie de fabrikant of importeur van de betreffende voorwerpen is, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat JPS hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,-;
5.4.
verbiedt JPS om, voor eigen rekening of voor rekening van een ander, vergoedingsplichtige voorwerpen in Nederland te importeren, fabriceren of verhandelen (waaronder begrepen: verkopen, te koop aanbieden, ter verkoop in voorraad houden, adverteren of op enigerlei wijze direct bij een of meer van deze handelingen betrokken zijn), waarvan niet binnen twee weken na het moment van import of fabricage opgave is gedaan op de voet van artikel 16f Aw of ten aanzien waarvan niet binnen twee weken na verzoek van Thuiskopie bescheiden ter inzage zijn gegeven als bedoeld in artikel 16ga Aw en/of ten aanzien waarvan JPS niet binnen twee weken na ontvangst van de daartoe strekkende factuur de verschuldigde thuiskopievergoeding aan Thuiskopie heeft voldaan, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- voor ieder vergoedingsplichtig voorwerp dat in strijd met dit verbod geïmporteerd, gefabriceerd of verhandeld wordt, dan wel, naar keuze van Thuiskopie, van € 500,- voor elke dag dat in strijd met dit verbod wordt gehandeld, met een maximum van € 100.000,-, een en ander onverminderd de aanspraak van Thuiskopie op de verschuldigde thuiskopievergoeding over de geïmporteerde, gefabriceerde en/of verhandelde vergoedingsplichtige voorwerpen;
5.5.
veroordeelt JPS in de proceskosten van Thuiskopie, tot op heden begroot op
€ 22.427,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als JPS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet JPS € 92,- extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.6.
veroordeelt JPS in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
in reconventie
5.9.
wijst het gevorderde af;
5.10.
veroordeelt JPS in de proceskosten van Thuiskopie, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen, rechter, bijgestaan door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

Voetnoten

1.Auteurswet